Kan dat: vrije en eerlijke verkiezingen in Pakistan?

Op 8 januari gaat Pakistan naar de stembus. Zo wil president Musharraf het. Maar Bhutto en Sharif dreigen vooralsnog met een boycot. Ze willen ‘eerlijke’ verkiezingen, zeggen ze.

Benazir Bhutto en Nawaz Sharif, rivaliserende politici met de grootste aanhang in Pakistan, hebben de handen ineengeslagen. Voorlopig althans. Gisteren maakten ze bekend pas te zullen deelnemen aan de door president Pervez Musharraf aangekondigde verkiezingen van 8 januari als die ‘vrij’ en ‘eerlijk’ verlopen.

Om te bepalen of er straks sprake zal zijn van een ‘geloofwaardige’ stembusgang, gaan de oud-premiers – beiden recentelijk in hun vaderland teruggekeerd uit ballingschap – gezamenlijk voorwaarden formuleren waaraan Musharraf moet voldoen. Zo moeten politieke gevangenen vrijkomen, onder wie de kritische opperrechter Chaudhry. Er moet openlijk campagne gevoerd kunnen worden. En, niet minder ingrijpend: de greep van het leger op het politieke bestel, door Musharraf grondwettelijk verankerd, moet teniet worden gedaan.

Zo gaat in Pakistan het eindspel in om de toekomstige verdeling van de macht – vooruitlopend op de beëindiging van de noodtoestand op 16 december. Vorige week trad Musharraf terug als legerleider en werd hij als burger beëdigd voor zijn tweede ambtstermijn als president. Na de verkiezingen van 8 januari ziet hij graag een regering aantreden met een hem vriendelijk gezinde premier aan het hoofd. Zo kan hij (nog steeds als vertrouweling van de strijdkrachten) de macht blijven uitoefenen. Dat laatste is naar eigen zeggen nodig om zijn land te behoeden voor verder afglijden naar moslimextremisme.

Musharrafs tegenstanders verwerpen die redenering. „Elke dictator denkt dat hij onmisbaar is”, zegt de Pakistaanse mensenrechtenactivist Peter Jacob, op bezoek in Nederland. Als woordvoerder van de Nationale Commissie voor Rechtvaardigheid en Vrede, vallend onder de Pakistaanse katholieke bisschoppenconferentie, geeft hij mede stem aan de burgerlijke oppositie in zijn land tegen het militaire bewind.

Anders dan sommigen in het buitenland, ziet Jacob (46) in Musharraf zeker niet de redder des vaderlands voor Pakistan. „Natuurlijk is Musharraf niet oprecht. Je kunt alleen oprecht zijn als je de grenzen van de wet respecteert”, zegt hij.

Met zijn machtsgreep (eind 1999) en zijn militair bewind in de afgelopen acht jaar heeft Musharraf overduidelijk getoond lak te hebben aan de grondwet. De enige uitweg voor Pakistan is terugkeer naar echte democratie, met de militairen in de kazerne en de politieke partijen aan zet, stelt Jacob.

Musharrafs rol is uitgespeeld, Pakistan moet hem niet meer, benadrukt hij. „Alleen een verkiezingsuitslag die de stemming onder de bevolking werkelijk weerspiegelt, zal politieke stabiliteit brengen. Alleen een regering die echt door het volk wordt gekozen, zal worden geaccepteerd.”

Volgens Jacob zou nu een interim-regering moeten worden belast met het voorbereiden van eerlijke verkiezingen. Op dit moment zijn de voorwaarden voor dergelijke verkiezingen, zoals gisteren ook verwoord door Bhutto en Sharif, nog lang niet vervuld.

Er is geen onafhankelijke verkiezingscommissie. Er is geen onafhankelijke rechterlijke macht. Er is geen vrijheid van meningsuiting. De politieke partijen kunnen niet in vrijheid opereren, somt Jacob op.

„Zelfs als met het opheffen van de noodtoestand alle gewenste verbeteringen zouden worden gerealiseerd, is de tijd (tot 8 januari) eigenlijk te kort om behoorlijke verkiezingscampagnes te voeren.”

Met zijn aankondiging van het opheffen van de noodtoestand en het houden van verkiezingen, ruim drie weken later, heeft Musharraf de bal nu in het kamp van Bhutto en Sharif gelegd.