Jeminee, is hij net vader geworden?

Online netwerken zijn in korte tijd immens populair geworden: driekwart van de internetters is lid.

Gluren, showen en contact leggen: daar draait het om.

De aantrekkingskracht van sociale netwerken op internet is niet moeilijk te begrijpen. Nooit was het zo gemakkelijk contact te houden met al die mensen die je niet hoeft te spreken, maar die je wel kent. Rondsnuffelen op hun profielsites levert geheid verrassingen op. Jeminee, is die contactgestoorde klasgenoot net vader geworden? Met wie dan? En wat doet die leuke oud-collega in New York?

En dan het gerichte speurwerk. Naar de nieuwe vriendin van een ex bijvoorbeeld. Om dan te ontdekken dat die wel erg mooi is en ook nog veel vrienden heeft. Balen. Maar uit de berichtjes op zijn profielsite staat gelukkig dat ze Sinterklaas niet samen vieren. Zou het niet goed gaan tussen ze?

Een groot deel van de mensen die dit artikel lezen, zal dit bekend voorkomen. Netwerksites zijn in korte tijd immens populair geworden. Een recente enquête van Ernst & Young (E&Y) onder 1.000 internetters, wijst uit dat driekwart van hen lid is van een of meer netwerksites. Terwijl ze drie jaar geleden nauwelijks bestonden. En het zijn niet alleen jongeren, ook de helft van de 45-plussers is lid van een netwerksite, waarvan Hyves (met bijna 4 miljoen leden in Nederland) en Schoolbank.nl verreweg de grootste zijn. Tweederde van de mensen die lid zijn, bezoekt zo’n site minstens een keer per week. Gevolg: bijna iedereen is te vinden – het wordt dus alleen maar leuker.

En wat doen al die mensen op die online netwerken? Showen, gluren en contact leggen: daar draait het voornamelijk om, blijkt uit deze enquête en ander onderzoek.

Het begint allemaal met het aanhalen van oude contacten; volgens de enquête van E&Y voor 56 procent een reden om lid te worden. Even een berichtje om aan te geven dat je iemand nog kent, vragen hoe het ermee gaat. „Vaak blijft het daarbij”, zegt Marjolein Antheunis, die een promotieonderzoek doet naar online netwerken aan de Universiteit van Amsterdam. „Dan weet je: die oud-klasgenoot heeft twee kindjes, en dat is dan weer genoeg. Het is ook niet te doen om met alle mensen van je basisschool te blijven omgaan.” 

Wel zitten er soms ‘ontdekkingen’ tussen. Mensen die uit het oog zijn verloren, maar met wie het eigenlijk zo goed klikte dat de vriendschap nieuw leven wordt ingeblazen. „Dat kan natuurlijk ook in het café gebeuren”, zegt Antheunis. „Alleen is de kans op zo’n site veel groter. Je kunt gewoon zoeken op naam en ziet ook wie vrienden van vrienden zijn.” Zo doet internet hetzelfde voor vrienden als voor de verkoop van zeldzame lp’s of oude machineonderdelen: het maakt ze vindbaar voor iedereen met een internetverbinding. Het concept van de long tail – producten waarvoor weinig belangstelling is krijgen dankzij internet toch een afzetmarkt – lijkt dus zelfs op te gaan voor vrienden.

Het gluren naar andere mensen, zoals Antheunis het noemt, is een andere veel genoemde bezigheid. Het „achterhalen van info over kennissen of klanten” blijkt voor 15 procent van de leden de belangrijkste reden om in te loggen, „rondkijken uit nieuwsgierigheid” voor 16 procent. Ook is het volgens Antheunis een van de belangrijkste motieven om lid te worden. Veel profielen zijn immers alleen voor leden te bekijken. Dit gaat zeker op voor zakelijke netwerksites. Even op zakelijk netwerk Linkedin kijken wat een nieuwe zakenpartner heeft gestudeerd en – niet onbelangrijk – welke mensen hij kent.

Maar, is op een online netwerk echt te zien hoe het met iemand gaat en wat hem bezighoudt? Want op een online netwerk willen leden ook vooral zelf laten zien hoe leuk, slim en mooi ze zijn, en hoe goed het met ze gaat. En niet te vergeten: hoe populair ze wel niet zijn, door zoveel mogelijk ‘vrienden’ te verzamelen. „Je kunt jezelf laten zien hoe je wilt zijn. Hoe lelijk je ook bent, er zijn altijd wel foto’s te vinden waar je mooi op staat”, zegt Alexander Schouten, die onlangs promoveerde op de invloed van internetdiensten op het zelfbeeld van tieners.

Zelf heeft Schouten overigens ‘maar’ veertig Hyvesvrienden. „Ik heb geen enkele behoefte om mensen toe te voegen.” Zo zijn er veel mensen die wel op een netwerksite zitten, maar er slechts af en toe iets mee doen. Inloggen als ze een bericht hebben ontvangen, maar verder nauwelijks. „Echt actief zo’n profiel onderhouden kost heel veel tijd”, zegt Antheunis. Voor veel leden is het in het begin even leuk om alle voormalige klasgenoten en oude liefdes op te zoeken. Daarna wordt het vooral een archief: van al die mensen die ze wel kennen, maar voor wie ze eigenlijk geen tijd hebben.