Een huis op stelten

In tegenstelling tot Amsterdam heeft Rotterdam geen ambtswoning voor de burgemeester. Een gemis? De Bond van Architecten wil met een ontwerp een discussie losmaken.

Nee, hij is niet dakloos. En nee, Ivo Opstelten wordt binnenkort ook zijn huis niet uitgezet. De burgemeester van Rotterdam woont „naar volle tevredenheid” in de deelgemeente Kralingen. In een eigen huis, want in tegenstelling tot Amsterdam beschikt de Maasstad al ruim twintig jaar niet meer over een officiële burgemeesterswoning. Maar niemand die medelijden hoeft te hebben met Ivo Opstelten. Integendeel: „Mocht ik straks stoppen, dan hoef ik niet te verhuizen.”

Een van zijn voorgangers, Wim Thomassen (1909-2001), luidde de teloorgang in van de aloude traditie. Want de burgemeester van Rotterdam resideerde in de officiële ambtswoning aan de Hoflaan 38. In Kralingen, ook wel de Goudkust van Rotterdam genoemd. Maar Thomassen gaf, toen hij Enschede in 1965 voor Rotterdam verruilde, de voorkeur aan een landelijker gelegen onderkomen: een buitenwoning aan de Ringvaartweg. Het voormalige patriciërshuis aan de Hoflaan ging naar de oorspronkelijke bewoonster, en werd onder de latere burgemeester Bram Peper verkocht, ook al behield het de status van gemeentemonument.

Diezelfde Peper pleitte dertien jaar geleden voor het herstel van oude waarden. Rotterdam moest weer een burgemeesterswoning hebben, vond hij, en die mening vond weerklank. Was het niet curieus dat uitgerekend Rotterdams eerste burger niet in zijn eigen stad woonde, maar in Wassenaar, bij zijn toenmalige echtgenote Neelie Kroes? Peper liet zijn oog vallen op het woonhuis Boevé, een witte villa uit 1931, vlakbij het Museumpark, die was ontworpen door twee vertegenwoordigers van Het Nieuwe Bouwen, architecten Brinkman en Van der Vlugt. De gemeente zou het Rijksmonument voor 2,5 miljoen gulden aankopen en verbouwen, zodat Peper ook gasten zou kunnen ontvangen.

Zover kwam het niet. Vooral binnen zijn eigen partij, de PvdA, rees verzet, aangevoerd door zijn twee politieke erfvijanden, wethouders Hans Kombrink en Hans Simons. Vlak voordat de raad zich zou uitspreken over de aankoop, liet Peper per brief weten af te zien van de ambtswoning. „De behuizing waarin uw beslissing zich ophoudt, wordt mij als het ware te tochtig”, schreef hij.

Dertien jaar later meent de Kring Rijnmond van de Bond van Nederlandse Architecten dat het tijd is om de discussie over het nut en de noodzaak van een Rotterdamse ambtswoning nieuw leven in te blazen. Daartoe werd begin dit jaar, in het kader van het Rotterdamse Architectuurjaar, een ideeënprijsvraag (‘Burgemeester zoekt woning’) uitgeschreven. „Een ongevraagd advies”, zo verklaarden de initiatiefnemers, die in totaal 54 inzendingen binnenkregen. Afgelopen vrijdag maakte Opstelten het winnende ontwerp bekend: een ruim bemeten residentie aan de Westerkade, pal aan de Nieuwe Maas, waarbij het rivierwater onder meer gebruikt wordt om de toiletten door te spoelen.

Philip Luehl en Zeger van der Voet, beiden student aan TU Delft, voorzagen hun vondst van een toepasselijke werktitel: Burgemeester Op Stelten. Spitsvondig maar niet origineel, want vanuit zijn werkkamer in het stadhuis aan de Coolsingel keek Opstelten tot twee jaar geleden uit op een eetgelegenheid met dezelfde naam: Op Stelten. Dat stadhuis is volgens hem een van de voornaamste redenen waarom Rotterdam niet verlegen zit om een ambtswoning. „Wij hebben het mooiste stadhuis van Nederland.”

Tentoonstelling burgemeesterswoning Rotterdam tot en met 30 december in het voormalige Fotomuseum aan de Witte de Withstraat 63.