Er gaat niets boven een eigen missie

Zou het niet nuttig zijn als ambassades van Europese lidstaten voor alle Europeanen zouden werken?

Dat is het schrikbeeld van veel diplomaten.

Gezamenlijk ambassadecomplex van de Noordse landen in Berlijn – een voorbeeld voor de Europese Unie? Foto AP View of the Northern Embassies in Berlin Tuesday, October 12, 1999. The outstanding building belongs to the embassies of Denmark, Iceland, Finland, Norway and Sweden and was built in two years. It will be officially opened on Wednesday, October 20, 1999. 170 persons, working in the embassies, have already moved into the building. (AP Photo/Fritz Reiss) Associated Press

Een sticker in het paspoort voor iedere Europese onderdaan, waarin staat bij welke ambassade men in landen buiten de Unie terecht kan in geval van problemen. Dit is het, op het eerste gezicht onschuldige, voorstel dat de Europese Commissie vandaag zal lanceren in een poging ook in het verre buitenland iets te betekenen voor de burgers van Europa.

Maar in de lidstaten van de Unie rinkelen de alarmbellen al. „De Europese Commissie kan wel van alles voorstellen, maar het zijn de landen die hierover moeten beslissen. En zover is het nog lang niet”, laat een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken weten.

Het is duidelijk: hier wordt een gevoelige snaar geraakt. Want wie het heeft over gemeenschappelijke consulaire activiteiten, komt in de buurt van een gemeenschappelijke buitenlandse dienst. En dat staat gelijk aan het betreden van een mijnenveld, zoals blijkt uit de getergde reactie van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Een prachtbeeld voor liefhebbers van moderne bouwkunst, een schrikbeeld voor veel diplomaten: het ‘Nordic Fellushus’ in de ambassadewijk van de Duitse hoofdstad Berlijn. Binnen een koperen schil zijn op die plek de diplomatieke missies van Denemarken, Zweden, Finland, IJsland en Noorwegen gevestigd. Elk met een eigen gebouw, maar er zijn ook gemeenschappelijke ruimtes. Het is een project met een duidelijke boodschap: nationale belangen kunnen in gezamenlijkheid worden behartigd.

In het klein is dit waar sommige Europese ambtenaren in Brussel van dromen als het veel besproken Europees Verdrag in werking zal zijn getreden. Een grote diplomatieke dienst die in de wereld kan optreden namens de Europese Unie. Weliswaar zullen de eigen verantwoordelijkheden van de nationale lidstaten worden gerespecteerd – op verzoek van Groot-Brittannië is dit nog eens uitdrukkelijk in het Verdrag in een voetnoot vastgelegd – maar ook dan schiet er nog voldoende over.

Althans, dat is de gedachte bij de medewerkers van Javier Solana, de huidige EU-buitenlandcoördinator van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken. Zijn taak zal in het nieuwe verdrag flink worden uitgebreid als hij tevens namens de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie kan optreden.

Hoe belangrijk is het bijvoorbeeld voor een land als Nederland er ‘eigen’ ambassade in landen buiten de EU op na te houden als Europa op buitenlands politiek gebied steeds meer met één mond gaat spreken en daar tevens naar gaat handelen. Moet, net als bij fusies in het bedrijfsleven, ook hier niet gestreefd worden naar synergievoordelen?

Nee, klinkt het in de hoofdsteden van nagenoeg alle lidstaten. Landen hebben allemaal hun specifieke belangen die een ‘eigen’ missie rechtvaardigen. Dat neemt niet weg dat lang niet alle landen overal vertegenwoordigd zijn. Nederland heeft bijvoorbeeld 111 ambassades. In de landen waar Nederland niet is vertegenwoordigd, worden de zaken door een ander land waargenomen.

Over hoe de toekomstige Europese buitenlandse dienst er precies uit gaat zien, begon al jaren geleden een loopgravenoorlog, toen deze voor het eerst werd genoemd in de aanloop naar de Europese Grondwet. Voor een deel zou de dienst taken moeten gaan overnemen van de Europese Commissie – wat bij de betrokken ambtenaren van het dagelijks bestuur tot het nodige gemor leidde.

Maar in een vorige maand verschenen studie van het in Brussel gevestigde European Policy Centre stellen de onderzoekers David Rijks en Richard Whitman, dat de nieuwe Europese buitenlandse dienst de mogelijkheid in zich heeft om tot een herwaardering van de diplomatieke vertegenwoordiging te komen.