Schone kleren, vuile jeans

India heeft om aanhouding gevraagd van Nederlandse activisten.

Zij zijn kritisch over een lokale fabrikant van spijkerbroeken.

Een oorlog tussen een Indiase kledingfabrikant, leverancier van de G-Star spijkerbroeken, en Nederlandse activisten leidt dezer dagen tot diplomatieke hoogspanning. Een Indiase rechter vaardigde afgelopen weekeinde arrestatiebevelen uit tegen acht Nederlanders, die door de fabrikant zijn aangeklaagd wegens smaad. Het ministerie van Economische Zaken werkt, aldus diverse betrokkenen, hard aan een oplossing.

In 2005 bleek na onderzoek van een lokale vakbond in India dat werknemers van het bedrijf Fibre and Fabrics International (FFI) in Bangalore onder meer fysiek geweld ondergingen, zo stelt de Schone Kleren Kampagne (SKK). SKK zet zich in voor goede werkomstandigheden in de textielindustrie. „Wij hebben met goed fatsoen geprobeerd in dialoog te gaan met FFI, zonder publiciteit”, zegt Christa de Bruin van SKK. „Maar FFI doet niet aan dialogen en is juridische procedures gestart om de lokale organisaties het werken onmogelijk te maken.” De laatste fase van deze juridische procedures is dat de Indiase rechter arrestatiebevelen uitvaardigde tegen acht leden van Schone Kleren Kampagne, de Landelijke India Werkgroep (LIW) en internetprovider Antenna wegens smaad.

„Ik moest wel”, zegt directeur Anupam Khotari van FFI per telefoon vanuit Frankrijk. Khotari geeft een uitleg aan de gebeurtenissen die bij SKK de oren doet klapperen. Het schrijven van slechte rapporten over bedrijven is in India een „melkkoe” voor vakbonden of actiegroepen, zegt Khotari glashard. „Ze krijgen 5.000 euro voor een rapport”, meent hij.

„Schandalig”, zo luidt de reactie van De Bruin van SKK. „De rapportage is gebaseerd op interviews met werknemers die de moed hebben gehad om zich uit te spreken. Ze hebben geprobeerd met FFI te praten. Maar alle gesprekken mislukten.”

FFI is er in ieder geval zeer bekwaam in om partijen tegen zich in het harnas te jagen. Op 14 november kreeg het hoofdkantoor van Amnesty International in Londen een telefoontje van Robert Teunissen, adviseur maatschappelijk ondernemen van FFI. „Teunissen zei dat FFI overwoog om Amnesty International en Amnesty Nederland ook [wegens smaad] te vervolgen”, zegt Marleen van Ruiven van Amnesty Nederland. De reden zou zijn dat er op de website van Amnesty International ook een verklaring over de zaak stond. Amnesty, de FNV en Oxfam Novib waren toen juist bezig met een bemiddelingspoging en zouden enkele dagen later een conference call met de Indiërs voeren. „Wij hebben ons teruggetrokken”, zegt Van Ruiven. „En ook FNV en Oxfam Novib meenden dat verdere gesprekken geen zin meer hadden.”

De advocaat van FFI ontkent dat Robert Teunissen heeft gezegd dat FFI zou hebben overwogen Amnesty aan te klagen. „Misschien was er spraakverwarring, omdat het gesprek in het Engels plaatshad.” Teunissen zelf onthoudt zich van elk commentaar. Ook De Vries gaat verder niet op de zaak in „vanwege de bemiddelingspoging van Economische Zaken”.

Bij G-Star in Amsterdam is men duidelijk niet gelukkig met de kwestie. „Op de arrestatiebevelen hebben wij geen enkele invloed”, zegt woordvoerster Frouke Bruinsma. „Wij hopen dat de overheden tot een oplossing komen. Wegens de goede werkomstandigheden bij FFI willen wij de relatie juist voortzetten.” De basis voor deze laatste uitspraak is een onderzoek door het Britse bureau SGS op verzoek van G-Star.

FNV-bestuurder Arno Dahlmans veegt de vloer aan met de bevindingen van SGS. „Een rapport dat niet in vrijheid tot stand komt, kan ik niet accepteren”, zegt Dahlmans. „De kern van het probleem zijn de oorspronkelijke klachten uit 2005”, zegt Dahlmans. „Die zijn de oorzaak van het huidige proces. De mensen die daarbij betrokken waren, mogen niet meer spreken. Met wie heeft SGS dan gesproken?” Zoals uit het rapport blijkt: met werknemers die geen lid zijn van een bond en, op één spreker na, ook geen interesse hebben om lid te worden van een bond. Dus, stelt Dahlmans: „Wij willen weten wat G-Star nu onderneemt om een einde te maken aan de beknotting van vrijheid van meningsuiting.”

Volgens FFI-baas Kothari gaat het om heel andere zaken. „De Indiase regering heeft onze fabrieken onderzocht en was geschokt dat we gratis eten geven aan onze werknemers”, zegt Kothari. De kern van de zaak: een non-trade barrier van het Westen, om goedkope import tegen te houden.