Gelukkig, toch geen Derde Wereldoorlog

Het Iran-rapport heeft in de VS grote binnenlands-politieke gevolgen.

Voor president Bush, voor Hillary Clinton én voor Republikeinse kandidaten.

Foto AP ** FOR USE AS DESIRED WITH YEAR END--FILE **A car bomb explodes, detonated by U.S. troops after it was discovered at the scene of the double car bombing in Baghdad, Iraq, in this April 14, 2005, file photo. (AP Photo/Samir Mizban/FILE) Associated Press

Tot zover de Derde Wereldoorlog. De Amerikaanse inlichtingendiensten zijn er vrijwel van overtuigd dat Iran in 2003 zijn nucleaire wapenprogramma heeft stopgezet, zo maakten ze maandag bekend.

President George W. Bush zinspeelde vorige maand nog op zo’n Derde Wereldoorlog over het programma. En vicepresident Cheney dreigde met „serieuze gevolgen” wanneer Iran het niet zou staken. Loze woorden dus, blijkt nu.

Een minderheid in de regering-Bush, volgens velen aangevoerd door Cheney, zou tot voor kort voorstander zijn geweest van een aanval op Iran. Die factie streeft naar een ander regime in Iran, en zag, zo luidde de speculatie, Irans hardnekkige voortgang met het nucleaire programma als geschikte casus belli voor eventuele bombardementen.

Maar met de analyse van gisteren is het vrijwel onmogelijk geworden voor de regering-Bush, die nog een jaar te gaan heeft, om een aanval te rechtvaardigen.

En hoewel gisteren een reeks politici en deskundigen de houding van het Witte Huis in de laatste jaren hevig bekritiseerde, hield nationaal veiligheidsadviseur Steven Hadley vol dat de regering „terecht bezorgd was over het nucleaire programma”.

In het neoconservatieve kamp bleef het opmerkelijk stil. Michael Ledeen van het American Enterprise Institute (AEI), een prominente voorstander van omverwerping van het Iraanse regime, kwam pas gisteravond laat met een bericht op zijn weblog, hoewel het blog de titel Faster, Please! draagt. De gebruikelijke stelligheid ontbrak. Hij waarschuwde slechts voor te snelle conclusies, en citeerde Donald Rumsfeld: „We weten niet wat we niet weten”. Het was overigens typerend voor de houding van veel experts: het rapport zette bijna iedereen op het verkeerde been.

Opmerkelijk was vooral dat de zestien inlichtingendiensten hun stuk – de zogenoemde National Intelligence Estimate – zélf openbaar maakten. De afgelopen jaren talmden ze geregeld met de vrijgave van inlichtingenanalyses.

Maar uit de reacties van de twee voorzitters van commissies voor de inlichtingendiensten in het Congres, de Democraten Rockefeller (Senaat) en Reyes (Huis), bleek gisteren dat zij geen van beiden druk op de diensten hadden hoeven uitoefenen om de stukken naar buiten te brengen. Het wekt de indruk dat de inlichtingengemeenschap de fouten van vorige oorlog – althans van de aanloop daartoe – wil vermijden. Voorafgaand aan de invasie van Irak waren de diensten immers niet alleen bereid hun bevindingen aan te passen aan de politieke behoefte. Ze hielpen ook mee aan een proces waarbij openbare controle op de bevindingen nagenoeg onmogelijk was: alle analyses kregen het stempel vertrouwelijk. Fouten in het werk van de CIA werden zodoende te laat vastgesteld.

De geloofwaardigheid van de diensten stond inzake Iran opnieuw onder druk. De conclusie van gisteren staat immers haaks op een analyse van diezelfde diensten twee jaar geleden, toen zij concludeerden dat Iran zijn nucleaire programma mede aanwendde voor de mogelijke ontwikkeling van een kernwapen. Een conclusie die in belangrijke mate de grondslag vormde voor vergaande Amerikaanse en internationale sancties tegen Iran.

De gevolgen voor de binnenlandse politiek in de VS zullen aanzienlijk zijn. Het was de verwachting dat de oplopende spanningen tussen de VS en Iran over het nucleaire programma tot een hoogtepunt zouden komen in het verkiezingsjaar 2008. Dat lijkt nu van de baan.

Het betekent in de eerste plaats dat Hillary Clinton de komende weken opnieuw onder vuur komt te liggen van haar Democratische tegenstanders. Clinton was het enige Democratische kopstuk dat afgelopen najaar vóór een resolutie in de Senaat stemde om Iraanse elitetroepen te bestempelen als terreurorganisatie. Hoewel dat verband hield met het werk dat die troepen zouden doen ter ondersteuning van opstandelingen in Irak, ligt het voor de hand dat Clinton opnieuw het verwijt van haar rivaal Obama zal krijgen dat ze, als het erop aankomt, te veel in de pas loopt met Bush.

Verder zagen diverse Republikeinen – Giuliani, Romney, McCain, Thompson – er duidelijk naar uit hun campagne mede te baseren op een mogelijke confrontatie met Iran. Zij gebruikten allemaal dezelfde frase: „Eén ding is gevaarlijker dan een aanval op Iran: een nucleair Iran.” McCain maakte er zelfs het grapje door een nieuwe tekst voor een liedje van de Beach Boys te maken: Bomb bomb bomb, bomb bomb Iran. Nationale veiligheid is traditioneel een sterk thema voor Republikeinen in een presidentsrace – het geeft hun de kans Democraten als slappelingen neer te zetten – maar door de oorlog in Irak en de laatste ontwikkelingen in Iran wordt het deze keer moeilijk nog invalshoeken te vinden.

Ten slotte is de rapportage van gisteren natuurlijk vooral pijnlijk voor Bush. Het herinnert aan zijn zwakke leiderschap tijdens de aanloop naar de invasie van Irak, en het legt inzake Iran bloot dat de inlichtingengemeenschap de feiten niet opnieuw aan zijn retoriek wil aanpassen.

Met nog een jaar te gaan en de verkiezingscampagne op stoom, is zijn binnenlandse rol al uitgespeeld. Tenzij zich een ramp of aanslag voordoet. En in het buitenland kan alleen het overleg tussen Israël en de Palestijnen hem misschien nog in beeld brengen – want die Derde Wereldoorlog zit er dus even niet in.

Bekijk het filmpje op YouTube van McCain die ‘bomb Iran’ zingt via nrcnext.nl/mijnnext