Geen waardering voor tegendraadse economen

Twee jaar geleden wilde het parlement een eigen raad van economische adviseurs, de REA. Tegendraadse adviezen waren het resultaat. Nu heeft men er genoeg van. De raad krijgt nog één jaar om zich te bewijzen.

Ze zijn kritisch, tegendraads en eigenwijs. Vergrijzing noemen ze „een zegen”. Een paternalistische staat die zich bemoeit met kinderopvoeding of vetzucht, is ongewenst. Het mes moet in de renteaftrek voor hypotheken. En we moeten meer werken, want Nederland is kampioen vrije tijd.

Prikkelend, oordeelt de één over hun werk. Borrelpraat, meent de ander. De vijf economen van de Raad van Economisch Adviseurs (REA) hebben in drie jaar tijd tien adviezen voor het parlement geschreven. Maar de meeste politieke partijen hebben er geen boodschap aan. De economen krijgen nog één jaar om zich te bewijzen. Anders kan de raad beter worden opgedoekt, luidt het advies van de financiële partijspecialisten waarover het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer vandaag beslist.

„In de samenleving slaan onze adviezen aan, maar de Kamer vindt de toon van onze rapporten kennelijk te uitdagend”, zegt Harry van Dalen, econoom aan de Universiteit van Tilburg en secretaris van de REA. „De adviezen van de raad zijn net politieke columns”, vindt Paul Tang, Tweede Kamerlid en financieel woordvoerder voor de PvdA. „De kracht van hun rapporten moet echter uit de analyse komen. Meningen hebben we zelf wel.”

De politieke ontstaansgeschiedenis van de raad speelt een rol bij het huidige oordeel van de commissie Financiën. Het parlement heeft geen ervaring met een eigen minidenktank, die gevraagd en ongevraagd onafhankelijke adviezen geeft. De REA is de enige adviesraad in Den Haag die niet verbonden is aan een ministerie, de regering, een lobbygroep of maatschappelijke organisatie.

Initiatiefnemer van de raad was het CDA-Kamerlid Frans de Nerée tot Babberich. Hij kreeg het idee toen hij in de jaren negentig werkte op de Nederlandse ambassade in Washington en daar de Council of Economic Advisers leerde kennen, een belangrijk adviesorgaan van topeconomen voor de Amerikaanse president, en het Congressional Budget Office, dat voor het Congres de begrotingseffecten van wetsvoorstellen onderzoekt.

„In Nederland kennen we alleen het Centraal Planbureau”, licht De Nerée toe. „Er is te weinig tegenwicht. De Kamer kan de analyses van het Planbureau moeilijk controleren. Een eigen adviesraad voor het parlement is gewenst.”

Dus nam hij drie jaar geleden het initiatief tot oprichting van de REA en kreeg steun van de Kamerleden Ferd Crone (PvdA) en Bert Bakker (D66). De Kamer ging akkoord en in maart 2005 ging de raad van start. Binnen de kortste keren lag er een stapel rapporten op tafel: vier in het eerste jaar. De adviezen over de Voorjaarsnota 2005, de Miljoenennota en het kabinetsbeleid rondom innovatie waren al direct controversieel.

De economen hekelden de opeenstapeling van het toenmalige kabinet (CDA, VVD, D66) aan grootscheepse hervormingsplannen van zorg en sociaal stelsel, die herstel van de destijds nog kwakkelende economie tegenwerkten. Het advies schoot de VVD („Ik had beter een gratis advies kunnen krijgen bij De Nederlandsche Bank”, sneerde Kamerlid Stef Blok) in het verkeerde keelgat. Ook premier Balkenende (CDA) was not amused. Een pleidooi voor versoepeling van het ontslagrecht viel bij links in slechte aarde. En met de laconieke houding ten opzichte van de vergrijzing ging de REA lijnrecht in tegen de doemscenario’s van het Centraal Planbureau.

„We willen een verfrissend tegengeluid laten horen’’, zegt Kees Koedijk, hoogleraar in Tilburg en voorzitter van de raad. Volgens de economen zelf zijn ze daarin geslaagd. De tien adviezen hebben in de samenleving veel aandacht gekregen. Alleen heeft het parlement de REA geen enkele keer om advies gevraagd. Als dit een teken is van onverschilligheid, kan de raad beter worden opgeheven, stellen Koedijk en Van Dalen.

„Er is te weinig contact tussen het parlement en de REA”, beaamt CDA-Kamerlid De Nerée. De raad heeft in ieder geval goed werk geleverd, vindt hij. „Ik hoop dat ze doorgaan. De rapporten zijn leuk, kort en in normaal Nederlands geschreven.” Voor de SP’er Ewout Irrgang mag de raad echter worden opgeheven. „Het concept is verkeerd. Mensen van naam drukken een stempel op het advies. De Kamer heeft echter behoefte aan het navlooien van de begroting.” VVD-Kamerlid Frans Weekers is milder. „De REA moet komend jaar bewijzen wat de meerwaarde is van zijn adviezen.” Over een mogelijk nieuwe opzet moet snel met de REA gesproken worden, vindt hij. „De Kamer heeft de raad zelf ingesteld. Dan moet ze er ook serieus werk van maken.”