‘EU heeft één financiële toezichthouder nodig’

De oude bankrot Jacques De Larosière maakte veel financiële crises mee. De huidige kredietcrisis ziet hij met lede ogen aan. „De banken moeten terug naar degelijke principes.”

„Door de financiële crisis van dit moment voel ik me 25 jaar jonger”, zegt Jacques De Larosière met een glimlach. „Het is alsof ik de schuldencrisis van 1982 in Latijns-Amerika opnieuw beleef. Alleen is het deze keer een stuk ingewikkelder.”

Jacques De Larosière (78), veteraan van het internationale financiële establishment – oud-directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), oud-president van de Banque de France, oud-president van de Europese Bank voor Oost-Europa – heeft zijn leven lang financiële crises opgelost.

Toen Mexico in 1982 bankroet ging en daarna Argentinië, Brazilië en andere Latijns-Amerikaanse landen als in een dominospel bezweken onder hun schuldenlast, riep De Larosière de hoogste bazen van een handvol grote Amerikaanse en Europese banken bij elkaar in zijn kantoor van het IMF. Hij zette ze zwaar onder druk, zodat ze bereid waren overbruggingskredieten van tientallen miljarden dollars aan de failliete landen te verstrekken. Daarmee voorkwam hij dat de schuldencrisis van Latijns-Amerika uitmondde in een internationale financiële crisis.

Nu ligt het een stuk ingewikkelder, zegt hij. „Het is een nieuwe vorm van een oud probleem, waarmee ik mijn hele leven al te maken heb gehad.” Net als nu wist in 1982 aanvankelijk niemand precies hoe groot de uitstaande vorderingen op de schuldenlanden waren, maar het aantal betrokken banken was te overzien. De bankiers pasten in één kamer.

De huidige financiële crisis is veel diffuser. Op een bijeenkomst van Eurofi, een Europese denktank voor de financiële sector, gisteren in Brussel, gaf De Larosière zijn „persoonlijke visie” op de kredietcrisis die inmiddels vier maanden het internationale financiële stelsel teistert en nog lang niet voorbij is. „De situatie wordt niet beter. Verliezen en voorzieningen nemen nog toe”, waarschuwde De Larosière.

Financiële instellingen hebben (net zoals indertijd met de leningen aan Latijns-Amerikaanse landen) in de voorafgaande periode van lage rente de risico’s van niet-betaling uit het oog verloren. Door de moderne doorverkoop van schuldpapier is het aantal gedupeerde financiële instellingen nu alleen vele malen groter. Daardoor is het lastiger inzicht te krijgen in de omvang van de slechte kredieten, maar ook om er snel greep op te krijgen.

De overeenkomst met eerdere financiële crises is dat er sprake was van overvloedige liquiditeit die plotseling opdroogde, en van overmatige schulden die niet kunnen worden afgelost. „Extreme kwetsbaarheid” van het hele financiële stelsel is het gevolg, waarschuwde De Larosière zijn gehoor van merendeels jonge bankiers die de crises van de jaren tachtig niet hebben meegemaakt.

„We moeten streven naar een systeem dat de financiële risico’s zoveel mogelijk beperkt, maar niet uitsluit”, zei hij. In de Europese Unie moet daarom het toezicht op de financiële sector verbeterd worden, want het huidige systeem van toezicht is nog altijd nationaal georganiseerd en dat schiet tekort in het geval van grensoverschrijdende crises zoals nu het geval is.

De uiteenlopende nationale regelgeving moet worden geharmoniseerd en het banktoezicht moet op Europese schaal worden gecoördineerd. Met name voor de grote financiële instellingen, die in meerdere Europese landen of wereldwijd actief zijn, is het gewenst om niet met allerlei nationale regelingen en verschillende toezichthouders te moeten werken, maar met één set regels en één toezichthouder.

Hij zag wel wat in een Frans voorstel om een commissie van wijze mannen in te stellen die zich over de Europese regelgeving en het banktoezicht moeten buigen. Op den duur zou er een ‘Europees systeem van bankentoezicht’ moeten komen. Maar de Britten, zoals gebruikelijk, zijn huiverig voor iedere stap naar Europese regelgeving of toezicht op de financiële sector. Die beschouwen ze als een aantasting van de positie van de ‘City’ als financieel centrum.

Tot nu toe zijn er in Europa drie banken – twee Duitse hypotheekbanken en het Britse Northern Rock – in problemen gekomen en hebben financiële instellingen miljarden als niet-invorderbaar moeten afschrijven. Wat gebeurt er als een grote Europese bank in een acute crisis belandt?

De Larosière: „De banken moeten terug naar degelijke principes en waakzaamheid voor risicobeheersing. Verder is het huidige systeem van toezicht aan herziening toe. Er moet in Europa een grensoverschrijdend, intelligent stelsel van banktoezicht komen. Om dat te bereiken is politieke wil nodig.”