Mees gaat verkeerd met Hannah Arendt om 1

Heleen Mees verwijst op onjuiste wijze naar de filosofe Hannah Arendt. Met het oog op de huidige verzorgingsstaat en het overschot aan laagopgeleiden in Nederland zou Arendt volgens Mees zeggen dat ”er te weinig werk [is] om ze tevreden te stellen” en dat ze daarom niet ”de kans [krijgen] om hun eigen individualiteit aan anderen kenbaar te maken” - dit in tegenstelling tot New York, waar laagopgeleiden en migranten in veel mindere mate afhankelijk zijn van uitkeringen. Mees stelt arbeid gelijk aan zelfverwezenlijking, maar dat is in strijd met wat Arendt in het aangehaalde boek Vita Activa beweert.

In Vita Activa schrijft Arendt over het actieve leven, waarin ze drie activiteiten onderscheidt: arbeiden, werken en handelen. Arbeiden is een repeterende activiteit, die nodig is voor de instandhouding van de (biologische) processen waaraan de mens onderworpen is: schoonmaken, koken e.d. Met het werken schept de mens een kunstmatige wereld die duurzaamheid biedt, bijvoorbeeld door het maken van een tafel of een huis. Uiteindelijk zou het echter om het handelen moeten gaan. Handelen kan alleen tussen mensen plaatsvinden in de publieke sfeer, door politiek te bedrijven of deel te nemen aan een openbaar debat. Alleen door te handelen kunnen mensen zich in hun verscheidenheid aan elkaar tonen en kan er sprake zijn van zelfverwezenlijking.

Als Mees New Yorkse waterschenkers, schoenpoetsers en liftboys aanhaalt als toonbeeld van zelfverwezenlijking slaat ze de plank dus mis. Pas wanneer de arbeiders zich uiten in de publieke ruimte kan daar volgens Arendt sprake van zijn. Het minimumloon in de VS is erg laag, arbeiders worden nauwelijks arbeidsrechtelijk beschermd en er worden lange dagen gemaakt. Dat deze arbeiders tijd overhouden voor zelfontwikkeling door middel van handelen is onwaarschijnlijk.