Na de zondvloed in Mexico

Tabasco in het zuidwesten van Mexico stond eind oktober voor viervijfde onder water. Hulp kwam snel. Maar niet voor de zestien huizen in El Bordo.

Guatacalca, 6 dec. - De ochtend na de overstroming pakte een van de bewoners van El Bordo zijn mobiele telefoontje en filmde hoe zijn Mexicaanse dorpje volledig onder water stond. „Kijk, hoe hoog het kwam”, zegt José Luis Hernández. Op het schermpje zijn in het bruine water nog net de toppen van de bananenbomen en de golfplaten daken te ontdekken.

El Bordo (zestien huizen) werd eind oktober getroffen door de ernstigste watersnoodramp in jaren. Net als de rest van Tabasco, de deelstaat in Zuidwest-Mexico waarin het gehucht ligt. Tabasco kwam voor viervijfde onder water te staan. Er vielen zeker tien doden. De hoofdstad (Villahermosa, bijna 1 miljoen inwoners) liep voor zeker de helft onder. De tv-beelden deden denken aan New Orleans na orkaan Katrina. De zondvloed was een aangekondigde ramp (zie inzet).

Ook de bewoners van El Bordo kregen een waarschuwing. Niet van de autoriteiten in Guatacalca, het meest nabijgelegen dorp, dertig kilometer van Villahermosa. „Nee, van de gouverneur, via de radio en vooral de televisie”, zegt Hernández. El Bordo heeft geen stromend water, maar sinds de jaren negentig wel elektriciteit. Ook de meest schamele hutjes zijn uitgerust met manshoge koelkasten, splinternieuwe hifi-installaties en grote televisies.

De dorpelingen sleepten zoveel mogelijk van deze inboedel naar de hogergelegen asfaltweg verderop „Mijn echtgenoot heeft wel de koelkast, maar niet de tv kunnen redden”, vertelt een vrouw in het dorp. Haar man kijkt er bij alsof hij het liever andersom had gezien.

Tabasco werd geprezen voor de wijze waarop het voor en na de overstroming optrad. In deze regio vallen bij natuurrampen vaak honderden, soms duizenden doden. Nu was iedereen op tijd geëvacueerd en stond de hulpverlening al klaar.

Drie weken na de ramp is de wederopbouw in delen van Villahermosa in volle gang. De informele economie heeft zich razendsnel aangepast aan de nieuwe omstandigheden. Bij La Quinta Grijalva, het gouverneurspaleis in Villahermosa, vormen zich ’s middags lange rijen. De wachttijd voor de levensmiddelen is het langst – zeker vijf uur. Die voor kleding het kortst (anderhalf uur), maar aanwezigheid van de zwaarbewapende federale politie is blijkbaar nodig. Wachtenden worden in kleine groepjes op de stapels kleren losgelaten. Gloria (24) komt licht verwilderd naar buiten met een stapel van zeker twintig kledingstukken. „Allemaal tweede-, derde-, vierdehands. Maar misschien zit er wat tussen.”

Aan mensen die meer hulp aannemen dan ze kunnen dragen, verkoopt José stevige vuilniszakken. „Mijn huis liep maar een halve meter onder water. Maar mijn stereotoren werd wel gejat. En mijn vijftien kalkoenen ben ik ook kwijt.” Gestolen of weggespoeld – hij weet het niet. Met de verkoop van zakken verdient hij hopelijk genoeg om aan het eind van de week weer eens kip te eten.

Hoe goed de hulpverlening ook geregeld mag zijn, alles kwam terecht in Villahermosa en bleef daar. Sinds de ramp is, op de kerk na, geen enkele hulpverlener in El Bordo gestopt. „De gouverneur geeft aan alle burgemeesters wat, maar die gaan er vervolgens politiek mee bedrijven. Wij zijn met te weinig om ons deel op te eisen”, klagen de dorpelingen.

In El Bordo is het water gezakt; de ramp blijft, zeggen de inwoners. Van hun akkers kunnen ze niet meer eten. Ze willen nog niet opnieuw gaan planten en zaaien, want het water kan weer gaan stijgen. „,Ik kan ook niet bij iemand anders op het land werken: daar is de oogst ook verwoest”, zegt Carmen Pérez.

Het vee is of verdronken, of ziek. Schapen liggen in de schaduw weg te kwijnen. Koeien zijn nu net waterbuffels en waden door de meertjes en stroompjes op zoek naar gras. „Ik weet niet of ik hun melk wel kan drinken. Zelfs niet of ik ze kan slachten.” Een hengel uitgooien zit er ook niet in. „Ze zeggen dat het water is verontreinigd.”

Veel inwoners vertrekken om middernacht van huis om op straat in de rij voor La Quinta te slapen. „In de hoop dat we op tijd aan de beurt zijn om nog iets te krijgen.” Hernández noemt zichzelf en zijn dorpsgenoten passief. „We laten het over ons heenkomen, zo zijn we.” Zou hij niet brutaler moeten zijn? „Dat zou toch niet helpen. En ik wil niet dat mijn kinderen daar later de prijs voor betalen. We hebben de autoriteiten nog hard nodig.”

Want het dorp blijft „hopen”, zegt Hernández, dat het straks geholpen gaat worden bij de wederopbouw. Al heeft niemand daar veel vertrouwen in. Na de laatste watersnood, in 1999, kwam er ook geen hulp.

De dorpelingen sommen graag op wat er zou moeten gebeuren. De enige lantaarnpaal in het dorp is kapot. De grote plassen in de dorpsweg liggen er al zolang dat er kikkervisjes in zwemmen. „Overal wordt gewaarschuwd voor dengue (knokkelkoorts).” Zijn de inwoners van El Bordo bang dat dit soort rampen vaker gaat voorkomen? De meesten hebben weleens gehoord van klimaatverandering. „Dat is iets waar ze in de stad over spreken. Als zij het daar weten, moeten zij er ook iets aan doen.”