En weer stond bij Drago Pilsel de haat voor de deur

Opgroeien in de Argentijnse dictatuur, vechten in de Falkland-oorlog, verslaggeven aan het Kroatische front – de geschiedenis heeft flinke krassen gezet in het gezicht van Drago Pilsel. Zijn ogen schieten voortdurend van links naar rechts. Alsof het gevaar nog altijd op de loer ligt.

Door een chronische ziekte is de Kroatische publicist en theoloog Pilsel gekluisterd aan huis, in een gehucht in de heuvels rond de hoofdstad Zagreb. „Het begon met posttraumatische stress stoornissen, daarna kwamen de darmproblemen”, zegt Pilsel terwijl hij de wijn inschenkt. Vanuit zijn tuin, ingeklemd tussen half vergane boerenschuren waar niemand meer naar omkijkt, heeft hij uitzicht op Zagreb. Daar woedt nu het gevecht om de macht. Na de recente verkiezingen claimt zowel de demissionaire regeringspartij HDZ als de socialistische oppositiepartij SDP het recht een nieuwe regering te vormen.

Pilsel (45) steunt de oppositie, de partij heeft hem een mooie post in het vooruitzicht gesteld. Maar hij is er de man niet naar om nog ergens op te rekenen.

Met zijn vrouw spreekt hij Spaans, de taal van zijn jeugd die hij doorbracht in Argentinië waar zijn ouders na de Tweede Wereldoorlog vanuit Kroatië heen waren gevlucht. In 1941 installeerde Hitler in Kroatië een marionettenregering van de fascistische beweging Ustaša van Ante Pavelic, verantwoordelijk voor de uitroeiing van honderdduizenden Serviërs en joden in Kroatië. Na de oorlog namen veel Kroatische nazi’s de benen naar Zuid-Amerika. „Mijn vader was er één van. Hij was Pavelic’ lijfwacht.”

In Argentinië scheidden zijn ouders toen dictator Videla er aan de macht was. Vader vestigde zich in Paraguay, Pilsel en zijn broer bleven met moeder achter in Buenos Aires. „Mijn vader blijft tot zijn dood een verstokte nazi.” Zijn moeder bleek evenmin van haar geloof te brengen. „Tot mijn zestiende sliep ik op mijn jongenskamer onder een portret van Pavelic dat zij er had opgehangen.”

Na zijn eerste oorlog, om de Falkland Eilanden, waarin Pilsel als jonge Argentijnse soldaat meevocht, besloot hij dat het genoeg was. Nooit meer leven in haat. Hij vertrok naar Kroatië en begon er aan een studie theologie. Maar in 1991, toen Kroatië zich eenzijdig onafhankelijk verklaarde, stond de haat weer in vol ornaat voor Pilsels deur. In Kroatië brak de oorlog uit.

„Mijn jongere broer, toevallig uit Argentinië op bezoek, werd aangestoken door het Kroatische nationalisme en meldde zich aan voor de strijd. Op de dag dat ik hoorde dat mijn broer was omgekomen ben ik als verslaggever naar het front gegaan.”

In de nadagen van de oorlog (1991-1995) was hij getuige van de oorlogsmisdaden tegen Kroatische Serviërs, begaan door de Kroatische generaal Ante Gotovina en zijn mannen. Gotovina is nu uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag.

Twaalf jaar na de oorlog staat voor Pilsel het dagelijkse leven in dienst van het verleden. Hij publiceert over de oorlogsmisdaden en heeft het Joegoslavië-tribunaal toegezegd tegen Gotovina te getuigen. „Kroaten zullen me als verrader afschilderen. Misschien moet ik verhuizen naar een gehucht verder de heuvels in.”

Hij ging op zoek naar de plek waar zijn broer stierf. „Zijn lijk is nooit gevonden, mijn moeder in Argentinië heeft niet eens een graf om op te treuren. Ze had recht op een verhaal.” In Montenegro vond Pilsel de Serviër die destijds het commando gaf tot het torpederen van de boot waarop zijn broer en andere soldaten voeren. „Ik schudde de hand van de moordenaar van mijn broer. Hij vertelde wat er was gebeurd. Vreemd genoeg bleef ik onderkoeld, alsof ik naar een onbekende vroeg.”

Minder makkelijk bleek het om zijn moeder te confronteren met zijn ‘begrip voor de ander’. „Haar haat jegens de Serviërs zit zo diep.” Na de Kroatische oorlog bezocht Pilsels moeder hem in zijn vakantiehuisje aan de Kroatische kust. „Aan het eind van een feestelijke dag vroeg ik haar: ‘Vond je niks vreemds aan vandaag?’ Ze schudde van nee. Ik zei: ‘Mam, je hebt de hele dag gedronken en gelachen met Kroatische Serviërs.’ Sindsdien spreekt ze minder gepassioneerd over de Ustaša. Alle kleine beetjes helpen.”