Heerlijk

Sinterklaas is bezig aan een comeback, lees ik. Onder de Nederlanders heeft hij dit jaar een aanhang van 53 procent tegen 47 procent voor de kerstman. Zou het kloppen?

Afgaand op andere gegevens en enig eigen veldonderzoek vermoed ik van wel. Zo deed de ANWB een oproep aan automobilisten vandaag vrij te nemen om de ‘pakjesavondfiles’ te voorkomen.

Vorig jaar stond er op 5 december een file van 500 kilometer – normaal is dat op woensdagavond 125 kilometer. Als over een paar eeuwen een geschiedschrijver snel een beeld wil geven van het welvaartspeil in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw, kan hij met de voorgaande twee zinnen volstaan, lijkt mij. Was was ons grootste probleem? ‘Pakjesavondfiles’.

Mijn veldonderzoek bestond uit een intensief bezoek aan de speelgoedwinkel Intertoys. Ik was nog geen halve minuut binnen of ik hoorde een vrouw, met uitpuilende tassen aan haar voeten, in haar mobiele telefoon zeggen: „Ik heb zóveel gekocht, Mikado, een Atlasspel, een Ongeluksspel en iets met spoedoperaties, ik ga naar huis, ik heb het nu zwaar gehad, zie je morgen, mam, dikke kus, we zetten alles op de overloop, vergeet de chocolademelk en de wijn niet, en o ja, ik heb ook nog een spel gekocht waar ze van alles omver moeten gooien, dat wordt lachen.”

Hollandse gezelligheid kent maar één tijd: pakjesavond. De rest van het jaar leven we daar naartoe. Heerlijk.

En er is nog veel méér. We hebben het in Nederland de afgelopen maanden dankzij Máxima veel over onze nationale identiteit gehad. Bestaat die nou wel of niet, en moeten we er niet meer werk van maken?

Ik zou zeggen: Sinterklaas is onze onvervreemdbare Nederlandse identiteit. We hoeven niet langer verder te zoeken naar allerlei moeizaam geconstrueerde, abstracte identiteiten. Met Sinterklaas boren we een reusachtig reservoir aan burgerschap en gemeenschapszin aan. „Hij is een sociaal-democraat met een christelijke traditie en moet niets hebben van dieven en andere kwade geesten”, schreef de historicus Jan de Bas deze week in de christelijke krant Trouw.

Precies. Sinterklaas ligt als een moreel rotsblok in ons collectieve geheugen opgeslagen. Vraag de Nederlander naar zijn vroegste ervaringen met de Sint, en hij houdt voorlopig niet meer op.

Nu blijkt dat we dit erfgoed praktisch ongeschonden aan jongere generaties hebben kunnen overdragen. Daarmee laten we zien dat we een gul, genereus en gastvrij volk zijn. We geven volop aan onze kinderen, nota bene via een uit Spanje afkomstige allochtoon en zijn zwarte helpers – multicultureler en multikleuriger kan het niet. Zelfs Rita Verdonk hoor ik al bijna kreunen van inburgeringsgenot.

Daarom ook had Doekle Terpstra helemaal niet hoeven te beginnen aan die voorbeweging tégen Wilders (begrijpt hij het zelf nog?). Volkomen overbodig. Wij hebben Sinterklaas al, hét levende nationale symbool in de strijd tegen onverdraagzaaamheid. Bram van der Vlugt als onze Martin Luther King. Zolang we Sinterklaas hebben, kan ons niets gebeuren. Tenzij Wilders zelf ook Sinterklaas probeert te worden. Per slot van rekening is hij ook al plaatsvervangend Kamervoorzitter.

Maar een Sinterklaas met een Limburgse gee – nee. Die coup zullen we Wilders niet gunnen.