Druk Kremlin beperkt potentie Gazprom

Gazprom-bazen beweerden een paar jaar geleden dat het Russische gasconcern het eerste bedrijf ter wereld zou zijn dat door de grens van 1.000 miljard dollar (679,8 miljoen euro) zou breken. Maar de marktwaarde van het concern blijft schommelen rond de 300 miljard dollar, terwijl die van nieuwkomer PetroChina in één klap de 1.000 miljard dollar is gepasseerd. Nu grapt de topman van Gazprom dat het nieuwe doel een marktwaarde van 5.000 miljard dollar moet zijn. Dat zal eveneens een wensdroom blijven, tenzij het concern aan beleggers weet duidelijk te maken dat zijn private aandeelhouders op de eerste plaats komen, en niet het Kremlin.

Dat kon wel eens een lastige opgave zijn. Het concurrentievoordeel van Gazprom is zijn monopolie, dat zowel positieve als negatieve gevolgen heeft. Aan de ene kant geniet Gazprom voordelen waarvan westerse oliemaatschappijen alleen kunnen dromen. Het concern controleert de grootste aardgasvoorraden ter wereld en beschikt over het exclusieve recht om die voorraden te verkopen. En als het een in Rusland gelegen bezit van een westerse oliemaatschappij begeert, hoeven zijn topmanagers slechts hun vrienden in Moskou te bellen, die wat te graag de ongelukkige buitenlanders onder druk zetten om te wijken voor de verlangens van Gazprom.

Desondanks blijft de marktwaarde van Gazprom achter bij die van branchegenoten. Het concern wordt verhandeld op een niveau van 10,5 maal de verwachte winst over 2007, terwijl bedrijven met veel minder grote voorraden, zoals ExxonMobil en PetroChina (gebaseerd op de waarde van zijn in Hongkong genoteerde aandelen), worden verhandeld op 12,1 en 16,4 maal de verwachte winst.

Het blijkt dat monopolistische voordelen geen compensatie bieden voor het nadeel om naar het pijpen van het Kremlin te moeten dansen. De Russische overheid bezit een kleine meerderheid van de aandelen van Gazprom. En zo’n 61 procent van zijn gas wordt in het binnenland aan de man gebracht tegen een door het Kremlin gesubsidieerde prijs. Dat betekent dat het concern marktprijzen moet betalen om zijn velden te ontwikkelen en exploiteren, maar een groot deel van het gas met verlies moet verkopen. Het aan de Russische consument in rekening brengen van de reële marktprijs zou de populariteit van het regime van Poetin kunnen schaden, dus de regering zorgt ervoor dat Gazprom de gasprijs laag houdt.

En de toenemende Russische vraag naar gas betekent dat Gazprom een groter deel van zijn productie voor de binnenlandse markt moet bestemmen. Nog maar een week geleden kondigde het concern aan dat het gas van het Sakhalin 1-project, een joint venture met het Amerikaanse ExxonMobil, naar de Russische markt zal gaan, ook al hoopte ExxonMobil het te kunnen verschepen naar China.

Gazprom heeft enige vooruitgang geboekt bij het vergroten van de transparantie voor de aandeelhouders, en beweert de binnenlandse gasprijs in 2011 te zullen hebben opgetrokken naar de marktprijs. Maar zolang beleggers geloven dat het concern liever het Kremlin wil plezieren dan Wall Street, blijft Gazprom verhandeld worden tegen een korting.