Zacht huidje in steen

Een tiener in North Dakota liep per ongeluk tegen wat dinosauriërbotten op.

Het bleek een mummie van een Hadrosaurus te zijn, met schubben en al.

Drie ruggewervels. Verder niks bijzonders. De 17-jarige Tyler Lyson uit Amerika had immers al vaker resten van dinosauriërs op het erfgoed van zijn oom in North Dakota ontdekt. Pas toen hij vijf jaar later, in 2004, op de plek terugkeerde, vond hij in datzelfde gesteente een ongewoon patroon, dat na enig schoonmaakwerk een huidrest bleek van een ongeveer 67 miljoen jaar oude Hadrosaurus. Compleet met schubben en al.

Nu, opnieuw drie jaar verder, noemen onderzoekers van de Universiteit van Manchester het de ‘mogelijk meest complete vondst van een dinosaurus’ tot nu toe. ‘Compleet’ omdat het gaat om een in steen gemummificeerd exemplaar, waarbij het gevonden huidweefsel nog min of meer intact is gebleven.

„De huid is prachtig, er zit diepte en structuur in”, zegt een van de onderzoekers, paleontoloog Phillip Manning in een reactie aan persbureau Associated Press (AP). Manning is een van de wetenschappers die het weefsel momenteel onderzoekt. Volgens hem toont het patroon van de huid aan dat deze gestreept is. Ook zou aan de hand van onderzoek naar de gewrichten zijn vastgesteld dat Hadrosauriërs groter, langer en sterker waren dan tot nu toe werd aangenomen.

„Afdrukken van de huid zijn bekend, maar het vinden van huidweefsel zelf is inderdaad nieuw”, zegt paleontoloog Jan Smit van de Vrije Universiteit. Hij spreekt van een zeldzame toevalstreffer. Het bewaren van het fossiel van de mummie vereist volgens hem een reeks toevalligheden: „Eerst moest deze dinosaurus zijn uitgedroogd – dat is nodig om te mummificeren. Daarna moeten de resten zijn meegesleurd door een regenbui en in een rivier zijn gedeponeerd. Vervolgens moet het geheel snel zijn bedekt met sediment.”

In North-Dakota worden volgens Smit relatief vaak resten van dinosauriërs gevonden. „Het gebied bestond vroeger uit hooggebergte. De Rocky Mountains ten westen daarvan werden destijds omhoog gestuwd en dat hooggebergte duwde als het ware het gebied waar de dinosauriërs leefden naar beneden. Dat werd opgevuld met sediment, van de Rocky Mountains zelf. Daarmee kwamen de dinoresten dus onder het sediment te liggen. En omdat de botten sneller werden begraven dan dat ze konden verteren, zijn daar nog veel resten te vinden.”

Het onderzoek naar ‘Dakota’, zoals de huidige vondst wordt genoemd, heeft nogal wat voeten in de aarde gehad. Eerst is het vijf ton wegende gesteente waarin het gemummificeerde fossiel zat gehuld, van North Dakota overgebracht naar Los Angeles. Daar is het gesteente met behulp van een van de grootste scanners ter wereld – bedoeld voor de ruimtevaart – nader onderzocht.

Het onderzoek naar het fossiel wijst er volgens de Britse wetenschappers op dat de wervels van dinosauriërs mogelijk verder uit elkaar hebben gelegen dan tot nu toe werd aangenomen. Ze vonden tussen de wervels van de mummie een ruimte van ongeveer een centimeter. Dat zou volgens Manning betekenen dat sommige dinosauriërs meer dan 90 centimeter langer zijn. Over het vinden van DNA-sporen was Manning tegenover AP overigens niet al te optimistisch: „Die kans lijkt gering.” Ook blijft na de vondst onduidelijk welke kleur de Hadrosaurus werkelijk heeft gehad. „Daarover is nog nooit iets zinnigs gezegd”, aldus Smit.

Ondanks dat het onderzoek naar de gefossiliseerde mummie nog volop in gang is, is Dakota commercieel al een succes. Zo zendt National Geographic op 16 december een programma uit over de vondst, is vanaf volgende week een kinderboek over Dakota verkrijgbaar en zal in januari ook voor volwassen een boek over de ‘geheimen van Dakota’ uitkomen. Ontdekker Tyler Lyson is inmiddels student paleontologie aan Yale University.

National Geographic Channel zendt op 16 december om 22.00 uur het programma Dino Autopsy uit. Daarin is een team paleontologen in de Verenigde Staten gevolgd, dat de gefossiliseerde mummie blootlegt. Ook vinder Lyson komt in het tv-programma aan het woord.