Het midden zijn wij, zegt de Duitse CDU

Op het congres van de christen-democraten in Duitsland blijkt de macht van partijleider en kanselier Angela Merkel. De CDU positioneert zich in het politieke midden.

Kijk, daar is Wolfgang Schäuble. De minister van Binnenlandse Zaken van Duitsland beweegt zich in zijn rolstoel moeizaam voort in de wandelgangen van de beurshal in Hannover waar zijn partij, de CDU, dezer dagen haar jaarcongres houdt.

Duizend christen-democratische afgevaardigden uit de hele Bondsrepubliek, duizend gasten uit binnen- en buitenland en duizend journalisten wonen deze politieke heksenketel bij.

Schäuble kreeg zojuist steun van bondskanselier Angela Merkel voor zijn omstreden plan om vermeende terroristen online te bespioneren. En dat doet deze politieke veteraan zichtbaar goed. Hij neemt alle tijd, signeert een fotoalbum van een afgevaardigde uit Nedersaksen, en duwt zichzelf daarna rustig verder, gehandicapt maar soeverein tot in de wortels van z’n grijze haar.

Ooit was Schäuble kanshebber voor het kanselierschap. Maar dat is lang geleden. Op dit partijcongres lopen nog enkele gesneefde grootheden, die allemaal een pas opzij moesten doen voor Angela Merkel.

Zoals Roland Koch, minister-president van de deelstaat Hessen, die na Merkel het congres mag toespreken. Maar dan is iedereen al aan de wandel en gaan Kochs woorden verloren in de immense hal. Steeds luider gaat hij praten, steeds matter klinkt het applaus.

Dat is bij Angela Merkel anders. Ruim zeventig minuten spreekt ze de partij en Duitsland toe. In klare taal. Niet meeslepend, want zoveel charisma heeft ze niet, maar duidelijk, degelijk en gezaghebbend. Als ze is uitgesproken, wordt minutenlang geklapt. Tussendoor is gelachen; soms zelfs gejuicht. Niemand betwist haar leiderschap. Ze bevindt zich op het toppunt van haar macht.

Merkel heeft de CDU in het midden van de Duitse politiek gepositioneerd. „Daar waar het midden is, zijn wij. En daar waar wij zijn, is het midden. Het midden zijn wij”, zegt ze. Haar hele toespraak is opgebouwd rond dat begrip – het midden.

Dat heeft ze gedaan om zich af te zetten tegen de partner in de grote coalitie, de sociaal-democratische SPD, die eind oktober op een partijcongres een ruk naar links maakte. Van het gat dat toen ontstond, maakt Merkel nu gebruik. Door openlijk beslag te leggen op het politieke middenveld in Duitsland, waar de partij zich eigenlijk al jarenlang bevindt, spreekt ze geruststellend de kiezer toe. „Wat voor capriolen anderen ook uithalen, wij houden koers”, zegt ze in haar rede.

En dan gaat het fileermes in de SPD, die zich – op zoek naar een scherper profiel – bekeerde tot het ‘democratisch socialisme’. Merkel: „Dat is in tegenspraak met elkaar. Het socialisme eindigt totalitair. Wij willen nooit meer socialisme in Duitsland.”

Hoe wordt Merkels verhaal ontvangen? Drie jeugdige partijgenoten laten zich in de wandelgangen tekenen door een politiek cartoonist. Wat hun het meeste trof was de sneer van de bondskanselier aan het adres van topmanagers die, soms onverdiend, met miljoenen naar huis gaan. „Dat was hard. Maar ik vind dat ze gelijk heeft. Deze mensen ondergraven de sociale samenhang. Het is goed dat de bondskanselier daar ongezouten haar mening over geeft”, zegt Matthias uit Saarland.

Als er al een wanklank te bespeuren valt, is het de smeulende onenigheid over het minimumloon. De conservatieve vleugel van de CDU moest met lede ogen aanzien hoe vorige week de grote coalitie en de sociale partners na maandenlange strijd een akkoord sloten over invoering van het minimumloon voor postbestellers.

Günther Oettinger, de behoudende minister-president van Baden-Württemberg – een van Duitslands economisch sterkste deelstaten – zegt dat hij tegen algemene invoering van een wettelijk minimumloon is. „Dat tast onze concurrentiepositie aan en vernietigt werkgelegenheid.” Buiten de congreshal demonstreert in stromende regen de vakbond Verdi. De spandoeken melden: ‘Hongerloon bestaat. Bij de CDU’.

In de loop van de dag neemt de de partij een nieuw programma aan, het derde in haar bestaan als naoorlogse politieke partij. Sterk veranderd is het niet; de accenten zijn verschoven. Het klimaat, de vergrijzing, de integratie en gevolgen van de globalisering hebben voor het eerst een plaats gekregen in het partijprogram.