Lameirinhas is de beste bij Fado Blue

Concert: Fado Blue met Fernando Lameirinhas, Nynke Laverman en JW Roy. Gehoord:3/12 Kleine Komedie, Amsterdam. Toernee t/m 22/12

„Rinkelende gitaren overspoelen mijn gemoed. Vanwaar dit huilen, este saudade? Waar vandaan? En waar naartoe?” zingt zangeres Nynke Laverman in haar liedje Geen Heimwee. Wie deze tekst helemaal wil horen, moet naar het programma Fado Blue. Daar vinden een Friezin met een countrysnik, een Portugese Mokumer en een Brabantse cowboy elkaar in gedeelde smart.

Het programma Fado Blue, naar een idee van Frank Veenstra, artistiek leider van MC Frits Philips in Eindhoven, zou december vorig jaar één uitvoering beleven. Die raakte echter zo snel uitverkocht dat ijlings een extra concert werd gepland. En nu is er een tournee, die eergisteren in de afgeladen ‘huiskamer’ van Fernando Lameirinhas begon.

Het werd al snel duidelijk dat Lameirinhas muzikaal ver boven Nynke Laverman en JW (Jan-Willem) Roy uitstijgt. De veelgeprezen Laverman heeft veel flair maar ook de neiging zich te overschreeuwen. Het pijnlijkst blijkt dat in haar soloversie van Alfonsina y el Mar op tekst van Félix Luna over de Argentijnse dichteres Alfonsina Storni die in 1938 haar leven beëindigde door de zee in te lopen. Wat meer nuchterheid zou Laverman sieren, ook in haar Friestalige repertoire.

De in een Brabants dorp getogen JW Roy maakte vier cd’s met ‘Americana’, maar kreeg pas succes met zijn cd Laagstraat 443 waarop hij Nederlands met een Brabants accent zingt. In een quasi blues in C met een mooie tweede stem van Lameirinhas overtuigt hij in een viriele Van Morrison-stijl. Maar in het nummer Tijd lijkt hij meer op André Hazes met een sentimentele slok teveel op. Als zanger is JW goed, voor de teksten kan hij beter een maatje zoeken.

Wat er bij Laverman en Roy ontbreekt, vult Lameirinhas moeiteloos aan. Hij weet wat hij kan, heeft gevoel voor timing en dynamiek, durft ook zacht te zingen en speelt trefzeker gitaar.

Lameirinhas heeft het voordeel dat hij met zijn eigen band speelt – met broer Antonio op akoestische basgitaar en de glashelder spelende Argentijn Juan Pablo Dobal op piano. Dat de laatste ook een goede mondfluiter is, weet de zaal ook zeer te waarderen. Al met al is het programma onderhoudend genoeg.