Plaggen voor vlinder

De komende maanden steken in Drenthe vrijwilligers plaggen schapengras om de bedreigde en kwetsbare kommavlinder van de ondergang te redden.

Motorcrossen of een vuurtje stoken op de hei, kinderen die duintjes vertrappen. Hoe gek het ook klinkt, dit soort verstorende en natuuronvriendelijke handelingen kunnen op zijn tijd juist gunstig zijn voor de bedreigde kommavlinder. Het diertje houdt van kale, open en ruige plekjes, waar hij kan zonnen en zijn eitjes kan afzetten op polletjes van het schapengras. Maar die zijn er steeds minder in Drenthe. Zandgronden en stuifduinen groeien dicht met vegetatie of heide, waardoor het leefgebied van de vlinder langzaam maar zeker afkalft.

Vandaar dat de Vlinderstichting, Staatsbosbeheer, Het Drentse Landschap, Natuurmonumenten en de Vlinderwerkgroep Drenthe in actie komen. Ze gaan de komende maanden met vrijwilligers handmatig plaggen steken op negen terreinen, waar de vlinder tot voor kort voorkwam. De kommavlinder is een kleine, bruine dagvlinder met opvallende vlekjes en is slechts voor het geoefende oog zichtbaar. Hij leeft in juli en augustus, hooguit een maand. In die periode worden de eitjes gelegd. Dat gebeurt alleen op schapengras. In het voorjaar komen de rupsen uit. Het aantal kommavlinders loopt in ons land drastisch terug. Er zijn nog hooguit 45 populaties. In Drenthe komen ze relatief veel voor, al is ook hier een dalende trend waarneembaar. Dit jaar werden er bij tellingen in Drenthe slechts negentien exemplaren waargenomen, tegen zo’n 60 vorig jaar. Na 2000 kwam hij nog op 23 terreinen in Drenthe voor, de laatste twee jaar is hij nog maar op veertien gebieden gezien. Kommavlinders zijn kwetsbaar. Het zijn vlinders met maar één generatie per jaar en een korte vliegperiode. „Ze zijn weinig mobiel, tien kilometer vliegen is al ver”, licht Michiel Wallis de Vries van de Vlinderstichting toe.

Verder moet hij onderweg geregeld nectar bijtanken op bloemen van het Jacobskruiskruid, slangekruid of distels. Maar het nectaraanbod neemt af, door de droge zomers en vermesting. Ook geschikte afzetplekjes voor eitjes verdwijnen, door het dichtgroeien van stuifduinen.

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw gingen boeren nog wel eens de hei op om een emmertje zand te halen. Of ze verbrandden wat afval op de hei. „Dat kleinschalig gerommel van vroeger willen we imiteren”, verduidelijkt Bertil Zoer van Het Drentse Landschap. Dat gebeurt door kleine open zandplekjes te creëren, door het steken van plaggen. De provincie stelt geld beschikbaar voor deze kleinschalige herstelmaatregelen.

Een regenachtige middag op het Reijntjesveld bij Orvelte, dat is bedekt met struikheide en rendiermos. Jelle de Vries van de Vlinderwerkgroep Drenthe wijst naar een hellinkje. „Vijftien jaar geleden was dat nog een kaal duin. Nu komen de korstmossen op.” Konijnen, die veel graven, zijn er al niet meer. Boswachter Pauline Arends schuift het vlakliggende blad van de speciale plagschop behendig in het zand en steekt de bovenste zandlaag weg. Ze gooit de plaggen op een hoopje. De kommavlinder zal dankbaar zijn.