Schoolkinderen hielpen bij het uitladen

Het West-Afrikaanse landje Guinee-Bissau dreigt een ‘narcostaat’ te worden.

Het heeft een zwak justitieel apparaat; de enige gevangenis werd in 1998 kapotgeschoten.

Twee jaar geleden wist niemand wat het was. De schoolkinderen die hielpen bij het uitladen van de vliegtuigjes wisten dat het van ver kwam. De vissers die het in hun kano meenamen wisten dat het droog moest blijven. De jongens van de voetbalclub wisten dat het een soort kalk was waarmee je het voetbalveld kon afbakenen. Maar waar het precies voor diende, bleef in nevelen gehuld. Voor koken was het in ieder geval niet bedoeld: dorpelingen die het door de soep roerden, proefden er niets van.

Toen kwamen de geruchten op gang. Over Colombianen. Over cocaïne. Een drug die zo kostbaar is dat soldaten soms hele dorpen arresteren om te zien of vissers en cashewboeren het niet stiekem verstoppen. De hoofdstad Bissau heeft geen stoplichten en telt maar één tweebaansweg, maar op die weg verschijnen wel steeds meer buitensporig dure auto’s. En er worden tegenwoordig ware paleizen uit de grond gestampt.

Zoals hier, in een stoffige laan met knoestige bomen die eindigt bij de begraafplaats vijftien kilometer verderop. Tegenover een lemen huis met een strooien dak laat het hoofd van de marine van Guinee-Bissau een witgepleisterde villa bouwen. De satellietschotel is al vastgeschroefd, de rode dakpannen liggen klaar. De buurtbewoners denken er het hunne van. „Drugsgeld”, mompelen ze. Hoe ze dat weten? Bissau is klein, net een dorp. Iederéén weet dat.

De VN winden er geen doekjes om. De voormalige Portugese kolonie Guinee-Bissau dreigt een ‘narcostaat’ te worden, zegt het VN-Bureau voor Drugs en Misdaad (UNODC). Latijns-Amerikaanse drugsbaronnen gebruiken het landje steeds vaker als doorvoerhaven voor cocaïne die bestemd is voor de Europese markt. Ze werken samen met Nigerianen, Senegalezen, Spanjaarden, Nederlanders. Guinee-Bissau is niet de enige plek in West-Afrika waar smokkelaars actief zijn: het aantal inbeslagnames in de regio is de afgelopen vijf jaar verdubbeld. In buurland Senegal en in Mauritanië onderschepte politie dit jaar honderden kilo’s cocaïne.

Maar slaperig Guinee-Bissau baart de internationale drugsbestrijding de meeste zorgen. Het heeft een grillige, verlaten kustlijn en een grote eilandengroep waar vliegtuigen en boten ongezien kunnen landen. Met een bevolking van 1,4 miljoen is het een van de armste landen ter wereld. Het heeft een zwak gerechtelijk apparaat. Zo zwak dat drie maanden geleden een rechter bereid werd gevonden twee Colombiaanse cocaïnesmokkelaars op borgtocht vrij te laten die kort daarvoor waren gearresteerd. Een van de Colombianen had al vijf jaar in de gevangenis gezeten in Amerika wegens drugssmokkel en werd verdacht van banden met de Colombiaanse verzetsbeweging FARC. Op hun logeeradres trof de politie geld en wapens aan, plus een tekening waarop legerofficieren en regeringsfunctionarissen al dan niet als potentiële handlangers stonden aangekruist. En dan was er nog het geval van de 700 kilo onderschepte cocaïne die spoorloos uit de kluis van het ministerie van Financiën verdween.

Sommige Guinee-Bissauers schamen zich dat hun land een slechte naam begint te krijgen. Anderen halen hun schouders erover op: wie merkt er nou wat van? De drugs zijn onzichtbaar, ze worden alleen maar doorgevoerd; de bevolking zelf moet er niets van hebben. Vissers en boeren kauwen liever op geestverruimende planten, die zijn tenminste puur natuur. Guinee-Bissau is een trots land dat na een heldhaftige guerrillaoorlog tegen Portugal nog maar zelden het wereldnieuws haalde. De onafhankelijkheid in 1974 bracht socialisme, lege winkels en uiteindelijk een staatsgreep die president Joao ‘Nino’ Vieira in het zadel hielp. Een periode van economische groei in de jaren negentig kwam vooral door de cashewnoten, Guinee-Bissau’s enige exportproduct. Na een even bizar als bloedig oorlogje met de stafchef van het leger vluchtte Vieira in 1999 naar Portugal. Twee verkiezingen later was hij weer terug. Donorlanden hadden het land toen al in de steek gelaten uit ergernis over het wanbeleid van Kumba Yala, een stevige drinker die er een sport van maakte ministers te ontslaan.

De recherche in Guinee-Bissau heeft geen pistolen, geen auto, geen telefoons. De strijd tegen de drugsmaffia wordt gevoerd vanuit een donkerroze gebouw waar het trage getik van een typemachine door de open ramen naar buiten zweeft. Het hoofd van de recherche Lucinda Ahukarié ontkent niet dat er aanwijzingen bestaan dat hooggeplaatste figuren uit het leger en de marine bescherming bieden aan drugssmokkelaars. Zeker, de villa van marinebaas Americo Bubo Natchuto, en ook het paleis-in-aanbouw van de stafchef van het leger heeft ze gezien. „Vroeger hadden alleen zakenmensen en ministers geld. En lang niet alle ministers, want de meeste hadden niet eens een auto. Natuurlijk valt het op. Maar we kunnen iemand niet aanhouden omdat hij een groot huis bouwt. Zonder bewijs kunnen we niets.” Zelfs mensen vasthouden is niet eenvoudig. ’s Lands enige gevangenis werd aan puin geschoten tijdens het gewapende conflict van 1998.

Hulp lijkt onderweg. De Portugese politie gaat les geven in opsporingsmethodes. In december wordt in Lissabon een donorconferentie gehouden waarbij het probleem van Guinee-Bissau centraal staat. Het VN-Bureau voor Drugs en Misdaad heeft een plan van 19 miljoen dollar opgesteld. Politie en justitie moeten uitgerust worden met voertuigen en communicatiemiddelen, en leren hoe je drugszaken behandelt en witwaspraktijken aanpakt. Volgend jaar moet Bissau een nieuwe gevangenis krijgen.

Het is een plan dat lof verdient, zegt een waarnemer van de piepkleine VN-missie die in Bissau is gestationeerd. Maar het zou nog beter zijn als de donorlanden de rest ook eens aanpakten. „Zonder economische ontwikkeling krijg je geen veiligheid, geen sterke staat,” zegt de waarnemer. „Dit land is arm, er is nauwelijks werk, ambtenaren worden niet betaald. Als je niet kijkt naar de context waarin de drugssmokkel heeft kunnen ontstaan, werkt het nooit. Drugs zijn een manier om geld te verdienen, de meeste mensen keuren het nog steeds af, maar het begint stiekem wel fundamentele noties over goed en kwaad te ondermijnen.”

Lees het UNODC-rapport op:www.unodc.org/documents/data-and-analysis/Cocaine-trafficking-Africa-en.pdf

Rectificatie / Gerectificeerd

Auteursnaam

Bij het artikel Schoolkinderen hielpen bij het uitladen (dinsdag 4 december, pagina 6 en 7) stond geen auteursnaam vermeld. Het stuk was geschreven door Pauline Bax.