De dansers zijn nu acteurs en mimers, in zichzelf gekeerd

Theater. Ultima Vez: Menske. Regie: Wim Vandekeybus. Gezien 3/12 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 5/2. Inl: www.ultimavez.com

Een telefoonpaal met een kluwen kabels is het decor van de nieuwe voorstelling Menske van Wim Vandekeybus. De kabels lijken niemand met elkaar te verbinden want in dit universum is de mens een eenzaam en dolend individu. Van de tien dansers en acteurs speelt er één een schizofreen, de ander ontpopt zich als een nymfomane, de volgende legt zich neer bij de routine van het werk maar echt gezellig wordt het in deze stedelijke afvalput van randfiguren nooit. Zelfs de marketinghysterica die het concept van de nieuwe stad tracht te promoten, praat in het luchtledige.

Vandekeybus (1963), de Vlaamse autodidact die in 1985 een studie psychologie vaarwel zei om in Jan Fabre’s voorstelling De macht der theaterlijke dwaasheden te gaan spelen, laat in Menske de dans grotendeels los. Er wordt nog wel in bewogen, zeker, maar zijn handelsmerk: dansers die tegelijk ter aarde storten en weer opveren om zich vervolgens weer half te pletter te laten vallen, ontbreekt. De dansers zijn acteurs en mimers, in zichzelf gekeerd en zonder groter verhaal.

Dat laatste lijkt zich eerst te wreken. Is Menske het soort voorstelling waarin de dramatische ontwikkeling er niet meer toe doet? Ja. Maar Vandekeybus slaat met het tweede deel terug. De verdwaasden bevinden zich nu in een inrichting met een zuster die evenzeer patiënt is als zij. De gekken zijn typetjes: de hypochonder stopt telkens een kussen onder zijn kleren en roept dat hij aan die bult dood zal gaan. Als de muur met levensgrote foto van de gestichtsgangen open gaat, begint deel drie waarin de personages uit hun leven willen ontsnappen. Compleet met helikoptergeluiden en rookmachines, proberen ze de ladder op te klimmen en aan hun oorlog te ontsnappen. De scène doet denken aan de filmbeelden van Vietnam in 1975, toen het terrein van de Amerikaanse ambassade in Saigon het decor was van een vluchtende massa mensen.

Het is een beetje een kunstgreep maar Vandekeybus laat een van de acteurs dat ook zeggen. Die relativering en losheid maken van Menske uiteindelijk een mooie voorstelling. Vandekeybus streeft niet meer naar fysieke overrompeling maar introduceert de denkende mens die ook niet weet hoe je nou moet leven in deze maatschappij. Voor een deel van het publiek is dat misschien even wennen. Maar wie zich overgeeft beleeft veel theatraals. En de melodieuze soundtrack van de Belgische Daan (Stuyven), doet Menske zacht landen.