Voor provincie is 2015 al heel dichtbij

Al 36 jaar zitten CDA, VVD en PvdA in het bestuur van de provincie Utrecht. Starheid of bewijs van continuïteit? Voor veel burgers maakt het niet uit. Eerste deel van een serie over de provincie Utrecht.

Over iets meer dan een jaar ligt er in Soesterberg plotseling 500 hectare ongebruikte grond braak. Als Defensie de vliegbasis daar verlaat, wordt de provincie Utrecht in 2009 eigenaar van het terrein. Maar zestien andere instanties en overheden hebben ook inspraak. Wordt het natuurgebied? Komen er huizen of een bedrijventerrein? Het leidt steeds weer tot felle debatten tussen de partijen. De provincie beslist uiteindelijk. Volgens planning zal de schop niet voor 2010 de grond in gaan.

Zo gaat het vaak bij provinciale projecten. Ze zijn omvangrijk en ingewikkeld. Het provinciale bestuur wordt verweten traag en stroperig te zijn. Maar het is door de complexe projecten moeilijk vast te stellen wiens schuld de vertraging is. Ook omdat provincies doorgaans weinig rapporteren over de effecten van hun beleid.

Een ander voorbeeld van een traag handelend provinciebestuur leidde vorige week tot een relletje in Utrecht. Gedeputeerde Staten (GS) maakten de afgelopen maanden een soort 100-dagentour van het kabinet langs gemeenten en instellingen. Om „draagvlak te creëren” en „wensen te inventariseren”. Ze kwamen terug met een lijst van ruim 200 projecten. Dat door de tijdrovende klus het nieuwe beleid nog niet in begroting van 2008 is opgenomen, is voor GS geen probleem.

Voor de oppositie in de Provinciale Staten (PS) wel. Zeker toen er vanuit de CDA-fractie ook nog eens een e-mail kwam met de mededeling dat moties en amendementen niet zouden worden behandeld in de begrotingsvergadering. Een groot deel van de oppositie liep de vergaderzaal uit, omdat de „provinciale democratie geweld wordt aangedaan”.

Een provinciaal relletje. En de wrevel over de opstelling van de coalitiepartijen zit dieper. Al 36 jaar zitten dezelfde partijen (CDA, VVD en PvdA) in het Utrechtse college. Volgens SP-fractievoorzitter Annelies Jonkers-Cornelisse illustreert de gewraakte e-mail de „arrogante opstelling van de coalitie”. Ze vindt dat er machtspolitiek wordt bedreven, waarbij de oppositie nauwelijks iets heeft in te brengen.

Ook de Randstedelijke Rekenkamer uitte eerder haar ongenoegen over de gang van zaken rondom de begroting in Utrecht. De Rekenkamer doet onderzoek naar de provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. Utrecht was de enige die te laat was. Volgens de Rekenkamer zijn daardoor „de beoogde doelen en prestaties voor 2008 straks moeilijk te controleren.”

Directeur Bart Noordam van de Rekenkamer: „Je loopt de kans dat na 2007, het verkiezingsjaar waarin eigenlijk geen beleid is, er in 2008 nog een beleidsarm jaar volgt.” Het uitstel lijkt het toch al hardnekkige beeld van de provincie als een stroperige en trage bestuurslaag te bevestigen. De uitgestelde Algemene Beschouwingen staan nu op 17 december op de agenda. Moties en amendementen worden dan wel in behandeling genomen, zo werd onlangs duidelijk.

Provinciesecretaris Herman Sietsma ziet het uitstel niet als een probleem. „Staatsrechtelijk is er niets aan de hand. We zijn wat later met de Algemene Beschouwingen, maar we hebben ons honderd dagen suf gewerkt. Dat is geen oude politiek. Draagvlak is juist enorm belangrijk tegenwoordig.”

Het verwijt van de trage provincie kent Sietsma. Het heeft te maken met de „bestuurlijke dichtheid” van provinciale projecten. Neem bijvoorbeeld de woningbouwprojecten in Utrecht. Na 2015 moet er ergens tussen Woerden en Utrecht het project Oude Rijn beginnen. Maar dat ligt erg gevoelig daar in het Groene Hart. Het lijkt nog ver weg, maar voor een complex provinciaal project is dat heel dichtbij, volgens Sietsma. Juist om effectiever samen te werken, daar is die 100-dagentour langs de gemeenten voor bedoeld.

De vraag bij de uitgestelde begroting is, zoals vaak bij provinciale zaken: wat merkt de inwoner van de provincie er nou eigenlijk van? Weinig, antwoordt provinciecriticus Klaartje Peters. Omdat provincies zelden als enige verantwoordelijk zijn voor een project, is het volgens haar lastig te zeggen wie de boel vertraagt. Voor haar boek Het opgeblazen bestuur zocht ze naar cijfers over de effectiviteit van provincies. „De conclusie moet luiden dat we niet weten of de provincies het goed of slecht doen.”

Ook de Randstedelijke Rekenkamer heeft kritiek over de transparantie van het beleid in Utrecht en ook in de andere Randstadprovincies. Een conclusie uit het onderzoek Kennis van eigen kunnen is dat de provincie Utrecht slechts beperkt inzicht heeft in de „doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid” van haar projecten. Er wordt dus wel bestuurd, maar het effect ervan wordt nauwelijks onderzocht.

„Ik durf te zeggen dat Utrecht de provincie is met de minste verrommeling in de Randstad, om maar eens een voorbeeld te noemen”, zegt Sietsma. „Het is waar dat provinciaal beleid moeilijk is te toetsen, maar de resultaten zijn er wel. Kijk naar het landschap. We hebben geen reclame langs de snelwegen en er is geen ongebreidelde woningbouw in natuurgebieden. Dat komt door 36 jaar continuïteit van hetzelfde college. Onze houding op dat gebied werd wel eens als star omschreven, maar het heeft zijn vruchten afgeworpen.”

Het is voor SP-fractievoorzitter Jonkers-Cornelisse niet genoeg. Volgens haar is 36 jaar hetzelfde college slecht voor de politieke cultuur. Zoals in veel provincies was de SP een van de winnaars bij de verkiezingen in maart, maar kwam het niet op het pluche terecht. „Ze hadden de mogelijkheid om te vernieuwen, maar de drie partijen zijn vooral bezig met elkaar tevreden te houden. Je kunt zeggen dat het voor continuïteit zorgt, maar dan moet er wel een visie zijn”, zegt de fractieleidster van de SP. „GS kijkt bijna niet terug. Er wordt alleen maar weer nieuw beleid gemaakt, zonder dat het vorige is afgerond. Praten met gemeenten en instellingen doe je niet honderd dagen, dat moet juist continu gebeuren.”