Ironisch decorum in 3D

Paul Morrissey filmde eerst samen met Andy Warhol.

Met ‘Flesh for Frankenstein’ en ‘Blood for Dracula’ zocht hij de mainstream op. Uiteindelijk bleek het camp.

DVD Flesh for Frankenstein, Blood for Dracula

Toen Andy Warhol in 1968 werd neergeschoten door Valerie Solanas omdat ze vond dat hij te veel controle over haar leven had, nam Paul Morrissey de filmregie bij Warhols New Yorkse studio The Factory over. In de twee jaren daarvoor maakten Warhol en Morrissey samen vier films – The Loves of Ondine, San Diego Surf, I, a Man en Chelsea Girls – maar die droegen van voor tot achter Warhols handtekening.

Allemaal leuk en aardig dat eindeloze geëxperimenteer, moet Morrissey hebben gedacht. En pakte het meteen helemaal anders aan. Waar Andy Warhol filmde door het opnameknopje van de camera in te drukken om dan later in de montagekamer door knippen en plakken betekenis te vinden, zocht Paul Morrissey de commerciële mainstream op. Dat probeerde hij in ieder geval. Eerst met Flesh, waarin biseksueel undergroundicoon en vaste Morrissey-acteur Joe Dallesandro werd gelanceerd als musculair object, maar een paar jaar later vooral met de camp horror-comedy van Flesh for Frankenstein en Blood for Dracula. Allemaal onder het label ‘Andy Warhol presents’ want waarom geen gebruikmaken van een unique selling point als het voor je neus ligt? Maar dat is dan ook alle Warhol die we te zien krijgen. Morrissey verzamelde een roedel acteurs, vertrok naar de beroemde Italiaanse Cinecittà studio’s en schoot twee hilarische horrorfilms.

Waar Mary Shelleys klassieke Frankensteinverhaal de gevaren van een wetenschap zonder morele grenzen beschrijft, legt Morrissey – de maatschappelijke obsessie met vrije seks parodiërend – de nadruk op het incestueuze, disfunctionele gezin Frankenstein met zijn bizarre seksuele behoeften. Een jonge Udo Kier speelt Baron Frankenstein die met klassiek Duits pornogekreun klaarkomt door met zijn hand tussen de organen van zijn vrouwelijke zombie te rommelen. Zijn vrouw Katrin vermaakt zich ondertussen drie keer per dag met de fysiek van staljongen Nicholas.

Omdat horrorfilms die zich afspelen in Centraal-Europa tot ergernis van Morrissey altijd bevolkt werden door mensen met keurige Britse en Amerikaanse accenten, hadden zijn acteurs bijna pathologische Europese accenten terwijl ze de teksten in hun beste Engels oplepelden. Behalve staljongen Nicholas, die een New Yorks straattaaltje spreekt en volgens het audiocommentaar „nooit iets anders wordt dan een New Yorkse pooier, een wandelend anachronisme”. Morrissey maakt echt alles belachelijk. Bijna elke beweging die de acteurs maken is een maniërisme en dat geldt ook voor de meeste shots in de film. ‘Ironisch decorum’, vat het eveneens ironische audiocommentaar dat samen: opengesneden lijken die een luier dragen om hun genitaliën te verbergen of een camera die moreel verantwoord wegdraait als de kinderen van de Frankensteins een pop mishandelen. Flesh for Frankenstein werd gefilmd met 3D-spacevision zodat de bioscoopbezoeker met het juiste brilletje de rondvliegende organen zowat in zijn gezicht kreeg gesmeten. Die technologie drong echter nooit door tot de mainstream.

Morrissey had ongetwijfeld vooral commerciële motieven om deze horrorklassiekers opnieuw te verfilmen, maar de audiocommentaren noemen een andere verklaring. ‘Bandeloosheid’ was Morrisseys centrale thema volgens historicus Maurice Yacowar, die later nog een boek over deze twee films zou publiceren. Door de onbegrensde vrijheden van de Frankensteins en het gezin Di Fiore waaraan Dracula zich in Blood for Dracula te goed doet, zouden deze mensen nooit tot zelfvervolmaking komen, begin jaren zeventig nog een populair ideaal. Morrissey pleitte volgens de historicus daarom voor morele zelfbeheersing. Het ontging Yacowar misschien dat zijn doorwrochte verklaringen juist onderdeel van de camp zijn geworden nu ze in het audiocommentaar zijn opgenomen.

Dat het Morrissey niet om maatschappelijke kwesties of morele dilemma’s te doen was, proef je ook aan de veel te dik aangezette speeches over de opmars van het socialisme die tuinman Mario – opnieuw een vaak ontklede Joe Dallesandro – in Blood for Dracula te pas en te onpas opdreunt. En dat Morrisseys co-scenarist Tonino Guerra meeschreef aan Antonioni’s Blowup en Fellini’s Amarcord, bewijst ook niks. Voor Morrissey ging het om de humor, anders had hij zijn kritiek ongetwijfeld subtieler verpakt. Tussen alle levenloze maagden en geamputeerde lichaamsdelen is de aandacht van de kijker voor de menselijke conditie namelijk beperkt.

Camp dus, met massaconsumptie van jeugdige lichamen als leitmotiv. Blijkt Morrissey toch nog iets van Warhol te hebben overgenomen.

DVD

Flesh for Frankenstein, Blood for Dracula

Regie: Paul Morrissey. Met: Joe Dallesandro, Udo Kier. 1973 (Filmfreak)Prijs: 2 x 14,95 euro

In het Stedelijk Museum in Amsterdam is tot 13 januari een aantal films van Andy Warhol te zien.