Opheffing van Antillen mag uitstel krijgen

De Tweede Kamer heeft geen bezwaar tegen uitstel van de opheffing van de Nederlandse Antillen als land. Dat bleek gisteren bij het begrotingsdebat over de koninkrijksrelaties.

Volgens staatssecretaris Ank Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA) is de datum van 15 december 2008, waarop de nieuwe staatkundige structuur zou moeten ingaan, een „streefdatum”. Maar zij vraagt zich wel af „of het nog haalbaar is of niet”. De voortgang van het vernieuwingsproces is volgens de staatssecretaris moeizaam. „Het knelt en er is druk op heel veel terreinen.”

De coalitiefracties CDA en PvdA vinden een zorgvuldige aanpak van de vernieuwing belangrijker dan snelheid, evenals GroenLinks. De SP wil helemaal af van de deadline. Door de staatkundige vernieuwing houden de Nederlandse Antillen op te bestaan. Het eilandenverband wordt opgedeeld in twee autonome landen (Sint Maarten en Curaçao) en drie bijzondere gemeenten (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

„De deadline is voor ons niet in steen gebeiteld”, constateerde Tweede Kamerlid John Leerdam (PvdA) in het begrotingsdebat. Datzelfde geldt voor de CDA-fractie. Het vertrouwen van de christendemocraten in een tijdige afronding van de vernieuwing heeft een flinke knauw gekregen door het bericht van Bijleveld. De VVD noemde het „onthutsend”.

SP-Kamerlid Ronald van Raak vindt dat de regering moet afstappen van streefdata in het vernieuwingsproces. Die leiden in zijn ogen telkens tot teleurstellingen, zowel in Nederland als op de eilanden.

Bijleveld wil in de eerste helft van volgend jaar definitief besluiten of 15 december kan blijven staan als streefdatum. Voor het Antilliaanse landsbestuur komt de berichtgeving over eventueel uitstel niet als een verrassing. Bijleveld heeft dat al eerder geopperd tijdens werkbezoeken op de Antillen. Hoewel de drie kleine en de twee grote eilanden (Curaçao en Sint Maarten) eerder zogeheten ‘slotakkoorden’ sloten over de nieuwe staatsstructuur met de daarin genoemde deadlines, was er al twijfel of die gehaald zouden worden. Met name het in kaart brengen van de exacte schuldenproblematiek, ook tussen de eilanden en het landsbestuur onderling, vergde veel meer energie dan oorspronkelijk gedacht. Het is ook nog steeds onduidelijk hoe de rechtshandhaving in de nieuwe structuur geregeld moet worden.