Bewondering voor mislukte reddingspoging

Een Nederlands vrachtschip schoot twaalf migranten te hulp in de Middellandse Zee. Tien verdronken. „De bemanning deed wat ze kon.”

Heel veel bitterder kan ironie niet smaken: een reddingsoperatie op zee waarbij vrijwel alle schipbreukelingen verdrinken. Maar voor de poging heeft Arnold van der Heul „niets dan bewondering”.

Arnold van der Heul spreekt namens Kahn Scheepvaart, de agent van de Rotterdamse rederij Jumbo Shipping. Een Nederlands vrachtschip van Jumbo Shipping, de Fairpartner, schoot maandagavond op de Middellandse Zee tussen Algerije en Spanje een bootje met twaalf Algerijnse migranten te hulp. De reddingsoperatie eindigde in een fiasco: tien opvarenden verdronken, slechts twee werden er gered.

Kahn Scheepvaart maakte het nieuws gistermiddag zelf via een persbericht wereldkundig. Van der Heul schetst telefonisch de dramatische gebeurtenissen.

„De kapitein van de Fairpartner zag maandag rond half zes ‘s avonds een polyester bootje van vier á vijf meter, voortgestuwd door een buitenboordmotor, dat gevaarlijk diep in het water lag. De opvarenden gebaarden om hulp. De kapitein dacht: ‘dit kan zo niet’, en besloot ze aan boord te nemen”, aldus Van der Heul. Het internationaal maritiem recht schrijft voor dat een schip altijd en overal hulp moet bieden zodra het drenkelingen signaleert.

De reddingsoperatie liep echter mis toen de kapitein de opvarenden van het bootje langszij dirigeerde bij de Fairpartner. Door de slechte weersomstandigheden – windkracht 7 en golven van drie meter – botste het bootje tegen het 144 meter lange vrachtschip, waarop het bootje kapseisde en de opvarenden te water raakten.

„De bemanning deed daarna wat ze kon”, zegt Van der Heul, „er werden reddingsboeien uitgegooid, en een zogenoemde manoverboordboot uitgezet.” Ook werd de hulp ingeroepen van de Algerijnse en Spaanse kustwacht, die een marineschip respectievelijk een patrouillevliegtuig inzetten. De grote inzet bood weinig soelaas: uiteindelijk is, behalve de twee overlevenden, slechts één lichaam geborgen. De twee overlevenden zijn meegegaan met het Algerijnse schip. „Vrijwillig”, volgens Van der Heul.

„Ik heb geen enkele reden om te twijfelen aan het verhaal van de kapitein”, zegt Van der Heul. „De bemanning heeft gedaan wat ze kon.”

Van der Heul wijst op de sterk gevoelde taakopvatting onder zeelieden. Die houdt in dat een kapitein alles zal doen dat in zijn macht ligt om drenkelingen te redden. Van der Heul spreekt van „onmacht en frustratie” bij de bemanning van de Fairpartner, sinds de mislukte operatie. Hij zegt dat de (Nederlandse) kapitein daarom ook niet wil praten met de pers.

Van der Heul vindt niet dat de kapitein van de Fairpartner beter een kleine reddingsboot had kunnen uitzetten, in plaats van de migranten in hun kwetsbare bootje naar zijn enorme vrachtschip te dirigeren. „Het rubberbootje kon zich nog voortbewegen, de kapitein maakte de inschatting dat het goed zou gaan. Er was ook haast geboden.”

De Fairpartner heeft inmiddels zijn koers naar Engeland hervat, volgens Van der Heul omdat „stilliggen midden op zee geen zin heeft”. In Gibraltar gaat wel iemand aan boord die psychische zorg zal verlenen aan de twintig bemanningsleden, tien Nederlanders en tien Kaapverdiërs.

De inspectiedienst van het ministerie van Verkeer en Waterstaat is inmiddels een onderzoek naar het dodelijke incident gestart. Zo’n onderzoek is een standaardmaatregel.

Het incident smaakt volgens Van der Heul extra bitter omdat de Fairpartner een plicht vervulde die andere schippers nog wel eens verzaken zodra het gaat om illegale migranten. In mei liet een Malteser visser 27 drenkelingen drie dagen op een tonijnnet in de Middellandse Zee zitten, naar eigen zeggen uit angst overmand te worden door de migranten. Van der Heul: „Ik heb alle respect voor de bemanning van de Fairpartner, niets dan bewondering.”

Bekijk een andere reddingsactie op nrc.nl/binnenland