Bekende beeldtaal geschud en ontregeld

Mathilde ter Heijne: ‘No depression in heaven’, 2006 (video still) Heijne, Mathilda Ter

Tentoonstelling: Dealing with Reality. T/m 17 febr 2008 in Museum van Moderne Kunst Arnhem, Utrechtseweg 87, Arnhem . Inl: 026-3775300, www.mmkarnhem.nl

Op de tentoonstelling Dealing with Reality in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem gebruiken kunstenaars bestaand materiaal om zo een eigen werkelijkheid te creëren. Daar is niets bijzonders aan. Kunstenaars knippen en plakken tegenwoordig naar hartelust beelden uit de media en de populaire cultuur. De huidige beeldcultuur is er een van eindeloos citeren, verwijzen, herhalen en reproduceren. Je zou kunnen zeggen dat daarmee de authenticiteit naar de achtergrond is verdwenen.

Maar juist nu iedereen vrijelijk naar elkaar verwijst en uniciteit binnen de kunsten een dubieus begrip is geworden, is de maker van het kunstwerk belangrijker dan ooit. Auteursschap is een belangrijke factor in de waarde van het werk. Want al beroept hedendaagse kunst zich nadrukkelijk op bestaande beelden, er werd nog nooit zoveel voor betaald. Dealing with Reality maakt die ontwikkeling goed zichtbaar.

Van Germaine Kruip (1970) is een diapresentatie te zien, waarbij steeds twee beelden naast elkaar worden getoond die opvallende gelijkenis vertonen in compositie. De meeste komen de toeschouwer direct bekend voor; het zijn afbeeldingen van beroemde schilderijen of winnende World Press foto’s. Kruip maakte geen enkel beeld zelf. Het gaat haar als kunstenaar dus niet meer om scheppen, maar om schikken en bewerken. En dat doet ze goed. Ook hier weer. Haar combinaties van beelden leggen onverwachte verbanden en geven de beelden nieuwe betekenissen en lading.

Zo plaatste ze Rembrandts Anatomische les van dr. Nicolaes Tulp naast een recente nieuwsfoto van een dode soldaat op een bed, met daaromheen veel mensen gegroepeerd. De overeenkomsten in compositie zijn schokkend. Keer op keer combineert Kruip beelden uit compleet verschillende uithoeken van de aarde en ver uiteenlopende tijdsperioden, en steeds weer zijn er die bizarre overeenkomsten. Zo wekt ze de indruk dat er maar een bepaald aantal poses bestaat dat door de mens kan worden aangenomen. Het is alsof Kruip wil zeggen: als de composities van de mens op kunnen raken, dan zal het unieke beeld zelf ook wel eindig zijn.

Dealing with Reality slaagt erin actuele vragen over de betekenis van beelden, authenticiteit en geestelijk eigendom op te roepen. De keerzijde is dat er binnen dit toch al uitgestrekte thema te veel invalshoeken zijn gekozen om een samenhangende expositie te doen ontstaan. Zo staat Hans op de Beecks imposante, steriele witte installatie - van een netjes gedekte tafel op schaal anderhalf - in enorm contrast met de mysterieuze wereld die Mathilde ter Heijne in de aangrenzende zaal oproept. Ook Ter Heijne baseert zich op bestaand materiaal: foto’s, films, verhalen en liederen die zich in het collectieve geheugen bevinden. Maar in haar installatie No depression in heaven (2006) lopen feit en fictie zo onontwarbaar door elkaar dat Ter Heijne een onbekend universum weet te creëren waarin de herkenningspunten nauwelijks houvast bieden. Er staan levensgrote poppen in de ruimte, gemaakt naar het evenbeeld van de kunstenaar zelf. Er klinkt melancholische folkmuziek uit de jaren dertig en er wordt een video geprojecteerd waarin scènes uit oude films na worden gespeeld.

Zowel vorm, stijl als inhoud zijn oorspronkelijk geen bedenksels van Mathilde ter Heijne. Toch ervaart de toeschouwer haar werk als heel eigen. Fragmenten van bestaande beeldtaal worden zo knap ontregeld, geschud en vermengd dat er iets ontstaat wat je authentiek zou kunnen noemen. Authenticiteit bij Mathilde Ter Heijne zit dus in de hand van de maker, of beter, in haar blik.