‘President Sarkozy is een verademing’

Het schort bij veel politici in Europa aan visie, leiderschap en overtuigingskracht. Laten zij een voorbeeld nemen aan Sarkozy, zegt Vivien Schmidt.

Langzaam maar zeker krabbelt de Europese Unie overeind, uit de crisis waar zij twee jaar geleden in belandde door het Franse en Nederlandse ‘nee’ tegen de Europese Grondwet. Dat is althans de stellige indruk van de Amerikaanse Europa-expert Vivien Ann Schmidt.

Na de grote uitbreiding met tien nieuwe lidstaten, de big bang van 2004, lag een zekere terugslag in de rede, zegt ze. Zeker toen daar het echec met de Europese Grondwet overheen kwam.

Maar nu ziet ze toch, gedragen door gunstige economische thermiek, tekenen van herstel in de Europese samenwerking: de nieuwe Franse president Nicolas Sarkozy, het nieuwe EU-verdrag dat de regeringsleiders volgende week in Lissabon ondertekenen, de constructieve geluiden uit Warschau en de groeiende consensus over herziening van de Europese landbouwpolitiek.

Vivien Schmidt was eind vorige week even in Nederland voor een discussie op Instituut Clingendael over het rapport ‘Europa in Nederland’ dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) eind mei uitbracht.

Een van de conclusies in dat rapport is dat de Nederlandse afwijzing van de Europese Grondwet voor een belangrijk deel moet worden verklaard uit de omstandigheid dat de nationale politieke elite „de ontluikende politisering van het Europese niveau niet adequaat [had] onderkend, noch [had] verwerkt”. Daaraan verbindt de WRR als aanbeveling: „Dat zal moeten veranderen om een duurzame legitimering van Europa in Nederland te bewerkstelligen.”

Om de kloof tussen elite en burgers te overbruggen hintte de WRR voorzichtig op nieuwe experimenten met referenda. Wat vindt u?

Vivien Schmidt: „Een referendum is een heel slecht instrument voor zo’n ingewikkelde kwestie als een internationaal verdrag, en helemaal voor een land als Nederland dat eigenlijk geen referendum kent. Bovendien, Nederland is een representatieve democratie. Waar heb je anders volksvertegenwoordigers voor?”

In uw ogen deed het Nederlandse kabinet er goed aan geen tweede referendum toe te staan?

„Ja, dat was heel verstandig. Een referendum vereist een heldere vraagstelling, waarop je duidelijk ‘ja’ of ‘nee’ kunt antwoorden. Dat is met zo’n complex en veelomvattend verdrag niet het geval.”

Met het nieuwe EU-verdrag lijkt zich een soort ‘Europe à la carte’ af te tekenen, met steeds meer uitzonderingen voor steeds meer lidstaten. Wordt de EU daar sterker van?

„Uitzonderingen zijn niets nieuws. Kijk naar de euro, het vrije personenverkeer, justitie, defensie. Daar doen ook niet alle landen aan mee. Dat hoeft ook niet, als het overgrote deel maar wél meedoet. Ik bagatelliseer de problemen van steeds meer opt-outs niet, maar die flexibiliteit ook belangrijk voor de aantrekkingskracht van de EU.”

Wat zou u adviseren om de legitimering van Europa te verbeteren?

„Visie, politiek leiderschap en overtuigingskracht zijn onontbeerlijk. Aan alle drie schort het in Europa. Een coherente visie ontwikkelen, gedragen door alle lidstaten, is verdraaid lastig, maar wel noodzakelijk. Die discussie moet breed worden geëntameerd, nationaal én Europees. Hier en daar worden wel contouren zichtbaar: veiligheidspolitiek, immigratie, klimaatbeleid, consumentenbescherming. Dat zou men geleidelijk moeten uitbouwen.”

Horen daar ook definitieve grenzen voor de Europese Unie bij?

„Daar zou ik in dit stadium van de Europese integratie niet al te veel aandacht aan besteden. Hou de grenzen voorlopig variabel, zowel geografisch als wat betreft beleidsterreinen.”

Vormt nu juist die onduidelijkheid geen probleem voor de legitimatie?

„Dat is een kwestie van leiderschap en overtuigingskracht. Politici die zich blindstaren op het nationale niveau en de Europese dimensie verwaarlozen of, erger nog, verzwijgen, schieten ernstig tekort. Op nationaal niveau is vaak sprake van ‘politiek zonder beleid’, terwijl op Europees niveau overwegend ‘beleid zonder politiek’ wordt bedreven. Die discrepantie zullen ze toch echt zelf moeten opheffen door beide arena’s recht te doen en open kaart te spelen over hun onderlinge samenhang en de beperkingen die daaruit voortvloeien voor de traditionele nationale soevereiniteit.”

In Den Haag ging de vlag uit toen een lagere contributie aan de EU was bedongen?

„Dat was nogal kortzichtig en had ook weinig te maken met het leiderschap dat in Europa nodig is. Het paste in het huidige blaming and shaming: de plussen voor de nationale hoofdsteden, de minnen voor Brussel. Koren op de molen van populisten en extremisten.”

Is de nieuwe Franse president Nicolas Sarkozy een lichtend voorbeeld?

„Hij heeft het tot nog toe briljant gedaan, een verademing na Chirac. Zowel symbolisch – bij zijn inaugurale rede werd hij geflankeerd door de Franse én de Europese vlag. Jamais vue! – als inhoudelijk. Zijn boodschap is duidelijk: Frankrijk is terug in Europa, en Europa is terug in Frankrijk.”

Europa heeft meer Sarkozy’s nodig?

„Meer dan een of twee zal niet lukken. We moeten nog afwachten wat Gordon Brown gaat doen, maar ik ben bang dat hij er te veel euroscepsis instopt.”