Eén Tomtom per jaar is niet genoeg

De BV Nederland is niet in de uitverkoop; er wordt immers flink betaald voor Nederlandse ondernemingen.

Maar pas op: er moet straks ook weer wat te verkopen zijn.

De zogenoemde ‘uitverkoop van de BV Nederland’ door recente buitenlandse overnames van Nederlandse iconen als ABN Amro, Numico, Organon en, als laatste, bierbrouwer Grolsch heeft tot veel discussie geleid.

De vraag is echter of er werkelijk sprake is van een ‘uitverkoop’. Want van kortingen, gebruikelijk bij een uitverkoop, is in de meeste gevallen geen sprake: er worden flinke overnamepremies betaald. Voor ABN Amro 40 procent bovenop de koers, voor Numico 47 procent en voor Grolsch zelfs 80 procent.

Bovendien heeft Nederland zich de afgelopen jaren ook niet onbetuigd gelaten wat betreft investeringen in het buitenland. Tussen 2002 en 2006 is het investeringsniveau in het buitenland jaarlijks met 10 procent gestegen. Nederland is nu de grootste investeerder in Oost-Europa en de een na grootste in de Verenigde Staten en Rusland. Tot 2006 hebben Nederlandse ondernemingen meer buitenlandse bedrijven overgenomen dan vice versa. Alleen in 2007 sloeg die balans naar de andere kant over: buitenlandse ondernemingen hebben, mede door de overname van ABN Amro, dit jaar ruim 60 miljard euro meer geïnvesteerd in Nederland dan andersom.

Op dit moment zijn de AEX-fondsen grotendeels in handen van buitenlandse investeerders en meer dan een derde van de 50 grootste Nederlandse ondernemingen heeft een buitenlandse directeur. Dit was tien jaar geleden nog minder dan 10 procent.

Volgens het kabinet is deze ontwikkeling niet verontrustend, maar een logisch gevolg van de globalisering die Nederland veel voordelen biedt. Minister Bos (Financiën, PvdA) voegt daaraan toe dat het belangrijker is om dat wat klein en veelbelovend is de ruimte te geven om te groeien, dan om dat wat groot en oud is te beschermen. De cijfers lijken het kabinet daarin gelijk te geven: de export is ten opzichte van de import sinds 2002 aanzienlijk gestegen. En 90 procent van de omzet van AEX-bedrijven wordt in het buitenland behaald. Daarnaast staat het werkloosheidscijfer in Nederland met 4 procent op een historisch dieptepunt – de helft van het Europese gemiddelde.

Maar al lijkt Nederland op dit moment te profiteren van de buitenlandse invasie, onze concurrentiepositie wordt wél kwetsbaarder. Zoals elke ondernemer weet, is het bij grote verkoop van belang dat de voorraad aangevuld wordt met nieuwe kwaliteitsproducten. En daar wringt de schoen.

De aanwas van nieuwe bedrijven waarmee Nederland ook in de toekomst aantrekkelijk blijft voor buitenlandse investeerders, is vooralsnog beperkt gebleven tot Tomtom en ASML. Uit onderzoek van Booz Allen Hamilton blijkt ook dat van de duizend meest innovatie ondernemingen ter wereld slechts 1 procent van Nederlandse origine is. Ter vergelijking: het aandeel van de VS is circa 45 procent, ook per hoofd van de bevolking bijna het dubbele.

Ook staat het tot nu toe altijd gunstige Nederlandse vestigingsklimaat onder druk. De voorgenomen kabinetsmaatregelen om topinkomens aan te pakken door bonussen en gouden handdrukken zwaarder te belasten, het uitblijven van een versoepeling van het ontslagrecht en een verhoging van het eigenwoningforfait zullen zowel buitenlandse werkgevers als talentvolle werknemers ontmoedigen om in Nederland te blijven of hier te komen. De recente brandbrief van Shell, Akzo, Philips en Unilever aan het kabinet baart zorgen, evenals het gemak waarmee ING-directeur Michel Tilmant spreekt over een mogelijk vertrek van zijn hoofdkantoor uit Nederland.

Als Nederland wil blijven profiteren van de voortschrijdende mondialisering, moet het drie zaken op orde krijgen. Allereerst dient het gunstige belastingklimaat voor ondernemingen gehandhaafd te blijven en de belastingdruk voor particulieren te worden verbeterd. Ten tweede moet Nederland zich toeleggen op waar we in dit land goed in zijn, namelijk dienstverlening, creativiteit en handel. Ten derde zal de overheid zich meer moeten richten op het ondersteunen van groeisectoren als zonne- en windenergie en moet het er alles aan doen om onze wereldwijde koppositie op het gebied van landwinning en waterzuivering te behouden.

Niet alleen het ondernemerschap moet in deze sectoren gestimuleerd worden, maar ook de ontwikkeling van nieuw talent. Zo zou de opleiding watermanagement in Nijmegen een hoogwaardige opleiding voor windenergie kunnen opzetten om jong talent uit alle windstreken naar Nederland te trekken.

Want, alleen als de aanwas van nieuwe bedrijven in een gunstig vestigingsklimaat gestimuleerd wordt, zal de voorraad van de BV Nederland op lange termijn voldoende aangevuld blijven om van een volgende uitverkoop te kunnen profiteren.

Zo niet, dan kan een fusie met Vlaanderen nog uitkomst bieden.

Peter Mensing is senior vicepresident bij het consultancybureau Booz Allen Hamilton.

Wouter Bos schreef eerder in nrc.next dat de ‘uitverkoop’ van Nederland een mythe is. Lees het terug op nrc.nl/opinie