Flinke vrouw op de Mongoolse steppen

Tuya’s Marriage (Tuya de hun shi). Regie: Wang Quan’an. Met: Yu Nan, Bater, Baolier, Zhaya, Ben’ge. In: 5 bioscopen.

Denk niet meteen: alweer een film uit Mongolië. Mongolië is hip in de filmtheaters en het Nederlandse publiek komt niets te kort op dat gebied. De filmliefhebber kent het land van wuivende grashalmen langzamerhand beter dan zijn eigen achtertuin. Maar om te beginnen speelt Tuya’s Marriage, die begin dit jaar op het Filmfestival Berlijn de Gouden Beer won, zich af in het toch net weer ietsje andere landschap van Chinees Binnen-Mongolië. En ten tweede houdt de film zich met heel andere dingen bezig dan de krachtige cinema van bijvoorbeeld Khadak of Cave of the Yellow Dog.

Dat komt vooral door protagoniste Tuya. Zij is een ongewoon zelfbewuste en flinke jonge vrouw, al slaat dat door onze relatieve onbekendheid met Aziatische acteerstijlen ook regelmatig door naar het irritante en drammerige.

Hoofdrolspeelster Yu Nan zet een sterk personage neer, een bijna feministisch karakter, maar we waarderen haar door haar presence meer met ons verstand dan op emotioneel niveau. Nu is Tuya zelf ook niet bepaald met haar gevoelsleven bezig. Getrouwd met een verlamde man en door de dokter in niet mis te verstane bewoordingen gewaarschuwd dat ook voor haar invaliditeit dreigt als ze het niet rustiger aan gaat doen, neemt ze een drastische beslissing. Ze gaat op zoek naar een nieuwe echtgenoot, eentje met meer geld vooral, die echter wel moet toezeggen zich over Tuya, haar kinderen én haar ex te ontfermen. De boodschap is duidelijk: overleven is hard op de steppen, en de wereld is niet vrouw-vriendelijk in China.

Tuya’s Marriage is vooral een sociaal-realistisch drama dat zich min of meer toevallig op de als altijd oogverblindend gefilmde Mongoolse steppen heeft gevestigd. Regisseur Wang Quan’an (1956) laadt door de slimme mix van misère, lichte ironie en mooimooimooie beelden de verdenking op zich zijn film wel érg op de Westerse markt te hebben toegesneden.