Onafhankelijk Kosovo is rampzalig

Een onafhankelijk Kosovo zal een broeinest zijn van nieuwe conflicten in Europa, stelt

Jelena Guskova.

De laatste ronde van de besprekingen over de status van de autonome Servische provincie Kosovo tussen Belgrado en Pristina is afgerond. De partijen hebben hun standpunten verduidelijkt en voorstellen gedaan, maar hebben geen akkoord weten te bereiken en zijn niet dichter tot elkaar gekomen.

De voorstanders van een onafhankelijk Kosovo lijken niet te beseffen dat Europa met een onafhankelijk Kosovo een nieuw broeinest van conflicten wacht: in Macedonië, waar de Albanezen al in 2001 in opstand kwamen, in Montenegro, waar de Albanezen ook actief zijn en in Zuid-Servië (Presevo, Medvedja en Bujanovac), waar in 2000 de Albanese onrust met de grootste moeite werd onderdrukt.

Aangemoedigd door het voorbeeld van Kosovo zullen de Albanezen die in deze landen wonen onmiddellijk de strijd voor onafhankelijkheid aanbinden, om alle landen met een overwegend Albanese bevolking te verenigen. Deze nieuwe golf van gewapende conflicten kan in Zuid-Europa tot de vorming van vijf Albanese staten leiden.

Kan Europa er zoveel aan? Kosovo is nú al het voornaamste doorvoerland voor heroïne. Maar liefst 80 procent van alle heroïne komt uit Afghanistan Europa binnen via Kosovo. Ook is de provincie een centrum van witwasoperaties en van de handel in wapens en seksslaven.

Erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo betekent een aanmoediging van het terrorisme waarmee de Albanezen hun doelen bereiken – de moord op niet-Albanezen, gedwongen verhuizingen, brandstichting en bomaanslagen op christelijke culturele monumenten. Intussen strijdt de hele wereld tegen het terrorisme, maar waarom dan niet in Kosovo?

Het feit dat de onderhandelingen over de status van Kosovo zijn mislukt, wil niet zeggen dat ze voorgoed in een impasse zijn geraakt. Het betekent veeleer dat ze slecht georganiseerd waren. Bovendien hebben de Verenigde Staten en een aantal internationale organisaties in het geschil een partijdig standpunt ingenomen. Sinds 1999 is er alles aan gedaan om in Kosovo onafhankelijke politieke, economische en juridische structuren te creëren. Er werd voorbijgegaan aan de aantasting van de rechten van niet-Albanezen, de schending van de democratische spelregels die in Europa gelden en het verzuim de monumenten van de orthodoxe cultuur te herstellen en voorwaarden voor een terugkeer van de niet-Albanese vluchtelingen te scheppen.

Het is een schande dat Europa heeft toegestaan dat voormalige militanten van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (Agim Ceku) en oorlogsmisdadigers die zijn aangeklaagd door het Haagse Joegoslavië-tribunaal (Ramush Haradinaj) aan het politieke leven in de provincie deelnemen. Europa heeft vrijwel geen aandacht besteed aan het gegeven dat de Albanezen inmiddels met hun clandestiene Kosovaarse Bevrijdingsleger bovengronds opereren en dat zij in Kosovo en Macedonië wegen en grenzen bewaken.

Velen zijn van mening dat in Kosovo alles geprobeerd is en dat het probleem dus onmogelijk is op te lossen. Maar er is altijd nog een kans om het geschil met vreedzame middelen te beslechten. Om manipulaties met het volkenrecht tegen te gaan en de territoriale versplintering van landen te verhinderen, zou de wereldgemeenschap universele criteria moeten formuleren voor de erkenning van de onafhankelijkheid van afsplitsingen vanmulti-etnische en multireligieuze staten. Zulke criteria zouden kunnen uitstrekken tot het niveau van de democratie, de afwezigheid van volkenmoord en vijandigheden, de afwijzing van terrorisme, de mogelijkheid tot een onafhankelijke economische ontwikkeling en de uitkomsten van een referendum. Dan zouden de Kosovaarse leiders van tevoren weten dat het ontwikkelingsniveau van de provincie niet voldoet aan het merendeel van die criteria en dat Kosovo om die reden nog geen onafhankelijkheid kan eisen. Duidelijke criteria zijn nuttig ter vermijding van subjectieve standpunten en een dubbele moraal.

Volgens sommigen zal de opstelling van zulke criteria enorme inspanningen van internationale organisaties vergen, en kan dit werk nog jaren duren. Dat is een slap excuus. Ik wijs erop dat de wereldgemeenschap op 17 december 1991 een verklaring heeft aangenomen over de voorwaarden tot erkenning van nieuwe staten in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie. Die werd in Brussel verrassend snel opgesteld. Tot die criteria behoorden het primaat van recht en democratie, waarborgen voor de rechten van nationale minderheden en een vreedzame oplossing van geschillen.

Wie de kwestie op een wettelijke basis wil oplossen, moet zich verre houden van de dubbele Balkan-moraal. Het is onjuist de Albanezen van tevoren onafhankelijkheid te beloven en manieren te zoeken om deze zonder instemming van de Veiligheidsraad te erkennen, of om een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring aan te moedigen. Dit kan onvoorspelbare gevolgen hebben. De Servische Republiek in Bosnië-Herzegovina, en ook post-sovjetstaten als Nagorny Karabach, Transnistrië en Zuid-Ossetië volgen de ontwikkelingen in Kosovo met ingehouden adem, in de hoop het voorbeeld van Kosovo te volgen. Dezelfde situatie zou zich in Groot-Brittannië, Spanje en andere Europese landen kunnen ontwikkelen.

Jelena Guskova is als historica verbonden aan het Studiecentrum voor de Balkancrisis te Moskou, onderdeel van het Instituut voor Slavische Studies van de Russische Academie van Wetenschappen. © RIA Novosti