Boze Bøkko schaatst sneller

Op grootspraak viel Håvard Bøkko nog nooit te betrappen.

Maar de Noorse schaatser wil altijd álles winnen. Zelfs bij het hoogspringen, zo weet zijn trainer Peter Mueller.

De klok van de prachtige ijsbaan in het Russische Kolomna stond op 1.45 toen de Noorse schaatser Håvard Bøkko afgelopen zaterdag over de eindstreep schoot na zijn 1.500 meter om de wereldbeker. Eerste plaats? De cijfers op het scorebord tikten nog net door naar 1.46,12. Derde, vlak achter de erkende milers Erben Wennemars (1.46,07) en de Italiaan Enrico Fabris (1.46,09). „Dit zal hem kwaad maken”, zei Bøkko’s Amerikaanse coach Peter Mueller direct na de race. „Morgen wint hij de tien kilometer. Geen twijfel mogelijk!”

De volgende dag verpulverde de twintigjarige allrounder zijn persoonlijk record op de langste afstand, van 13.17 naar 13.06,53. Tien seconden sneller dan de eerste achtervolgers: Tom Prinsen en olympisch kampioen Bob de Jong. „Heya Håvard, heya Norge”, schreeuwde de commentator van de Noorse omroep NRK in extase. De zege van Bøkko was de eerste voor de Noren sinds Øystein Grødum in 2005 ex aequo met Bob de Jong de wereldbekerfinale van de tien kilometer won. Het was vooral de eerste internationale zege bij de senioren van het grootste Noorse talent sinds Johann Olav Koss.

„Ik was inderdaad behoorlijk pissed na die 1.500 meter omdat ik in de laatste bocht voelde dat ik Wennemars kon kloppen”, zegt Bøkko lachend in de kantine van Thialf, het ijsstadion in Heerenveen waar komend weekeinde de volgende wereldbekerwedstrijden op het programma staan. „Het was schitterend om een dag later op de tien kilometer mijn eerste wereldbekerwedstrijd te winnen. Maar ik ben realistisch. Sven Kramer en Enrico Fabris deden niet mee, Carl Verheijen viel. Ik ga nu niet ineens roepen dat ik de beste ben.”

Op grootspraak viel hij nog nooit te betrappen. „Echt waar meneer Mueller?”, was zijn ongelovige reactie toen de Amerikaanse coach hem in het voorjaar van 2004 bij de Noorse selectie haalde. In de schaduw van geharde Vikingen als Eskil Ervik, Lasse Saetre en Øystein Grødum begon het toen zeventienjarige talent gestaag aan de weg omhoog. Shadow werd zijn bijnaam, maar zijn prestaties vielen al snel op. In 2006 werd hij derde op de Europese kampioenschappen én wereldkampioen bij de junioren, vorig seizoen vierde op EK en WK, ondanks ziekte waardoor hij zeven kilo afviel.

„Dat was typisch Shadow”, zegt Mueller. „Die jongen stelt nooit teleur bij belangrijke wedstrijden. Hij staat er altijd als het moet, een zeer belangrijke kwaliteit. Daarbij voelt hij precies aan hoever hij in trainingen kan gaan. Smart kid. Een allround atleet ook, die in elke sport uitblinker zou zijn geweest. En een echte winnaar. Hij wil altijd strijden. Laatst nog, op trainingskamp in Berlijn, zomaar een wedstrijdje hoogspringen. Dan hoef ik niet eens te kijken om te weten wie er wint.”

Zo was het ook afgelopen zomer, bij een wedstrijdje traplopen in zijn woonplaats Hol, een schaatsdorpje in de Noorse bergen. Zijn ploeg- en dorpsgenoot Christoffer Rukke (19) was drie dagen onvindbaar. „Om zich speciaal voor te bereiden”, lacht Bøkko. Maar hij won, „met acht seconden voorsprong”.

Na het stoppen van Ervik geldt de gave stilist onbetwist als kopman van de verjongde Noorse ploeg. „Eskil was de leider van de groep, hij zorgde de eerste jaren goed voor me. Nu krijg ik wat meer verantwoordelijkheid. Maar het belangrijkste is dat we een goede groep hebben.”

In de zomertraining profiteerde hij volop van de geroutineerde stayer Grødum. „Voor het eerst heb ik alle duurtrainingen met hem kunnen doen: fietsen, skeeleren, hardlopen. Ik heb van alles weer net iets meer gedaan dan het jaar ervoor. Zo ga ik stap voor stap vooruit. Van 7.05 op de vijf kilometer naar 6.31, naar 6.18, naar 6.16 en begin dit seizoen naar 6.12.”

De eerste twee wereldbekerwedstrijden trof Bøkko op de vijf kilometer Sven Kramer, die in Calgary een fantastisch wereldrecord reed. „Sven staat een tree hoger dan de rest, als hij wil. Tegen hem moet je je eigen race zien te rijden. Ik moet er de tijd voor nemen om hem in te halen. Niets is onmogelijk.”

En passant verbeterde hij in Noord-Amerika persoonlijke records op de 3.000, 1.500 en de 1.000 meter, waarop hij zich met 1.08,60 plaatste voor de A-groep. „Leuk om mee te doen met de fast guys. Misschien doe ik ook het WK sprint.” Het WK allround in Berlijn blijft dit seizoen zijn hoofddoel. Bang om tot die tijd te veel wedstrijden te rijden is Shadow, ook al uitblinker in de ploegachtervolging, niet. „Racen is de beste training.”

Bøkko, wiens jongere zus Hege ook een talentvol schaatsster is, moet er niet aan denken om tijdens het seizoen twee weken naar Cyprus te gaan, zoals de Nederlandse TVM-ploeg. „Waarom zou ik? Na Heerenveen gaan we naar huis, een beetje trainen voor het Noors kampioenschap. Met de Kerstdagen ga ik lekker crosscountryskiën, heb ik even iets anders aan mijn hoofd. Ik denk dat ik Sven een keer uitnodig. Is er tenminste iets waarmee ik hem kan verslaan.”