Echt weer zooo Natasha!

Mensen die aan zichzelf refereren in de derde persoon, daar is meestal iets mis mee. ‘Zoooo, deze jongen gaat even zichzelf een hand geven, haha!’ Dat type. Bang voor het woord ‘ik’, misschien. ‘Nou, kindermishandeling, daar moet je bij deze meneer niet mee aankomen!’

Of het type kindvrouwtje dat een babystem opzet en zegt: ‘Owww, Debbie vindt het niet leuk als je nog wat gaat drinken met je vrienden...’ Dit laatste gebruik is natuurlijk geïnspireerd door het taaltje van mensen van een jaar of twee, die in alle oprechtheid nog niet weten dat ‘ik’ een heel nuttig woord is, dat iedereen gewoon mag gebruiken.

In anekdotes komt het ook wel eens op deze manier voor: ‘En toen viel mijn ski af terwijl ik in het liftje zat en naar de skileraar zwaaide... echt weer zooo Natasha!’ Waardoor de toehoorders de vertelster moeten gaan zien als een klunzig, maar sympathiek personage in een sitcom, terwijl niemand daar uit zichzelf op was gekomen.

De enige die het over zichzelf in de derde persoon mag hebben zonder dat het walgelijk, kinderachtig of bevreemdend wordt, is natuurlijk Sinterklaas. Zoals ook de door hem (en zijn trawanten) gepleegde inbraken gedoogd worden, alsmede het op schoot nemen van kleine kinderen die hij niet persoonlijk kent. ‘Zo, Sinterklaas pakt zijn grote boek...’ ‘Sinterklaas heeft gehoord dat Keesje altijd heel goed zijn bord leeg eet...’ Als de Goedheiligman het zegt, is het volstrekt normaal en zelfs wel leuk.

Hoe zo’n gewoonte ontstaat is raadselachtig. Misschien komt het door de talloze ooms, opa’s en vaders die één keer per jaar Sint mogen spelen, en voor wie acteren dus geen tweede natuur is. Ze moeten zichzelf er steeds van overtuigen dat ze echt Sint zijn, en niet ‘ik’. Voor de kinderen maakt het allemaal niet zo veel uit natuurlijk. Gooi wat pepernoten in d’een of d’andere hoek (koekoek) en het is goed.

Paulien Cornelisse behandelt elke week een actueel en opmerkelijk taalfenomeen.