Brussel wil televisie snel op mobieltje

Eurocommissaris Reding denkt dat mobiele tv er sneller is als ze één standaard kiest. Volgens critici bepaalt vooral de markt hoe snel tv op de mobiel er is.

Wie komend jaar op 9 juni rond een uur of negen op een bushalte of treinperron staat, moet toch de eerste EK-wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Italië kunnen zien. Niet op een breedbeeldtelevisie, misschien. Maar wel op het schermpje van drie bij vier van zijn mobieltje.

Dat vindt eurocommissaris Viviane Reding (Informatiesamenleving) in ieder geval. Tijdens het Europees Kampioenschap voetbal deze zomer wil zij dat televisie voor de mobiele telefoon op de markt is. Om de ontwikkeling te versnellen wil ze één technologische standaard voor mobiele tv in de EU verplicht stellen. Dat moet DVB-H worden: de standaard die mede ontwikkeld is door de Europese mobieltjesmaker Nokia.

Niet iedereen is het met haar eens, bleek vorige week. Enkele vakministers van lidstaten staken een voorlopig stokje voor het verplicht stellen van deze standaard. Wel kwamen zij overeen DVB-H te zullen promoten.

Er zijn naast DVB-H tal van technologieën om televisie naar de mobiele telefoon en andere draagbare apparaten te brengen. In de Zuid-Koreaanse metro zitten al heel wat reizigers aan hun mobieltje gekluisterd, kijkend naar soaps of soms hele films. Daar gebruikt men twee varianten op de techniek DMB. In de Verenigde Staten heeft het bedrijf Qualcomm de technologie Mediaflo ontwikkeld.

Voor de gebruiker komt het zo’n beetje op hetzelfde neer: de aanbieder zendt over zijn netwerk televisie uit en iedereen met een abonnement en een geschikt mobieltje kan ernaar kijken. Overigens gaat het niet alleen om mobieltjes: elk apparaat met een scherm kan met deze technologieën een tv-ontvanger worden. Zo kijken in Zuid-Korea veel jongeren televisie op schermen van ongeveer 20 bij 15 centimeter, waarmee je verder niet kunt bellen.

Reding denkt dat mobiele tv er sneller komt als bedrijven – in elk geval in de EU – niet hoeven te wachten welke technologie ‘wint’. Want gaan mobiele aanbieders wel een netwerk voor DVB-H uitrollen als ze het risico lopen dat DMB bij mobieltjesfabrikanten populairder wordt? Reding trekt de vergelijking met GSM: die standaard werd jaren geleden als Europese standaard voor mobiele telefonie aangemerkt, wat er volgens haar voor zorgde dat de EU sneller mobiel belde dan de VS. Standaardisering zou ook kunnen zorgen voor goedkopere toestellen, laat een woordvoerder van Nederlands grootste mobieletelefonieaanbieder KPN weten. Voor KPN komt de keuze voor DVB-H goed uit, aangezien het bedrijf nu een proef doet op basis van die techniek.

Een andere reden voor Reding om te pleiten voor één standaard is dat gebruikers dan met dezelfde telefoon tv kunnen ontvangen in andere EU-landen. Verder – al zal ze dat niet zeggen – helpt het Europese bedrijven als hún standaard in de hele EU wordt toegepast. Het is geen wonder dat Finland – thuisbasis van Nokia – Redings voorstel wél steunt.

Andere landen, waaronder Nederland, denken dat de ontwikkeling juist sneller gaat als bedrijven zelf een technologie kiezen. Onder de tegenstanders bevinden zich ook Duitsland en Groot-Brittannië. Daar hebben enkele aanbieders al tv-diensten op basis van DMB.

Wie hebben gelijk? Volgens consultant Paul Brand van telecomadviesbureau Stratix zijn dat de tegenstanders. „Reding wijst steeds op het succes van GSM, maar de omstandigheden waren toen anders.” Volgens hem was de markt destijds zo klein en versnipperd dat toestellen onbetaalbaar bleven. Toen duidelijk werd dat GSM de standaard werd, konden fabrikanten grotere aantallen maken, voor minder geld. Dat er behoefte was aan mobiele telefonie was volgens hem al wel duidelijk.

Van mobiele televisie weet men nog niet of gebruikers het willen, en wát ze dan willen. De mobiele tv-diensten die er al zijn – op basis van mobiel internet via UMTS – doen weinig tot niets, al komt dat ook door de slechte kwaliteit. Het gevaar van nu al een standaard kiezen is dat deze niet aansluit op wat klanten willen of dat er technologieën worden uitgesloten die achteraf beter of goedkoper blijken, zegt Brand. Bovendien is de markt voor mobiele telefoons inmiddels zo groot dat fabrikanten hoe dan ook zullen meedoen. Zo maakt het Zuid-Koreaanse Samsung al mobieltjes voor zowel DMB als DVB-H.

Een ander verschil met GSM is, dat het voor gebruikers vermoedelijk belangrijker is om in het buitenland te bellen dan om er tv te kunnen kijken. Brand: „Je vraagt je af of vakantiegangers straks naar Oostenrijkse zenders willen kijken.” 

Dat mobiele tv er in Europa nog nauwelijks is, komt volgens Brand dan ook niet door het ontbreken van een standaard, maar „doordat men er nog geen idee van heeft wat de consument wil”. Hij trekt de vergelijking met HDTV: ultrascherpe televisie. Daarvoor werd zo’n twintig jaar geleden al een standaard bepaald. Brand: „Maar dat betekende niet dat iedereen meteen HDTV’s ging bouwen.” HDTV’s beginnen nu pas door te breken.

Lees wat de strategie van de EU is voor mobiele tv via nrc.nl/europa