Iran in de revisie

Amerikaanse inlichtingen-diensten bestrijden tunnel-visie met nieuwe werkwijze.

Onduidelijk is of ze ook afscheid nemen van politiek gemotiveerde rapportages.

Met dezelfde stelligheid waarmee ze twee jaar geleden het tegendeel beweerden, zijn de Amerikaanse inlichtingendiensten nu tot de conclusie gekomen dat Iran in 2003 zijn kernwapenprogramma heeft stopgezet.

Waarom, vroeg een journalist eergisteren in Washington op een persconferentie aan president Bush, zouden we meer vertrouwen moeten hebben in het nu verschenen rapport dan in het vorige?

De vraag gaf aan hoe ernstig de geloofwaardigheid van de Amerikaanse inlichtingendiensten is ondergraven, nadat ze in de aanloop naar de Irak-oorlog in 2003 ten onrechte stelden dat Irak biologische en chemische wapens had, en in 2005 dat Iran werkte aan een kernwapen.

De nieuwe National Intelligence Estimate (waarvan alleen een korte samenvatting openbaar is gemaakt) wordt gedragen door het gezag van de maar liefst zestien Amerikaanse inlichtingendiensten. Maar uit sommige reacties is al duidelijk dat de nieuwe conclusies slechts beperkte overtuigingskracht hebben.

Bush antwoordde de journalist in bedekte termen. „Zonder in te gaan op de bronnen en de methodes, geloof ik dat de inlichtingendiensten een grote ontdekking hebben gedaan. Die ontdekking hebben ze geanalyseerd. Het is nu onderdeel van ons beleid”, aldus de president.

In de Amerikaanse pers is inmiddels meer duidelijk geworden over de nieuwe bronnen en methodes van de inlichtingendiensten. Nieuwe informatie kwam uit afgeluisterde gesprekken, waarin een Iraanse functionaris zich beklaagde dat het kernwapenprogramma van zijn land in 2003 was stopgezet, en uit een soort dag- of logboek van een Iraanse bron.

Maanden zouden de inlichtingendiensten bezig zijn geweest om na te gaan of de gesprekken en het dagboek geen onderdeel vormden van een Iraanse list om de Amerikanen op een vals spoor te zetten.

In de nieuwe methodes waarmee de Amerikaanse inlichtingendiensten informatie analyseren staat het stimuleren van interne tegenspraak centraal.

Zo riep de CIA ‘rode teams’ in het leven, die gaten moesten schieten in de argumentatie van de opstellers van het rapport. De inlichtingendiensten hopen zo te voorkomen dat ze opnieuw ten prooi vallen aan groupthink, die hen eerder blind maakte voor informatie die niet strookte met hun conclusies.

Met een kritische blik hebben de diensten het afgelopen jaar ook nog eens gekeken naar de informatie die hen in 2005 tot de conclusie bracht, ook toen „met groot vertrouwen”, dat Iran hard werkte aan een kernbom. Een deel van de toenmalige bronnen is nu te licht bevonden en terzijde geschoven.

Maar onduidelijk is of de inlichtingendiensten nu ook afscheid hebben genomen van politiek gemotiveerde rapportages, ook al staat hun nieuwe conclusie dwars op de lijn van de regering-Bush. Volgens conservatieve commentatoren hebben tegenstanders van een harde aanpak van Iran de uitkomst van het rapport bepaald.

Volgens Philip Zelikow, oud-adviseur van de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, en voorstander van diplomatieke toenadering tot Iran, toont het rapport vooral dat analyses altijd als een slinger heen en weer bewegen tussen het onderstrepen en het onderschatten van risico’s.