Raad van State: wel subsidie van Staat voor SGP

De orthodox-christelijke SGP heeft toch recht op subsidie van de Staat. Dat heeft de Raad van State vandaag bepaald.

In 2006 zette toenmalig minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) de jaarlijkse subsidie stop. Aanleiding was de uitspraak van de rechtbank in Den Haag in 2005 dat de SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij) handelt in strijd met het internationale Vrouwenverdrag door vrouwen niet toe te laten. Ook voor 2007 kreeg de SGP geen subsidie.

Nooit eerder was een in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partij subsidiegeld kwijtgeraakt. De uitspraak heeft tot gevolg dat over de niet-betaalde subsidie over de afgelopen twee jaar alsnog moet worden uitgekeerd. Het gaat volgens de SGP om een bedrag van circa 1,6 miljoen euro.

„We zijn zeer dankbaar, en ook zeer verheugd”, reageerde SGP-voorzitter Wim Kolijn vanochtend. „De offervaardigheid van de achterban was en is bijzonder groot, maar we maakten ons toch zorgen over de lange termijn. We waren al aan het nadenken over afslanken.” De SGP is volgens Kolijn blij dat zijn partij in de ogen van de Raad van State past binnen de rechtsregels van de Nederlandse democratie.

De Raad van State vindt niet dat het Vrouwenverdrag vrouwen het recht geeft om lid te zijn van alle politieke partijen in Nederland. Het Vrouwenverdrag verplicht staten alleen om ervoor te zorgen dat vrouwen kunnen deelnemen aan het democratische proces. Er zijn in Nederland genoeg andere partijen in „het politieke spectrum” waar vrouwen wel terechtkunnen. Dat de SGP vrouwen niet toestaat kandidaat voor de partij te zijn, is daarom geen aantasting van het passieve kiesrecht voor vrouwen in Nederland, vind de Raad van State. Vrouwen die het SGP-gedachtegoed willen uitdragen, kunnen ook hun eigen partij oprichten.

Het gaat volgens de Raad van State te ver om in te grijpen in de vrijheid die de SGP, net als andere maatschappelijke groepen, heeft om zich te organiseren zoals zij wil. De vrijheid van politieke bewegingen is zo belangrijk dat de overheid alleen kan ingrijpen als er gevaar is voor de democratische rechtsorde. Dat is hier niet het geval, vindt de Raad van State.

Verschillende vrouwenorganisaties spanden in 2005 een proces wegens discriminatie aan tegen de SGP. Toen de rechtbank die partijen gelijk gaf, besloot toenmalig minister Remkes dat het stopzetten van de de subsidie aan de partij onvermijdelijk was. Dat besluit van Remkes werd door de SGP aangevochten, wat uiteindelijk tot de uitspraak van de Raad van State heeft geleid. Tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk.