Waarom hij dan tóch verloor

De dreiging van een nieuwe dictatuur, daar zaten anti-Chávezstemmers over in.

Met studentenleiders kreeg de oppositie voor het eerst een geloofwaardig gezicht.

Ze zitten deze zaterdagmiddag met z’n drieën in de McDonalds van een hypermodern, airconditioned winkelcentrum in Caracas: Laura Vallero (23) en haar hartsvriendinnen Jerzahi (21) en Nayourit (18). En ze weten al wat ze gaan stemmen: tégen.

Redenen genoeg. Bijvoorbeeld dat anders misschien de grondrechten worden aangetast. „Dan kun je worden opgepakt en oneindig vastgehouden, zonder rechtszaak”, zegt Nayourit.

Dat er geen ruimte meer zal zijn voor andersdenkenden. Jerzahi, terwijl ze met de bediening ruziet over het speeltje dat haar vijfjarige zoontje bij zijn happy meal kreeg: „De werkdag moet korter, van acht naar zes uur. En in de rest van de tijd: socialistische vorming. Wat voor onderwijs krijgt mijn jongen als hij straks groot is?”

Dat Chávez nog meer van de olierijkdom gaat delen met linkse broederlanden: Cuba, Bolivia, Wit-Rusland, Iran. „Waarom investeert hij niet eerst in eigen land?”, vraagt Laura. Zij brak haar medicijnenstudie af, toen Cuba in ruil voor goedkope olie duizenden artsen naar Venezuela stuurde. „Voor mij zou er geen werk meer zijn.”

Ook de afgelopen jaren stemde het drietal meestal tegen Chávez. Maar dat gebeurde met tegenzin, want het alternatief van de oppositie sprak de middenklassemeiden ook niet aan.

Deze keer is het anders en steunen ze voluit de nieuwe oppositie: een handjevol studentenleiders die in korte tijd wisten uit te groeien tot nationale bekendheden. Voor het eerst heeft de oppositie tegen Chávez een geloofwaardig gezicht gekregen. „We liepen mee in al hun protestmarsen”, vertelt Nayourit trots.

De studentenleiders zagen er leuk uit (jonge meisjes vielen voor hen in zwijm, omaatjes wilden met ze op de foto) en waren goedgebekt. Maar de politieke idols braken vooral door omdat ze nu eens niet voortkwamen uit de corrupte elite die Venezuela vóór Chávez regeerde.

En anders dan de rest van de oppositie bestreden ze Chávez niet uit rancune, maar met inhoudelijke argumenten. Hun snelle politieke opmars tekent daarmee tegelijk het morele failliet van de oude oppositiekopstukken.

Die combineerden de afgelopen negen jaar een tekort aan strategisch inzicht met een teveel aan wrok. In april 2002 pleegden ze een coupe tegen Chávez, die 48 uur duurde. Hetzelfde jaar legden ze de olie-industrie twee maanden plat met een staking. In 2004 organiseerden ze een referendum over Chávez’ aanblijven, dat ze verloren. En in 2005 boycotten ze de parlementsverkiezingen – en brachten zodoende de wetgevende macht geheel in Chávez’ handen.

Chávez kwam na elke slag met de oppositie alleen maar sterker uit de strijd. Maar ook veroorloofde hij zich steeds grotere risico’s. Zo sloot hij afgelopen mei een populaire commerciële tv-zender, die in de nieuwsvoorziening fel anti-Chávez was. Pas daarna ontstond de studentenoppositie.

Onder de nieuwe grondwet zou Chávez nóg meer macht krijgen om zulke maatregelen door te voeren, waarschuwden de studenten. Venezuela zou terugkeren naar een dictatuur, zoals het land in het verleden al zo vele kende. Met deze boodschap wisten de jonge studenten uit de middenklasse ook een deel van Chávez eigen, in meerderheid arme, achterban uit de sloppenwijk te bereiken.

Ook kwam Chávez’ belangrijkste kritiek op de studenten („rijke pappakindjes uit de extreem-rechtse oligarchie”) niet aan. De meeste studenten bleken afkomstig uit de middenklasse. Sommigen zelfs uit een links nest – zoals studentenvoorman Stalin Gonzalez, wiens ouders hem niet toevallig die bijzondere voornaam meegaven.