Waarom wij uit de SP stappen

Op het SP-congres eind november werd helaas tegen vernieuwing gestemd.

De vraag om méér openheid is beantwoord met een roep om méér partijdiscipline.

‘Het geheim van Oss’ hadden we gelezen voordat wij beiden twee jaar geleden een plaats kregen op de kandidatenlijst van de gemeenteraadsverkiezingen in Utrecht. We wisten dus dat het er in het verleden stevig aan toe ging in de Socialistische Partij.

De afgelopen jaren leek er echter een frisse wind door de partij te waaien met de komst van veel nieuwe mensen, andere omgangsvormen en het overboord zetten van een aantal oude dogma’s. Maar de partijtop hield die veranderingen niet bij, met alle consequenties van dien: teleurgestelde raadsleden die opstapten, bestuursleden die hun functie neerlegden, een afgescheiden Eerste Kamerlid, een geschorste hoofdredacteur en honderden SP-leden die het lidmaatschap opzegden.

Gelukkig kondigde het partijbestuur aan dat op het congres in november de partijdemocratie aan de orde zou worden gesteld. Helaas heeft dat congres te weinig opening geboden voor verdere vernieuwing. Intensieve scholing en kadertraining is het antwoord op andersdenkenden in de partij. De afdrachtregeling, veroorzaker van veel problemen, is verheven tot ‘kroonjuweel’. En een redactiestatuut voor het partijblad De Tribune vindt de partij onwenselijk. Er komt bovendien geen onafhankelijke commissie voor het oplossen van conflicten.

Kortom, de vraag om méér openheid en democratie is door een zeer ruime meerderheid van de congresgangers beantwoord met een roep om méér partijdiscipline. Deze uitkomsten van het van A tot Z geregisseerde congres worden door het partijbestuur aangevoerd als het democratisch ‘bewijs’ dat de overgrote meerderheid van de 50.000 leden zich achter het beleid zou scharen. Dat vragen wij ons af.

Democratie begint en eindigt met individuele vrijheid van meningsuiting als basis voor een open debat. Een klimaat waarin ieder lid zich vrij voelt om zijn mening te uiten, is minimaal vereist voor een democratische organisatie. Het gaat hierbij niet alleen om de structuur van de partij, maar evengoed om de cultuur binnen de partij. Menigmaal zijn we er getuige van geweest dat een kritische houding binnen de SP werd beantwoord met een frontale aanval op de persoon. Waar de politiek als geheel een reservaat dreigt te worden van slechte omgangsvormen, slecht naar elkaar luisteren, scoringsdrift en geldingsdrang, is dat binnen de SP allemaal nog eens in geconcentreerde vorm aanwezig. Democratie is het openstaan voor andere geluiden. Het wordt tijd dat de SP-top dat gaat inzien.

Daarbij hoort ook een andere houding tegenover de eigen volksvertegenwoordigers. Het is gemakkelijk scoren van het SP-bestuur om het plan dat een einde wil maken aan de rechtstreekse storting van de vergoedingen van SP-volksvertegenwoordigers in de partijkas, af te doen als de jaloerse actie van een PvdA-minister. De SP zou er beter aan doen te erkennen dat het effect van de huidige afdrachtregeling tot zeer veel persoonlijk leed leidt en tot het afhaken van goede, gemotiveerde SP’ers.

Wij kregen van de partijleiding te horen dat men liever zag dat wij minder tijd in ons raadswerk zouden steken, dan dat wij minder geld zouden afdragen. Het geld dat wij bijdragen aan de partijkas, telt kennelijk zwaarder dan optimaal ons werk doen als dieners van de publieke zaak. Het gevolg is dat menig raadslid er geld op toelegt. Van het bedrag van 600 euro dat wij overhouden kan een gezin met kinderen uiteraard niet leven, terwijl het werk van een raadslid in Utrecht zoveel tijd kost, dat een baan ernaast nauwelijks mogelijk is.

Wat jammer dat de SP een goede neus voor sociale onrechtvaardigheid en een gezond activisme paart aan een grote dosis benauwd sektarisme. Wij hebben de afgelopen tijd ons best gedaan om ons in te zetten voor de idealen en waarden van de SP. Maar zonder een gezonde bakermat, waarbij het adagium practice what you preach serieus wordt genomen, is het voor ons onmogelijk deze partij nog langer te vertegenwoordigen. Of zoals Jan Marijnissen het bij het congres verwoordde: „Iedereen heeft het recht op enig moment tot de conclusie te komen dat de SP bij nader inzien toch niet echt bij hem past. De honden blaffen, de karavaan trekt verder…”

De reacties die ons te wachten staan, kunnen we voorspellen: we zullen worden afgeschilderd als inhalige baantjesjagers, en ons vertrek laat de SP zogenaamd onverschillig. En uiteraard worden onze raadszetels onmiddellijk opgeëist. Wat ons betreft heeft dat laatste helemaal geen haast. Met onze standpunten zullen we de SP-stemmers beslist niet teleurstellen en er is nog veel werk aan de winkel voor een ‘Beter Utrecht’. Als politiek daklozen slaan we voorlopig onze tenten op bij het eerder vertrokken Utrechtse SP-raadslid Mary Mossel.

Serieus verwachten doen we het niet, maar wij zouden niets liever zien dan dat het SP-bestuur nog vandaag bij zinnen komt en alle ‘dissidenten’ terughaalt. Om inhoudelijke verschillen gaat het tenslotte niet.

Caroline Sarolea en Marcel van den Tooren waren lid van de raadsfractie van de SP in Utrecht.

Lees het interview met Jan Marijnissen over de democratie in de SP via nrcnext.nl/mijnlinks