Ach passie... als het maar jong, hip en sexy is

Wat hadden Jan Wolkers, Boudewijn Büch en Martin van Amerongen met elkaar gemeen? Alledrie waren begiftigd met een onstuimige passie. Niet zomaar een passie maar een aanstekelijke passie, een passie die onontkoombaar haar uitwerking uitoefende op de toehoorders. Vertelde Wolkers over het spuugbeestje, dan dook je erna in de encyclopedie en wilde je alles weten over dat malle groene diertje. Liet Büch de naam Goethe vallen, dan werd je getuige van een superlatievenfanfare en pakte je toch maar weer de Werther uit de kast. Hoorde je Van Amerongen over Bach, dan zette je de Brandenburgse Concerten op.

Het is een bezielende gave die maar weinigen is gegeven. Meesters, predikers, goeroes, heiligen, zij hebben het, maar in het tegenwoordige literaire bedrijf, waar vind je ze nog? Ze vormen een uitstervende diersoort. Van de paar die nog rondlopen heet een ervan: Martin Ros.

Maar ook hij moet wijken, zij met een afkoopsom van 15.000 euro.

De Theo Koomen van de boekensport wordt door de Tros aan de kant geschoven. Niet omdat hij niet goed zou zijn – Ros zou met zijn 71 jaar ‘te oud’ zijn voor het metier en moet daarom wijken voor jongere recensenten. Sommigen zien in dit congé een incident, anderen zeggen: „Ach ja, hij doet het al 21 jaar, het is mooi geweest.”

Toch vrees ik dat zijn heengaan niet alleen een klap is voor de boekenliefhebber, het is schadelijk voor het totale cultuurbestel. Hier is namelijk meer aan de hand dan een redactioneel generatieconflictje. Achter het leeftijdsmotief gaat een culturele verbrokkeling schuil die al langer is ingezet. Als de kwestie-Ros iets ontbloot dan is het wel dat er voor het natuurverschijnsel ‘oud’ steeds minder plek is in ons steeds vlakkere medialandschap.

Of je je vak goed of slecht verstaat, je bent wegens je senioriteit al snel ouderwets, oubollig, conservatief, saai of erger. De jeugd is het categorische imperatief. De cineast Fellini voelde deze ommekeer haarfijn aan: „Wat is er toch gebeurd, wat voor beheksing heeft onze generatie getroffen, dat wij de jongeren plotseling zijn gaan beschouwen als gezanten van een of andere absolute waarheid? De jongeren, de jongeren, de jongeren… het lijkt wel of ze opeens met een ruimteschip van een andere planeet zijn gekomen.”

Het ruimteschip waarover Fellini sprak, is niet zomaar uit de lucht komen vallen; de tijd was er rijp voor. De opmars van het consumptieve hedonisme in westerse samenlevingen culmineert nu in de verafgoding van jeugdige waarden. Het uit Amerika overgewaaide dictaat van ‘jong, hip, en sexy’ valt hier op vruchtbare bodem. We herkennen de vruchten in de debutantenlijst vol jonge Aquafresh-smoeltjes. We zien het aan de duizelingwekkende hoeveelheid soaps en lifestyle-rubrieken in krant en tv. We zien het aan het uitnodigingsbeleid van talkshows.

Het past in dit tijdsgewricht dat Heleen, Matthijs, Linda en Catherine eigen glossy’s beginnen. Het past dat een kaviaarheks (Susan Smit) met diep uitgesneden decolleté bij Ontbijt TV een boekje aanprijst dat dan ‘een leuk en spannend verhaal’ heet over een man en zijn geheime minnares ‘vol hete scènes’.

In dit format is de levenstijl van de adolescent wegwijzer geworden. Oud is niet dynamisch, hip en sexy. Ouderen worden nauwelijks meer in ere gehouden om hun kennis of wijsheid (zoals in traditionele samenlevingen), of om hun plichtsbetrachting (burgerlijke samenlevingen) of hun broosheid (beschaafde samenlevingen) maar uitsluitend wanneer zij nog jeugdig van geest en lichaam zijn gebleven. In drie decennia heeft de afwijking de norm overwoekert, terwijl nog geen honderd jaar geleden de door Stefan Zweig zo knap beschreven wereld van veilige rust (Die Welt von Gestern) precies het omgekeerde liet zien. Iemand die hogerop wilde komen moest zijn toevlucht nemen tot alle mogelijke vermommingen om ouder te lijken. De kranten prezen producten aan die ‘de baardgroei bespoedigden’, en jonge, pas afgestudeerde artsen probeerden ‘een buikje te krijgen’ en zetten ‘goudgerande brillen op hun neus’.

Het is al met al treurig dat onder het vaandel van Jonkheid zelfs de ‘Grootste familie van Nederland’ besmet is geraakt met het infantilisme. Het is bitter dat een boekengoeroe roemloos van het toneel gaat verdwijnen. Bij het Duitse ZDF komt het bij geen sterveling op om een boekinstituut als Reich-Ranicki af te serveren; in dit land worden literaire monumenten koeltjes bij het oud vuil gezet – just for the sake of change.

Mohammed Benzakour is schrijver.