Brussel: betere aanbesteding in opdrachten defensie-industrie

De handel in tanks, wapensystemen en munitie tussen lidstaten van de Europese Unie moet toenemen. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, maakte vanmiddag twee plannen bekend om dit te realiseren.

Nationale overheden kopen te vaak defensiegoederen in hun eigen land en dat voldoet niet aan de regels van de interne markt, vindt Brussel.

Eurocommissarissen McCreevy (Interne Markt) en Verheugen (Industrie) willen dat overheden hun benodigde defensiegoederen vaker Europees aanbesteden. Nu gebeurt dat in de helft van de gevallen. Ook presenteerden zij een plan dat het vergunningensysteem voor de handel in wapens binnen EU-lidstaten moet vereenvoudigen. De Europese Commissie vindt dat de vele verschillen in de vergunningen en de procedures het aanvragen van een vergunning nodeloos ingewikkeld maken. Daarbij speelt mee dat sinds 2003 geen enkele aanvraag is afgewezen.

Bij het aanbesteden van bijvoorbeeld wapenaankopen kunnen landen in de EU op dit moment gebruikmaken van een uitzonderingsmogelijkheid op Europese regels voor vrij verkeer. Volgens de Europese Commissie en het Europees Hof van Justitie, dat al een aantal maal praktijkvoorbeelden aan het bewuste verdragsartikel toetste, is deze uitzondering slechts mogelijk in uitzonderlijke omstandigheden, zoals het veiligstellen van nationale belangen.

Maar volgens Brussel maken veel lidstaten in de praktijk in bijna alle gevallen gebruik van de mogelijkheid om hun aanbestedingen op het gebied van defensie en veiligheid buiten de regels voor de interne markt te stellen en hun opdrachten louter aan nationale bedrijven te gunnen.

Eurocommissaris Verheugen verklaarde dat het openen van de interne markt voor defensiegoederen het concurrentievermogen van de sector zal vergroten en de aanschafkosten voor lidstaten beperken. Zijn collega McCreevy benadrukte het belang van transparantie voor de totstandkoming van een gemeenschappelijke defensiemarkt.

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie zei dat Nederland reikhalzend uitkeek naar de plannen om de defensiemarkt open te breken. „Het principe is nu dat de grote landen vooral nationaal bezig zijn. Maar de kleinere landen in de EU, waaronder Nederland, moeten een eerlijke kans krijgen om hun producten in het buitenland te verkopen”, aldus de woordvoerder.