Valt onder de W van Wegkijken

Oorlogen veranderen en oorlogsmisdaden ook.

‘Crimes of War’ maakt de gruwelijke balans op en toont de onmogelijkheid van oorlogen volgens de regels.

Met de ondertekening, in augustus 2006, door Nauru en Montenegro, zijn de Conventies van Genève door alle 194 landen ter wereld aanvaard. Nooit werden de regels voor bescherming van burgers in oorlogen breder gedragen dan nu. Paradoxaal genoeg werden ook nooit zoveel burgers slachtoffer van oorlogen als nu, ten opzichte van het aantal militaire doden. In de Eerste Wereldoorlog waren negentig van de honderd doden nog militairen. In de Tweede Wereldoorlog sneuvelden ongeveer net zoveel militairen als burgers. Nu zijn negentig van de honderd doden burgers.

De tragiek van de Conventies van Genève is dat naleving ervan niet kan worden afgedwongen. Maar vergroting van de bekendheid met humanitaire rechtsregels stelt mensen in staat hun leiders te dwingen die beter na te leven. Uit die overtuiging publiceerde het Crimes of War Project, een samenwerkingsverband van vooraanstaande journalisten, juristen en onderzoekers, het boek Crimes of War.

De werkelijkheid waar wij onze steeds verfijndere humanitaire rechtsregels op proberen toe te passen is nu die van de smerige, langdurige burgeroorlogen in Afghanistan en Irak, en die in Darfur, Congo, Somalië en Tsjetsjenië. Het zijn helse oorden waar het voornaamste doel van militaire aanvallen is om burgers af te slachten en iedereen die overleeft van huis en haard te verdrijven.

Met name journalisten kunnen Crimes of War goed gebruiken, stellen de samenstellers zich voor. Westerse media hebben er lang over gedaan om de illegitimiteit van onze oorlog tegen Irak volledig te doorgronden. En afgaande op een jaarlijkse enquête onder studenten van de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg moeten we vrezen dat de volgende generatie journalisten zich (nog) niet heeft voorgenomen om het bij een volgende gelegenheid beter te doen. Op de ranglijst van journalistieke doelen scoort ‘het bieden van ontspanning en vermaak’ de tweede plaats, na ‘snel informeren’. In deze tijden, waarin ‘spinning’ een specialiteit is waar defensievoorlichters cursussen in kunnen volgen, moet Crimes Of War jonge en oude journalisten helpen om toch snel en goed te begrijpen waar ze werkelijk naar kijken – in oorlogsgebieden en thuis. Want als een Iraakse Koerd zich voor asiel meldt op Schiphol en wordt teruggestuurd, schendt de Nederlandse Staat dan Art. 1 van de Vierde Conventie, over deportatie van mensen die thuis moeten vrezen voor hun leven?

Door de oorlogen in Europa en Rwanda mochten de Geneefse Conventies zich in de eerste helft van de jaren negentig verheugen in een brede publieke belangstelling. De beelden van de uitgemergelde gevangenen in Omarska, van het belegerde en opzettelijk uitgehongerde Sarajevo en van rivieren vol lijken die uit Rwanda stroomden, deden ons niet alleen huilen en walgen, maar maakten ons ook vertrouwd met ins and outs van oorlogsrechtskundige begrippen als ‘genocide’ en ‘misdaden tegen de menselijkheid’.

Na 9/11 kwam het oorlogsrecht nog indringender bij ons binnen: we werden zelf schenders. Weliswaar waren de jihadi’s begonnen, met hun aanval op burgerdoel de Twin Towers, maar met Abu Ghraib en Guantánamo en de bombardementen op burgers in Irak en Afghanistan bewezen we dat ook wij onze billen met de Geneefse Conventies afvegen. Dat de VS in 2001 wilden laten zien dat geweld soms goed bedoeld is, door behalve bommen ook hulppakketten op Afghanistan te gooien, met potten pindakaas en de Amerikaanse vlag erin, wist onze schuld niet uit.

Alfabetisch staan alle mogelijke oorlogsmisdaden in Crimes of War gecatalogiseerd, van ‘Act of War’ tot ‘Willful Killing’.

De tragiek van de humanitaire oorlogsregels is, dat het geen wetten, maar aanbevelingen zijn. Het ‘humanitarisme’ waarop de Geneefse Conventies zijn gebaseerd wordt door het Internationale Comité van het Rode Kruis gedefinieerd als ‘het verlangen om waar dan ook menselijk lijden te voorkomen en te verlichten’. Humanitairen bewegen zich in ‘humanitaire ruimtes’, die in de theorie van de Conventies vrij zijn van politieke belangen en waar onpartijdig en neutraal aan burgerbescherming in tijden van oorlog wordt gedaan. Onderscheid tussen goed of slecht, tussen rebellen, regeringslegers, dan wel VN-blauwhelmen bestaat er niet.

Aan dat beginsel hielden hulpverleners zelfs temidden van de genocidale gekte in Rwanda in 1994 vast, zo ontdekten VN-soldaten ter plekke. Het VN-commando zond elke dag een groep blauwgehelmde Canadese militaire artsen de hel in om overlevenden te zoeken. Op een dag ontdekten zij een hulpstationnetje van een internationale humanitaire organisatie. Op de stoep, in de brandende zon, zaten en lagen mensen met hakwonden van machetes te wachten op behandeling of op de dood. Het waren er te veel voor de organisatie. De VN-militairen boden de humanitaire artsen hulp aan. Die weigerden. Ze waren bang om hun neutrale positie te verspelen. De Canadese militairen besloten daar even lak aan te hebben. Onder protest van de humanitairen tilden ze de gewonden op en brachten ze naar het VN-veldhospitaal.

Tussen het verlangen naar een reglementair correct uitgevochten oorlog en de realiteit gaapt een diep zwart gat. In Crimes of War zien we humanitaire hulpverleners voortdurend hun hoofd stoten tegen de harde koppen van strijders die weinig last hebben van het ‘verlangen om menselijk lijden te voorkomen’. Het feit dat de humanitaire regels niet op iedere vraag antwoord bieden en ons niet kunnen beschermen tegen de morele dilemma’s die inherent aan oorlog zijn, betekent niet dat die antwoorden niet bestáán, benadrukken de samenstellers van het boek. Tot we die antwoorden gevonden hebben, zien we mensen in oorlogslanden er dan maar een mouw aan passen en roeien met riemen die ze hebben.

Zo schippert de mensheid door haar oorlogen heen. Tot we weer even stuklopen tegen een tafereel zoals in Crimes of War beschreven onder de S van ‘Sick and Wounded’. We lezen dat Art. 12 van de 4e Conventie partijen verplicht tot humane behandeling van zieken en gewonden, maar staan intussen toch aan de rand van een massagraf bij Vukovar. Sommige doden in het zompige gat dragen doktersjassen. Om half vergane ledematen zit gipsverband en tussen de lijken steekt hier en daar een loopkruk omhoog. Er ligt zelfs een bekken tussen waaruit een catheter bungelt.

Soms weten we het even niet meer, maar de samenstellers van Crimes of War drukken ons terecht op het hart om nooit op te geven. Ze citeren Joseph Pulitzer, de vader van de prijs voor uitmuntende journalistiek: ‘Er is geen misdaad die níet geheim is. Breng ze in de openbaarheid, klaag ze aan in de pers en vroeger of later zal de publieke opinie ze wegvagen.’

Zie ook voor de laatste updates: www.crimesofwar.org

Roy Gutman, David Rieff, Anthony Dworkin (red.): Crimes of War. What the Public Should Know. Norton & Company, 447 blz. € 24,–