Klimaatbeleid als wapen tegen concurrentie

Steeds harder klinkt de roep van bedrijven om milieumaatregels. Dat is vooral ingegeven door de vrees voor oneerlijke concurrentie uit Azië, waar nauwelijks milieuregels bestaan.

Jongens die duiken naar muntjes in de Yamuna-rivier in de Indiase hoofdstad Delhi lijken zich niet bewust van het giftige afval dat daarin wordt geloosd. Foto AFP Boys look for coins hurled by devotees, unaware of the toxic waste in the polluted Yamuna river in the Capital as the world celebrates "World Environment Day" on Tuesday, June 5, 2007. The Times Of India/ Neeraj Paul. THE-TIMES-OF-INDIA

Rotterdam, 4 dec. - Het is weer eens wat anders: bedrijven die vragen om meer regelgeving. De doorsnee vrijemarktdenker heeft normaal gesproken een hekel aan regulering. Maar als het om het klimaat gaat, ligt dat anders. De vraag is waarom.

Aan het begin van de klimaattop, deze week op Bali, is het dringen geblazen op het open podium. Niet alleen milieubewegingen vragen om actie, maar ook bedrijven roepen om regels die de uitstoot van het voor het klimaat gevaarlijke broeikasgas CO2 aan banden leggen.

Vorige week stond er een twee pagina’s tellende advertentie in de Britse zakenkrant Financial Times, waarin regeringsleiders werden opgeroepen om tijdens de klimaatconferentie zo snel mogelijk te komen met een solide plan voor verregaande klimaatmaatregelen. De ondertekenaars: zo’n 150 voornamelijk westerse, beursgenoteerde ondernemingen.

Kort daarvoor verscheen een rapport van het internationale advocatenkantoor Clifford Chance, waarin stond dat ruim 80 procent van de bedrijven wereldwijd voorstander is van meer regelgeving op het gebied van klimaatbeleid. Het belangrijkste instrument daarbij is een mondiaal platform voor emissiehandel, zoals de EU dat al kent.

Het is opvallend dat bedrijven zich de laatste tijd zo hard maken voor een strenger klimaatbeleid. Tot voor kort was dit vooral een speerpunt van de milieubeweging. De bedrijven eisen van hun staatshoofden niet zozeer meer regels alswel regels die voor iedereen gelden.

Op dit moment kennen verschillende landen verschillende klimaatregels. In sommige landen ontbreken die regels in het geheel, zoals in China en India. Bedrijven in die landen kunnen zich onttrekken aan milieueisen en dat geeft hun commercieel voordeel. Veel westerse bedrijven pleiten daarom voor mondiale regulering. Klimaatbeleid dus om de concurrentie tegen te gaan.

Veel ondernemingen zijn er vrij open over. Akzo Nobel, een van ’s werelds grootste chemiebedrijven, houdt zich al een tijd bezig met initiatieven die bijdragen aan de vermindering van CO2-uitstoot. Het bedrijf bedacht onder andere verf die algengroei op scheepsrompen voorkomt – waardoor de weerstand bij het varen vermindert en er minder brandstof nodig is – maar stelt dat dat soort innovaties niet voldoende is om het klimaatprobleem echt aan te pakken.

André Veneman, directeur maatschappelijk verantwoord ondernemen van Akzo: „Dit zijn kleine stappen in het kader van voortdurende verbetering. Een echte doorbraak is echter nodig om de doelstelling van 50 procent CO2-reductie in 2050 te realiseren. Daarvoor is een wereldwijd, consistent, wettelijk raamwerk nodig, waar iedereen zich aan moet houden. Want die doorbraak vergt een grote investering en als bedrijf kun je niet zo maar je nek uitsteken. Je moet wel concurrerend blijven.”

Transportbedrijf TNT is een zelfde mening toegedaan. Het bedrijf ziet de zakelijke voordelen van klimaatbewust handelen („klanten eisen het en als er eenmaal wetgeving is, hebben de voorlopers een competitief voordeel”) en handelt daar ook naar (het bedrijf werkt aan CO2-neutrale kantoorgebouwen en er worden elektrische vrachtauto’s gebruikt). Maar TNT zegt tevens dat het niet alleen de verantwoordelijk moet dragen.

Het tijdstip van de oproep van de honderdvijftig bedrijven in The Financial Times is bewust gekozen. Op de klimaattop praten regeringsleiders over aanpak van de klimaatveranderingen na het verjaren van het Kyoto-protocol in 2012. De vraag is echter of de oproep succes zal hebben. China en India verzetten zich al jaren tegen (meer) regelgeving. Beide landen weigerden tot nu toe het in 1997 in Kyoto opgestelde verdrag, dat moest leiden tot 20 procent minder CO2-uitstoot in 2020 ten opzichte van het niveau in 1990, te ratificeren. De landen achten zichzelf minder verantwoordelijk voor het klimaatprobleem, omdat dat grotendeels veroorzaakt zou zijn door de geïndustrialiseerde landen. Hoewel China en India, samen met de VS en Japan, tot de grootste vervuilers behoren, kennen de landen pas sinds kort een sterke economische groei – en daarmee uitstoot van broeikasgassen. De ontwikkelde landen zouden daarom meer moeten bijdragen aan een oplossing. Bovendien zijn China en India bang dat klimaatmaatregelen hun groei in gevaar brengen.

De klimaattop wordt door velen gezien als een stap op weg naar de klimaattop van 2009 in Kopenhagen, zodat daar daadwerkelijk een akkoord kan worden gesloten dat in 2012 een volwaardige opvolger van het Kyoto-protocol kan vormen. In de woorden van energie- en klimaatspecialist Harry Verhaar van Philips: „Het is vooral een akkoord om tot een akkoord te komen”.

Shell drukt het nog voorzichtiger uit: „Bali is het begin van een proces dat hopelijk over twee jaar in Kopenhagen resultaat oplevert. ”