Chinese interesse niet in belang van Rio

Baosteels mantra luidt: de klant is God. Geen wonder dus dat de Chinese staalproducent een mogelijke fusie van BHP Billiton en Rio Tinto zeer serieus neemt. Het bedrijf is namelijk een grote klant van beide mijnbouwconcerns. Volgens zijn topman is Baosteel zelfs van plan een rol als deus ex machina voor zich op te eisen. Hij zei maandag tegen de pers dat er een „reële kans” is dat Baosteel een bod van 200 miljard dollar (135,8 miljard euro) op Rio zal uitbrengen – 30 procent hoger dan het afgewezen, volledig uit aandelen bestaande bod van BHP.

Het is logisch dat de Chinese staalproducenten een stem in het kapittel willen hebben. BHP en Rio kunnen een fortuin verdienen dankzij China’s honger naar ijzererts. De snelle industrialisatie van het Koninkrijk van het Midden heeft hun winstmarges de afgelopen paar jaar sterk omhoog gestuwd, van zo’n 30 procent in 2005 naar ruim 40 procent nu. China zou verticale integratie kunnen beschouwen als een manier om een graantje mee te pikken van die extra winst. Belangrijker nog is dat de vorming van een superstaalconcern van 350 miljard dollar erdoor zou kunnen worden voorkomen. Zo’n gigant zou immers zonder veel omhaal van woorden de prijzen kunnen bepalen.

Maar een volwaardig bod op Rio lijkt een wensdroom, om drie redenen. In de eerste plaats is 200 miljard dollar een groot bedrag, zelfs in China. Het staatsinvesteringsfonds heeft het weliswaar in kas, maar een groot deel van het geld is al bestemd voor de ondersteuning van de binnenlandse banksector. In de tweede plaats zou een bod van een van ’s werelds meest ondoorzichtige staten politiek gevoelig liggen, vooral in Australië, waar zich veel van Rio’s mijnen bevinden. Zelfs de Britse toewijding aan de vrije markt zou erdoor op de proef worden gesteld. In de derde plaats heeft Baosteel geen ervaring met het beheren van mijnen.

Een plausibeler idee is dat Baosteel, alleen of met andere Chinese staalproducenten, een groot belang in Rio neemt. Net iets minder dan 30 procent zou genoeg moeten zijn om ieder bod van BHP tegen te houden, en zijn belangen als klant te beschermen. Het zou een flinke cent kosten. Maar de prijs is wellicht niet de voornaamste zorg van Baosteel. Vergeleken met het beursgenoteerde Chinese mijnbouwconcern Shenhua, dat wordt verhandeld op een niveau dat tweemaal hoger ligt dan dat van zijn westerse branchegenoten, lijkt Rio zelfs goedkoop.

BHP zal niet de enige zijn die bang is dat Baosteel de woorden van zijn topman zal waarmaken. Een blokkerend Chinees minderheidsbelang zou ook voor Rio slecht nieuws zijn. Het concern zou een hogere overnamepremie van BHP bijvoorbeeld kunnen vergeten. Er zou ook een grote klant op zijn lijst van aandeelhouders verschijnen, die misschien wel uit zou kunnen zijn op bestuurszetels. Als Rio’s vermogen om de prijzen vast te stellen daardoor zou worden ondermijnd, zou het het Britse mijnbouwconcern zijn dat de grootste prijs moet betalen voor de Chinese invasie.