Files op de lange baan

Pas in 2016, ten minste twee nationale verkiezingen verder, moeten automobilisten in heel Nederland extra gaan betalen voor het gebruik van de auto op volle wegen en in drukke uren. Ook minister Camiel Eurlings (Verkeer, CDA) zal dus niet de geschiedenis ingaan als de bewindsman die de files voortvarend en efficiënt wist te verkleinen.

De minister wil in 2011 het vrachtverkeer laten betalen. In 2012 begint hij „stapsgewijs” met personenauto’s en in 2016 zal het systeem „volledig zijn uitgerold”. De minister heeft zijn plan, dat hij ‘Anders Betalen voor Mobiliteit’ noemt, uiteengezet in een brief aan de Tweede Kamer, die deze week zijn begroting behandelt. Lovende woorden aan zijn eigen adres gaat hij daarin niet uit de weg. Op de Nederlandse wegen komt een inningssysteem dat werkt op basis van „de modernste satelliettechniek”. Het kent een „eerlijkheidsprincipe” dat „uniek is”. Het kabinet legt de Kamer een „betekenisvol” besluit voor dat „weloverwogen en onomkeerbaar” is.

‘Onomkeerbaar’ is een begrip dat zesmaal in de brief van Eurlings voorkomt. De term slaat vooral op wetsvoorstellen die de minister in voorbereiding heeft en die het parlement zal moeten aanvaarden, wil de door hem beoogde uitruil – het bezit van een auto wordt goedkoper, het ermee rijden duurder – mogelijk worden. De minister toont zich hier van zijn optimistische kant. In de politiek is weinig onomkeerbaar, zeker als het om impopulaire maatregelen gaat.

Impopulariteit is niet iets dat de minister merkbaar nastreeft. Hij heeft zichzelf, namens de kiezer, strenge voorwaarden opgelegd voor het ‘Anders Betalen’. Het systeem moet zo eerlijk zijn dat automobilisten gezamenlijk niet meer in rekening wordt gebracht, het moet brede maatschappelijke steun genieten, en de exploitatiekosten mogen niet meer dan 5 procent van de opbrengst bedragen.

Betere bereikbaarheid en dus een aanpak van de files, is het doel. En niet te vergeten: milieueffecten als lagere uitstoot van CO2. Een prijsprikkel zoals de minister die voor ogen heeft, is daarbij cruciaal. Maar hoe? Zelf wijst hij op „de onbekendheid van het gebruik van satellietgebonden technische systemen op deze schaal en de risico’s die ik daarbij zie”. Niettemin wijst Eurlings alle mogelijke varianten voor de tussentijd af en schuift hij zijn aanpak op de lange baan.

Dit betekent dat verbetering van de bereikbaarheid intussen vooral met klassieke middelen moet worden bereikt: verbetering van het openbaar vervoer en het oplossen van knelpunten in de weginfrastructuur. Bij het schaarse ‘product’ bereikbaarheid, is het bovendien zaak niet alleen naar de aanbodkant, maar ook naar de vraag te kijken. Een aantal grote bedrijven heeft al beloofd dat ze 6 procent van hun werknemers uit de spits zullen halen, onder meer door hen vaker thuis te laten werken. Het zou goed zijn als het kabinet, bijvoorbeeld met fiscaal beleid, daarbij aansloot.

Desondanks zal het prijsmechanisme de grootste bijdrage moeten leveren aan de filebestrijding. Een geavanceerd systeem is welkom. Maar ook: een minister – en een parlement – met durf. Het streven naar draagvlak in de samenleving is mooi, maar het nemen van impopulaire, maar noodzakelijke maatregelen is pas echt dapper.