Capraesk en Capracorn

De films van regisseur Frank Capra hebben nog altijd veel invloed op hedendaagse filmmakers.

In het filmmuseum is een retrospectief aan hem gewijd.

Scènes uit films van Frank Capra, van boven naar beneden, van links naar rechts: The Bitter Tea Of General Yen 1933, Lady for a Day 1933, It Happened One Night 1934, Lost Horizon 1937, You Can’t Take It With You 1938, Mr Smith Goes to Washington 1939, It’s a Wonderful Night 1946 (foto) en Meet John Doe 1941. Nederlands Filmmuseum

De invloed van de films van regisseur Frank Capra, aan wie het Filmmuseum een retrospectief wijdt, is na zijn dood in 1991 alleen maar toegenomen. Vooral de wat naïeve Capra-held die politiek ontwaakt, heeft school gemaakt. De gewone man die nog gelooft in de goedheid van de mens en in de democratische waarden van Amerika. De man die het met succes opneemt tegen cynische, corrupte politici en nietsontziende kapitalisten, altijd met een sigaar in de mond en meestal gespeeld door karakteracteur Edward Arnold.

Niet elke Capra-film heeft zijn sporen nagelaten in de cinema van de laatste jaren. Slechts een aantal titels vormt de Capra-canon waaruit nog steeds driftig geput wordt. Vooral van zijn trilogie Mr. Deeds Goes to Town (1936), Mr. Smith Goes to Washington (1939) en Meet John Doe (1941) wordt dankbaar gebruik gemaakt, in mindere mate van It’s a Wonderful Life (1946) en State of the Union (1948).

Deze films hebben twee nieuwe adjectieven in het leven geroepen: Capraesk en Capracorn. Capraesk heeft optimistische connotaties: door een combinatie van boerenslimheid, humor en een goede inborst overleeft de kleine man alle stormen, zoals kwaadwillende politici en inhalige zakenlui.

Capracorn verwijst naar corny, melig, de weeïge kant van Capra. Zijn films zijn soms sentimenteel, vaderlandslievend, ouderwets (zowel in stijl als in waarden en normen) en populistisch. Beide kenmerken zien we (soms tegelijkertijd) terug in Capra’s films, én bij de filmers die hem navolgen. In Legally Blonde 2 (2003) strijdt Elle Woods (Reese Witherspoon) tot aan het Congres tegen het gebruiken van proefdieren door cosmeticafabrikanten. En net als in Capra’s Mr. Smith Goes to Washington (1939) gaat ze naar Washington en houdt daar een vlammend, urenlang pleidooi voor de congresleden, tot ze erbij neervalt.

In The Hudsucker Proxy (1994) van de gebroeders Coen speelt Tim Robbins de archetypische, provinciale Capra-held die het opneemt tegen de manipulaties van de vicevoorzitter van het bedrijf waar hij komt te werken. Dave, in de gelijknamige door Gary Ross geschreven film (1993), vervangt als dubbelganger tijdelijk de president. Diens rechterhand ziet zijn kans schoon om via de naïeve stroman zijn greep op de politiek te verstevigen. Totdat Dave niet meer meewerkt, net zoals in Meet John Doe Gary Cooper weigert nog langer mee te doen aan het mediacircus waarmee krantenuitgever D.B Norton stemmen hoopt te winnen voor zijn politieke kandidatuur.

Het is opvallend dat deze simpele helden, bij Capra gespeeld door volwassen, mannelijke acteurs als James Stewart en Gary Cooper, in de moderne films vaak door komieken worden vertolkt, bij wie kinderlijkheid en kindsheid voorop staan. Jim Carrey (in Bruce Almighty en The Majestic) en Adam Sandler (in Mr. Deeds, de remake van Capra’s Mr. Deeds Goes to Town en Click). Alsof de Capra-navolgers echt niet meer bij het moderne publiek durven aankomen met ‘volwassen’ onschuld en alleen terugkeer naar de kindertijd die naïeve goedheid kan bewerkstelligen. Kijk maar naar het door Capra-liefhebber Gary Ross geschreven Big (1988), waarin Tom Hanks (die later ook de Capra-achtige held Forrest Gump zou spelen) als twaalfjarige in een volwassen lichaam terechtkomt. Zijn kinderlijke enthousiasme laat de cynische en afgestompte omgeving weer opbloeien en geloven in idealisme. Frank Capra zou instemmend hebben geknikt.

T/m 6 januari: It’s a Wonderful Life! De films van Frank Capra. In: Filmmuseum, Amsterdam.