Gekleurde, vervormde herinnering

Nederland. Bilthoven, 16-2-2001 Hermann von der Dunk. Historicus. Foto: Serge Ligtenberg/hollandse hoogte Hollandse Hoogte

Alle geschiedenis is een soort herinnering. Dit inzicht was voor historici altijd zo vanzelfsprekend dat ze het thema overlieten aan psychologen en filosofen. Pas recent stellen ook historici belang in het fenomeen herinnering.

De geschiedwetenschap is haar kompas kwijtgeraakt, schrijft historicus Hermann von der Dunk in zijn nieuwe boek In het huis van de herinnering. Vanouds legden historici zich toe op grote staatkundige ontwikkelingen en belangrijke politieke figuren. Pas in het anti-elitaire tijdperk van de jaren zestig verschoof de aandacht naar gewone mensen en vergeten groepen. Van de ‘harde gegevens’ en grote lijnen daalden de camera’s af naar de bodem van de maatschappelijke belevingswereld.

„Wij kleuren en vervormen onze herinneringen door ze te vertalen in woorden en beelden”, zegt Von der Dunk. „Een mens doet dat heel selectief en kiest zijn eigen persoonlijke woorden. En het beeld verandert met je standpunt. Bovendien raken persoonlijke en collectieve herinneringen vervlochten. Zo verandert ons beeld van het verleden voortdurend.”

Gaat u meer twijfelen naarmate u ouder wordt?

„In zekere zin wel. Als kind las ik graag over de Romeinen, of over Napoleon, en dan dacht ik ‘Zo was het’. Maar als student ontdek je dat elke historicus zijn eigen persoonlijke perspectief kiest. Een andere generatie historici ziet het weer totaal anders. Wij denken anders over slavernij dan onze voorouders in de achttiende of negentiende eeuw. Normen, waarden en opvattingen over rechtvaardigheid veranderen en zo komen ook historische figuren in een ander licht te staan. Als we de Tachtigjarige Oorlog verloren hadden, zouden onze geschiedenisboekjes anders geschreven zijn.”

Wat durft u nog met zekerheid te beweren?

„Je probeert natuurlijk als historicus de waarheid te achterhalen, maar dat is ons nooit gegeven. Wij zien altijd alleen de verlichte kant van de maan. Veel boeiender is het om uit te vinden waarom mensen in een bepaalde tijd de dingen zo zagen. Een middeleeuwer schreef zijn autobiografie vooral om te tonen hoezeer hij zich bewust was van zijn zonden, hij streefde naar schuldbekentenis, boetedoening en verlossing. Een Renaissanceschrijver presenteerde zichzelf juist als lichtend, louterend voorbeeld voor anderen. Uitweiden over zijn slechte eigenschappen vond hij zinloos. Zelf ben ik van de oorlogsgeneratie, dat tekent in je verdere leven je perspectief. Andere generaties hebben weer andere ‘kernervaringen’ waardoor ze in hun vroegste jeugd getekend zijn. Ik ken mensen die als kleuter zijn opgegroeid in een Jappenkamp en niet beter wisten dan dat dit de ‘normale wereld’ was, vol honger en geweld.”

Is uw eigen kijk op de loop van de geschiedenis veranderd?

„Soms wel, ja. In de oorlog was een figuur als Churchill mijn grote held, een geweldige morele autoriteit in de strijd tegen het kwaad. Ik bewonder hem nog, maar achteraf ontdek je dat die gruwelijke bombardementen op Duitsland voor de militaire overwinning niet van grote betekenis zijn geweest. Het was terreur, die Churchill aanmoedigde. Bovendien was hij een echte ouwe Britse imperialist en tegenstander van de vrijheidsstrijd in de koloniën. Daardoor heeft hij voor mij nu wel wat van zijn glans verloren.”