Trojaanse vrouwen ontberen strijdlust

Theater: Trojaanse Vrouwen, door Annette speelt. Regie: Michel Sluysmans en Thijs Römer. Gezien: 1/12 in Scheveningen. Daar t/m 22/12. Vertrek bus om 19.45 uur vanaf Theater aan het Spui, Den Haag. Info: 070-3465272 en www.annettespeelt.nl.

Een desolate haven. Boten klotsen tegen de kade en regen klettert neer. Op deze in nachtelijk duister gehulde plek voert het gezelschap Annette Speelt een Griekse tragedie op. Heel toepasselijk, want de Trojaanse vrouwen in Euripides’ gelijknamige drama wachten op hun verscheping. De Grieken hebben Troje ingenomen, hebben de mannen vermoord. De overgebleven vrouwen moeten mee, als slavinnen met de overwinnaars.

Het gezelschap Annette Speelt is voor dit stuk uitgeweken naar Scheveningen. Op het terrein van de voormalige Norfolkline, een bootverbinding met Groot-Brittannië, betrok de groep een loods. Een security-man heet ons op een grimmige manier welkom. Het is Poseidon, de god van de zee.

Samen met de godin Athena, die ook als bewaker is verkleed, doet hij in de proloog een voorspelling. Het Griekse leger zal voor zijn hoogmoedige geweld worden gestraft: „Mensen zijn dwaas als ze steden verwoesten. Wie tempels en graven, gewijd aan de doden, eenzaam achterlaat, wordt later zelf vernietigd.’’

Zo waarschuwde Euripides in 415 voor Christus zijn hooggeëerd publiek. Athene was destijds verwikkeld in een uitzichtloze strijd met Sparta en de toeschouwers konden in de allang voorbije Trojaanse Oorlog gemakkelijk hun eigen oorlog herkennen: de Peloponnesische.

Maar naar welke oorlog verwijst Annette Speelt? Naar Irak, Afghanistan? Het komt niet uit de verf. Het valt ook niet mee om compassie voor de slachtoffers op te brengen. Nettie Blanken speelt Hekabe, de Trojaanse koningin die aan de bruut Odysseus is vergeven. In een bontjas ligt ze op de grond – en daar zal ze vrijwel de hele avond blijven liggen. Die houding is niet bevorderlijk voor een krachtige dictie. Stil zegt Blanken haar tekst. Het is alsof de regisseurs Thijs Römer en Michel Sluysmans bang zijn voor emoties. Ook de buitgemaakte dochters van Hekabe, Kassandra (Annemaaike Bakker) en Andromache (Roos Eijmers), spreken hun teksten zacht en vlak.

Het koor, van andere krijgsgevangen Trojaanse vrouwen, bestaat uit maar één actrice. Haar tekst bestaat voornamelijk uit modern gevloek. Als een groezelige junk scharrelt Clara Bovenberg door een hoek vol troep. Soms tingelt ze wat op een kinderpianootje, maar zelfs het koor maakt haast geen geluid.

Terwijl Euripides toch heel veel zang voorschrijft. Beurtzang en solozang, koorzang en duetten. Wat jammer dat Annette Speelt geen goede componist in de arm heeft genomen. Dit handelingsarme stuk heeft muziek nodig, aangrijpende muziek. En imposante spelers – en dan kun je van de op Blanken na zeer jonge cast niet zeggen.

Eigenlijk deugt alleen de locatie. Achter de glazen schuifpui schijnen de koplampen van een auto. In die auto rijdt Talthybios, de heraut van de Grieken. Op het verlaten terrein zien de lampen er sinister uit. En als de bus uiteindelijk met het publiek vertrekt, brengen de spelers een saluut tegen de achtergrond van de dreigende schepen.