Brussel wil wapenmarkt openbreken

De Nederlandse defensie-industrie juicht het plan van Brussel toe om de defensiemarkt in Europa open te breken. Maar twijfel bestaat of het zal lukken. Nationale belangen spelen tenslotte een grote rol.

Drie Europese straaljagers. Van boven naar beneden: de Eurofighter (waar Groot-Brittannië, Duitsland, Italië en Spanje juist samenwerken) (foto), de Britse Harrier (van BAE Systems) en de Franse Mirage (van Dassault). De Europese Commissie wil nationale grenzen bij de aanbesteding van defensiematerieel opheffen. Foto’s Reuters, Bloomberg First Flight GS002 - Single Seat Production Aircraft. Die Verwendung dieses Bildes ist fŸr redaktionelle Zwecke honorarfrei. Abdruck bitte unter Quellenangabe: "obs/Eurofighter GmbH" Eurofighter GmbH

Rotterdam, 6 dec. - De Europese Commissie wil de Europese defensiemarkt openbreken. Pieter Koenders van Imtech, dat elektrische installaties en automatiseringssystemen voor schepen bouwt, juicht het plan toe. „Imtech is een concurrerend bedrijf, maar wij kunnen onze producten heel, heel moeilijk in het buitenland kwijt.” Ook Erick Vink van Stork Aerospace merkt dat. „De Nederlandse overheid is bij bijna al onze defensieopdrachten betrokken. Dat zegt voldoende.”

Volgens de Commissie geven lidstaten bij aanbesteding nu te vaak de voorkeur aan hun eigen industrie. De Europese markt voor defensiematerieel is geen open markt, bevestigt ook Rob van Dort van branchevereniging Stichting Nederlandse Industriële Inschakeling Defensieopdrachten (NIID) uit. „Vooral de grote landen als Frankrijk, Engeland en Duitsland, schermen hun opdrachten vaak af voor buitenlandse bedrijven.”

Nederland verwacht te kunnen profiteren van meer Europese aankopen van defensiematerieel. Het gisteren bekend geworden plan van de Commissie om lidstaten hun tanks, wapensystemen en munitie vaker Europees te laten aanbesteden, wordt dan ook positief ontvangen.

Landen in de EU kunnen nu hun defensieaankopen buiten de regels van de interne markt om doen door zich te beroepen op een Europees verdragsartikel, dat gaat over het veiligstellen van nationale belangen. Maar volgens de Europese Commissie maken veel lidstaten bij bijna al hun defensieaanbestedingen gebruik van het bewuste verdragsartikel. Eurocommissaris Verheugen (Industrie) zei gisteren dat „concurrentie nodig is voor de levensvatbaarheid van de Europese defensie-industrie en de totstandkoming van een gemeenschappelijke defensiemarkt”.

Het plan van de Commissie, dat nog door de lidstaten moeten worden goedgekeurd, zal moeten verduidelijken wanneer de uitzonderingspositie echt geldt.

Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken verwacht dat Nederlandse bedrijven door de voorgestelde regelgeving meer kansen zullen hebben op de internationale markt. „Nederland heeft bedrijven die zeer hoogwaardig produceren en kunnen concurreren in Europa”, verklaart een woordvoerder. „Maar door afscherming van buitenlandse markten kunnen die vaak geen aanbiedingen kunnen doen.”

Volgens Van Dort moeten Nederlandse bedrijven in hun eigen land al concurreren met buitenlandse bedrijven, omdat de Nederlandse overheid, anders dan de andere lidstaten, geen voorkeur geeft aan de eigen industrie. De Nederlandse defensie-industrie zou straks ook in het buitenland kunnen meedoen. „Maar de vraag is hoe de voorstellen echt gaan werken in de praktijk, want er blijft een aantal uitzonderingen mogelijk”, zegt Van Dort.

Omdat de Europese markt voor defensiegoederen nu niet open is, hanteert de Nederlandse overheid een compensatiesysteem. Dat systeem houdt in dat, als bedrijven een order van de Nederlandse overheid van meer dan 5 miljoen euro krijgen, zij het Nederlandse bedrijfsleven bij die order moeten betrekken. Van Dort: „De compensatieregeling geldt alleen als er sprake is van de uitzonderingspositie. Als die straks minder wordt gebruikt, is het maar de vraag of Nederlandse bedrijven voor eenzelfde bedrag orders zullen ontvangen uit de Europese Unie.”

De Nederlandse defensie-industrie ontvangt volgens cijfers van de brancheorganisatie NIID jaarlijks zo’n 350 tot 400 miljoen euro aan compensatieorders.

Vink van Stork Aerospace zegt dat de plannen van de Europese Commissie een stap op weg zijn naar één Europese defensiemarkt, maar dat hij dat in de nabije toekomst nog niet een-twee-drie ziet gebeuren.

Jaap Wils, die in 2004 de Nederlandse defensie-industrie onderzocht, heeft dezelfde mening: „Op defensiegebied spelen behalve economisch gewin ook nationale sentimenten en strategische belangen. Landen zullen die niet zomaar opgeven.”