Excessief rocken kan nog één keer

Op 10 december geeft Led Zeppelin in Londen een eenmalig concert.

Er zijn al zeker 2 miljoen gegadigden voor slechts 20.000 kaartjes.

Voordat we het over de muziek hebben, eerst iets over de beestachtige reputatie van Led Zeppelin. Op tournee in Amerika was er geen groupie die de weg niet wist te vinden naar de hotelkamers van de Engelse rockgoden. Maar de bandleden hielden er nog andere prioriteiten op na behalve seks, drugs en rock ‘n’ roll. In 1969, op een van hun eerste tournees naar de VS, ontdekten ze het Edgewater Inn-hotel in Seattle. Daar kon je vanaf het balkon van de hotelkamers een hengel uitgooien. The Beatles hadden er eerder ondervonden dat je er ’s nachts na een optreden nog rustig een emmer vol vis kon vangen.

Vooral drummer John Bonham en toermanager Richard Cole waren enthousiaste sportvissers, memoreert Cole in zijn autobiografie Stairway To Heaven: Led Zeppelin Uncensored. De overvloedige drank, drugs en seks gingen vervelen en in Seattle konden ze stoom afblazen door hele ladingen bijtgrage mud sharks en red snappers binnen te halen.

Eén groupie had zich op het bed laten vastbinden. Een bandlid van voorprogramma Vanilla Fudge filmde zijn Zeppelincollega’s terwijl ze vieze dingen deden met het blote meisje en een dode vis.

Na de feestelijkheden stapelden Bonham en Cole hun vangst op in de linnenkast. Daar ging het de volgende dag behoorlijk stinken, dus huurden ze er een andere hotelkamer bij om ongestoord te kunnen slapen. De volgende ochtend werd het hele hotel opgeschrikt door een ijselijk gegil. Het kamermeisje had bij haar schoonmaakwerk de kast opengetrokken en werd bedolven onder een lading rottende en stinkende vis. Led Zeppelin werd uit het hotel gegooid, maar dat weerhield hen er niet van om bij volgende bezoeken aan Seattle telkens weer in het Edgewater Inn te verblijven. Het ‘red snapper incident’ maakte hen berucht als de meest excessieve rockers aller tijden.

Excessief was ook de vraag naar kaartjes, toen Led Zeppelin afgelopen september bekendmaakte dat de groep nog één keer bij elkaar komt voor een muzikaal eerbetoon aan hun in december vorig jaar overleden platenbaas Ahmet Ertegun van Atlantic Records. Eigenlijk bestonden ze al niet meer sinds John Bonham in 1980 aan een overdosis alcohol was overleden.

Met zoon Jason Bonham op drums repeteerden zanger Robert Plant, gitarist Jimmy Page en bassist John Paul Jones in het diepste geheim voor het concert dat ze op 10 december geven in de Londense O2 Arena. Daar kunnen 20.000 mensen in; via internet meldden zich meer dan 2 miljoen geïnteresseerden in de bepaald niet goedkope toegangsbewijzen. Eén fan betaalde 116.000 euro voor twee kaartjes, op een liefdadigheidsveiling voor Children In Need.

Twee miljoen verstokte fans, dat is nogal wat voor een band die in een kwart eeuw nauwelijks meer een teken van leven heeft gegeven. Met rockklassiekers als Whole lotta love, Stairway to heaven en Kashmir behield Led Zeppelin het magische aura van hardrockpioniers die nog altijd tot de verbeelding spreken.

In de loop der jaren lieten jongere groepen als The Beastie Boys, Foo Fighters en Wolfmother zich gretig inspireren door de manier waarop Led Zeppelin de bluesmuziek van oude Amerikaanse muzikanten had uitgebouwd en omgevormd tot een monumentale rocksound. Oosterse invloeden, akoestische folk en mystieke teksten over elfjes en feeën droegen bij aan hun aantrekkingskracht, die bewaard bleef nadat ze in 1995 bij hun toelating tot de Rock and Roll Hall of fame een stroeve poging tot een reünieconcert hadden ondernomen.

De magie is er nog volop, zegt de inmiddels 41-jarige Jason Bonham in een coverartikel van Rolling Stone over zijn repetities met de drie rockveteranen (Plant is 59, Page en Jones allebei in de zestig). Nieuwe platen hoeven ze niet meer te maken, want een heruitgave van de filmsoundtrack en dvd The Song Remains The Same houdt de aandacht warm en het nieuw samengestelde verzamelalbum Mothership staat hoog in de internationale albumlijsten. Robert Plant bleef in de tussenliggende jaren actief als solist en maakte eerder dit jaar het prachtig ingetogen album Raising Sand met countryzangeres Alison Krauss.

Groupies en dode vissen spelen allang geen rol meer in de recreatieve bezigheden van de bandleden. Het heeft Led Zeppelin altijd dwars gezeten, dat ze in hun hoogtijdagen nooit de goede kritieken en de serieuze aandacht van de pers kregen die ze op grond van hun enorme succes verdienden. In de jaren zeventig huurden ze zelf duurbetaalde publicisten in om lovende artikelen over ze te schrijven, nadat Rolling Stone hun muziek had omschreven als „een slappe luchtballon”.

Als jong broekie en gelegenheidshulpje voor de roadies bij het laatste Nederlandse concert van Led Zeppelin in het Rotterdamse Ahoy (juni 1980) ontmoette ik Robert Plant, lang voordat ik mezelf popjournalist mocht noemen. Hij verveelde zich suf op tournee, vertelde de zanger, zodanig dat hij om de stille uren in hotels en kleedkamers te vullen een schriftelijke cursus sociologie was begonnen.

Terwijl John Bonham backstage letterlijk de splinters van een klein oefendrumstel sloeg om zich op te warmen, droegen handlangers de gereedstaande flessen champagne en wijn naar de vier afzonderlijke limousines die achter het podium stonden te wachten. Onmiddellijk na het optreden scheurden die limo’s het sportpaleis uit, elk met één bandlid aan boord. Een hechte band was Led Zeppelin toen allang niet meer, hoewel ze op het podium zo nu en dan nog konden vlammen. Drie maanden later was Bonham dood en leek het met Led Zeppelin voorgoed gedaan.

Zoon Jason leerde drummen van zijn vader en verdiende zijn sporen bij The Who en Foreigner. Het bandgevoel is er weer, meldt hij opgetogen over de repetities met het herboren Led Zeppelin. Nog één kleine handicap was er: Jimmy Page viel van de trap en brak zijn pink. Het Ahmet Ertegun Memorial Concert moest worden uitgesteld van 26 november naar 10 december.

Het zou een signaal kunnen zijn van een duistere mythe die Led Zeppelin achtervolgt. De bandleden, met name Page, zouden zich zodanig vastgebeten hebben in zwarte magie dat er altijd wat mis moet gaan. 20.000 gelukkigen weten er volgende week het fijne van. Als er iemand een kaartje over heeft, hoor ik het graag.