Niet de ideeën zijn fout, maar de verwachtingen

Zo gekant is de Britse filosoof John Gray tegen elk vooruitgangsdenken, dat zijn boeken een kruistocht lijken.

Is hij een fundamentalist van het scepticisme?

De succesvolle Britse filosoof John Gray ontpopt zich met elk boek verder als een handelsreiziger in illusieloosheid. Zijn recent vertaalde nieuwste werk, Zwarte mis, is een beknopte catalogus van de mislukte utopieën van de twintigste eeuw. In Black Mass legt Gray een verband tussen politiek en religie, vooral de christelijke hoop op verlossing. Dat idee is volgens Gray even fataal als onuitroeibaar gebleken, en in zijn zoveelste vermomming alom onder ons. Hij wijst de christelijke heilsverwachting aan in het verlichtingsdenken, in het communisme en het fascisme, en laat zien hoe na 1989 het geloof in de maakbaarheid van de wereld moeiteloos van links naar rechts verhuisde, waar het zijn intrek nam bij het neoconservatisme.

Zwarte Mis is daarmee de culminatie van de consequente ontnuchteringsstrategie – je zou bijna aan een kruistocht denken – die Gray in 1998 inzette. In False Dawn uit dat jaar verzette hij zich tegen het juichdenken over globalisering als panacee. In Al Qaeda and What it Means to Be Modern betoogde hij dat de vernietigingsdrift van het islamitisch terrorisme een moderne heilsleer is. In Heresies keerde hij zich tegen elke vorm van vooruitgangsdenken. Maar het meest meeslepend en mistroostig blijft Straw Dogs, Thoughts on Humans and Other Animals, het perfecte filosofische winterboek.

Laat alle hoop varen, de mens is een blind dier die zijn soortgenoten vernietigt en op een dag op zijn beurt weggevaagd zal worden, betoogt Gray hier in flonkerendzwarte hoofdstukken. Wetenschappelijke vooruitgang mag nog zo glanzend zijn, de in het westen verworven vrijheid nog zo onaantastbaar, al wat de mensheid heeft gewonnen kan en zal zij ook weer verliezen. Zelfs het humanisme, dat hoopt het lijden van de mensheid te kunnen verlichten, is niets anders dan een destillaat van utopisme.

Maar zie: voor iemand die onder de vlag van illusieloosheid vaart, is Gray een uitermate monter type, dat zich op een zonnige winterochtend in de handen wrijft bij het vooruitzicht van een interview. Hij doet niets liever, lijkt het, dan sceptici ten aanzien van zijn scepticisme de wind uit de zeilen nemen.

„Niks tijdperk van de rede. Hét kenmerk van de twintigste eeuw is in mijn ogen seculier fanatisme”, zegt hij met brede armgebaren. „Je zag het bij het communisme, het fascisme, en, overlopend in de eenentwintigste eeuw, het neoliberalisme. En nu zien we het religieuze fanatisme weer opdoemen. Maar wie weet krijgen aanhangers van groene utopieën, gezien de klimaatverandering, binnenkort ook voet aan de grond.”

De gematigde conservatief Gray flirtte zelf met een aantal van die ideologieën uit Black Mass – hij steunde Thatcher in de jaren tachtig en switchte naar New Labour in de jaren negentig — maar van dwalingen wil hij niet weten. „Het geloof in politieke projecten is mij vreemd, en dat was het al toen ik nog betrokken was bij de politiek. Ik beschouw het als een afwijking, net als geloven in een godsdienst. Men verwijt mij dat ik vroeger Thatcher aanhing en nu gedesillusioneerd ben. Dat is niet waar. Ik brak met Thatcher toen ze bedwelmd raakte door de macht, toen ze dat air van triomf over zich kreeg. Hubris is altijd een symptoom van utopisch denken.”

Is er voor u onderscheid tussen een idee en het uit de hand lopen ervan?

„Ik ageer niet tegen ideeën, maar tegen heilsverwachtingen. De kern van godsdienst is op zich bijvoorbeeld niet schadelijk, maar een theocratie moet je tot elke prijs vermijden. Evenmin mag het secularisme een absolutisme worden. Ik sta sceptisch tegenover elke vorm van fundamentalisme.”

U hamert er altijd op dat u een scepticus bent. Hoe definieert u een scepticus?

„Een scepticus heeft geen geloof waar geloof niet nodig is. Er is moed voor nodig om illusieloos te leven. Pessimistisch ben ik niet per se. De mensen die mij afschilderen als pessimist of misantroop kunnen zelf niet zonder dat sterke seculiere geloof, het geloof dat het mogelijk is de wereld te verbeteren.”

In uw boek schetst u hoe denkers getekend worden door de illusies en de ideologieën van hun tijd. Niemand ontsnapt aan de tijdgeest, schrijft u. Op welke manier past u er zelf in?

„Ik hoop juist dat ik door de waan van de dag heen prik. Bijvoorbeeld door mensen erop te wijzen dat zaken die ze voetstoots aannemen in wezen een geloof zijn. Zoals het geloof in vooruitgang als cumulatief proces. Een instructief voorbeeld is marteling, iets waarvan we dachten dat het in het westen was uitgebannen. Wat gebeurt er? Eén moment van onoplettendheid, en het martelen is weer terug.”

Niet alleen in ‘Black Mass’, ook in andere recente boeken, zoals bijvoorbeeld ‘The Shock Doctrine’ van Naomi Klein geldt het neoconservatisme als utopisch project. Kennelijk is het daar nu de tijd voor.

„Zeker, het neoconservatisme valt door de mand door het debacle in Irak. Wat het utopisch karakter van de Irak-oorlog betreft verschil ik overigens van mening met Klein. Zij ziet de aanval op Irak als een poging van de VS een neoliberale economische utopie te vestigen, maar juist het exporteren van democratie was voor de regering Bush een cruciaal motief. ”

Hebben utopieën in de 20ste eeuw niet ook hun nut bewezen? In het geval van mensenrechten bijvoorbeeld?

„Op de vrijheid van vrouwen en het afschaffen van slavernij in de westerse wereld moeten we trots zijn. Maar betekent het dat vrouwenonderdrukking en slavernij uit de wereld zijn verdwenen? Dat dacht ik toch niet. Ernaar streven dat dat wel gebeurt, is gewoonweg niet realistisch.”

Is iedere vorm van handelend optreden met hoger een doel voor ogen utopisch?

„Nee. De Tweede Wereldoorlog was geen utopische strijd, er werd juist gevochten ter bestrijding van een utopie. De stemming was er één van grimmige vastberadenheid, het moest hoe dan ook gebeuren, hoeveel het ook zou kosten. Effectieve actie is nooit utopisch en utopische handelingen zijn heel vaak ineffectief.”

Zo heeft u in elk geval altijd gelijk.

„Maar dat gelijk is altijd tijdelijk, want de menselijke neiging een nieuwe utopische droom te beginnen is nu eenmaal onuitroeibaar.”

Daarom zegt u cynisch: bekommer je maar niet om tirannie of mensenrechtenschendingen elders, want je kunt ze toch niet uitbannen.

„Ik ben geen cynicus maar een realist. Ik geef toe, sommige utopieën kunnen nuttig zijn. Mensenrechten zijn bijvoorbeeld nuttige wettelijke ficties. Maar denken dat ze meer zijn dan dat is een gevaarlijke vergissing. Voor het handhaven van mensenrechten is een sterke staat nodig, en die ontbreekt vaak in oorlogsgebieden.

„Mensenrechtenschendingen kunnen op zichzelf nooit genoeg reden zijn om te interveniëren. Er moet ook uitzicht zijn op succes, en dus bereidheid werkelijk te investeren. Het lijkt cynisch om dat te zeggen, maar het is realistisch. Neem Darfur. Zijn we, gezien al dat lijden, werkelijk bereid het offer te brengen, daar vijftig jaar te blijven en onze soldaten daar te laten sneuvelen? Of komt de roep om interventie uitsluitend voort uit onze eigen behoefte aan comfort?”

„Het is misschien pijnlijk, maar we moeten daarom afscheid nemen van de gedachte dat vrijheid universeel is. Wetenschap kun je exporteren, maar vrijheid en democratisch pluralisme niet. Opnieuw: dat is geen cynisme maar realisme. Zeker, vrijheid is een menselijke behoefte. Maar het is slechts één van de behoeftes die mensen hebben, naast de behoefte om ergens bij te horen en de behoefte om macht uit te oefenen. Dat je vrijheid uit de kast kunt trekken en aan anderen op kunt leggen, is een klassieke fout van het utopisch denken. Zie Irak, zie Afghanistan.”

Kan iemand een fundamentalistische scepticus zijn, en bent u er één?

„Alléén als je ook Montaigne als fundamentalistische scepticus wil omschrijven! Maar wacht, dit klinkt mij toch niet prettig in de oren. Fundamentalisme veronderstelt een rigiditeit die mij niet aanstaat. Het gaat nu juist om het niet automatisch vertrouwen van je kennis. De kern van scepticisme is, geloof ik, juist dat: het opschorten van het oordeel. Weerstand bieden aan de menselijke neiging tot zekerheid.”

John Gray: Zwarte mis. Religieus fundamentalisme en de moderne utopieën. Ambo, 320 blz. € 19,95