Vrijheidsbeleving in decadente maatschappij

Tentoonstelling: Ryan McGinley, Celebrating Life. T/m 6 jan in Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam. Open dagelijks 10-18u, do/vr 10-21u. Inl: 020-5516500, www.foam.nl

Hoe fantaseren wij in het Westen over vrijheid? In een rijk werelddeel, waar geen oorlog heerst en een groot deel van de bevolking voldoende geld heeft om prettig te leven, wordt een ‘idee van vrijheid’ ons op een andere manier voorgeschoteld: via reclameboodschappen. Neem de knappe langharige natuurmeisjes die aan een meertje zitten, gehuld in Tommy Hilfingerkleding. Of de oergezonde, gebruinde familie die zich op het strand insmeert met Nivea. Het zijn romantische beelden die de afgepeigerde stadsmens doen verlangen naar een zorgeloze vakantie of naar een natuurstaat vol schoonheid en harmonie.

Precies dat verlangen heeft de jonge Amerikaanse fotograaf Ryan McGinley (1977) weten te vangen. Voor zijn serie, getiteld Celebrating Life, nu te zien in fotomuseum Foam in Amsterdam, toerde McGinley drie zomers lang met twee busjes door Amerika – als een soort eerbetoon aan zijn Amerikaanse voorgangers Robert Frank en Richard Avedon.

Hij nodigde vrienden uit om met hem mee te gaan en legde hen vast: uitgelaten feestend en vrijend in de bossen, springend in mooie meertjes, vechtend in de woestijn. De beelden zijn enigszins geconstrueerd want McGinley koos zelf steeds de locaties uit. Het resultaat is een totale verheerlijking van het bestaan. Bijna iedere foto toont een jeugdige, onbezorgde vorm van vrijheid waar de meesten van ons alleen maar van kunnen dromen.

Toch zijn deze foto’s duidelijk niet gemaakt om een product aan te prijzen. Untitled (Bathtub), 2005, waar vijf vrienden, brullend van het lachen, op elkaar gepropt in bad liggen of Untitled (Penis, cigarette), 2005 waarop alleen deze twee dingen zichtbaar zijn, zal niemand verleiden tot het kopen van shampoo of een broek. De vrijgevochten schoonheid die hier wordt getoond is veel te gewaagd voor een reclamecampagne.

McGinley, die studeerde aan de Parsons School of Design in New York en sinds 1999 fotografeert voor allerlei hippe bladen, heeft al langer een fascinatie voor het volle leven in al zijn details. Een paar jaar terug boekte hij al groot succes met The Kids are Allright, een tentoonstelling over zijn graffiti spuitende en blowende skatevrienden. Dit werk had duidelijk affiniteit met fotografen als Nan Goldin of Larry Clark. En dat is met deze laatste serie ook het geval.

Er is één groot verschil. Terwijl in de foto’s van Goldin en Clark de ruigheid van het straatleven en het onvermijdelijke verval van de jeugd op de loer ligt, zijn de vrienden van McGinley ronduit gelukkig. Hun roadtrip is geen bad trip. Hun uitbarstingen van plezier geven je niet het gevoel dat er toch, ergens op de achtergrond, mogelijk onheil schuilt. Zelfs de foto Tim (Black Eye), 2005 van vriend Tim die, met een blauw oog, breed glimlachend de camera in kijkt, toont alleen maar wild geluk. In dit Hof van Eden is pijn iets futiels, iets waar je slechts om kan lachen. De kracht van de levenslust overheerst.

Dat maakt dat de aanblik van deze generatie van zorgeloze dare devils een steek van jaloezie kan opwekken. Het opgewekte hoofd van Tim doet denken aan de manier waarop vrijbuiter Brad Pitt zich als Tyler Durden vrijwillig in elkaar laat slaan in de film Fightclub. Ook zijn er overeenkomsten met de onbezorgde manier waarop Johnny Knoxville in het Amerikaanse tv-programma Jackass proestend van het lachen weer eens een bizarre stunt uitvoert. Het getuigt van een soort zorgeloosheid die alleen de besten onder ons zich kunnen permiteren.

Het is in dat opzicht niet verrassend dat McGinley eerder ook een serie foto’s heeft gemaakt van topmodel Kate Moss, symbool van hedendaags hedonisme. Met haar levensstijl vertegenwoordigt Moss precies de rebelse schoonheid waar McGinley naar zoekt. Goed betaald topmodel, stijlicoon, feestbeest, cokesnuiver: het zijn uitingen van een vrijheidsbeleving die alleen kunnen bestaan in een decadente samenleving.

Het is het totale fuck it-gevoel van een generatie die zorgeloos lol trapt zonder bang te zijn voor de consequenties. Niet voor niets spugen McGinley’s vier naakte vrienden op de foto Untitled (Spitting Apples), 2005, de appel die ze in dit paradijs eten weer uit. Ze maken een grap van de zondeval. Zo hoogmoedig durven ze te zijn.