Betere afweer verhoogt kans op huidziekte

Wie qua aanleg goed beschermd is tegen huidinfecties, heeft een grotere kans op de ziekte psoriasis. Dat blijkt uit de vondst van risicogenen voor deze veelvoorkomende huidziekte.

In het gisteren verschenen tijdschrift Nature Genetics laten Britse, Duitse en Nederlandse onderzoekers zien dat psoriasispatiënten meer defensines produceren dan andere mensen. Defensines zijn eiwitten die bacteriën en schimmels onschadelijk maken. Een hoge concentratie defensines is goed voor de afweerfuncties in de huid, maar vergroot blijkbaar ook de kans op overmatige ontstekingsreacties – en dus op psoriasis.

Psoriasis is een ziekte waarbij de oude huidcellen in een ontstekingsreactie versneld worden afgestoten. Een op de vijftig Europeanen heeft last van de huidziekte, die rode schilfers op vooral kruin, ellebogen en knieën veroorzaakt.

Vijfhonderd Nederlandse en Duitse patiënten die voor het onderzoek bloed lieten afnemen, hadden in hun DNA gemiddeld meer kopieën van de genen voor defensines dan andere mensen.

Volgens de klassieke genetica heeft ieder mens twee kopieën van een gen in zijn erfelijk materiaal: één afkomstig van de moeder, de ander van de vader. De laatste jaren is duidelijk geworden dat genen ook in veelvoud aanwezig kunnen zijn. Er kunnen ziekten ontstaan als die genen actief zijn, omdat er dan meer eiwit ontstaat dan normaal.

De meeste Europeanen blijken vier exemplaren van de defensine-genen te bezitten, maar de psoriasis-patiënten hadden er opvallend vaak zes, of zelfs meer. Mensen met zoveel kopieën hebben 70 procent meer kans op de ziekte. Dat betekent overigens dat een groot deel van de mensen met veel kopieën gezond is – het effect van de risicogenen is dus beperkt.

De Nijmeegse hoogleraar experimentele dermatologie Joost Schalkwijk, een van de auteurs van de studie, vindt: „Het effect van het aantal kopieën is significant, maar het is niet het hele verhaal. Misschien heeft een patiënt wel tien genetische risicofactoren.”

Het idee dat psoriasis de ‘andere kant van de medaille’ is van een actief immuunsysteem, zou kunnen verklaren waarom de ziekte zo algemeen is: er is een evolutionair voordeel om de ziekte te hebben. Aan de andere kant vormen defensines slechts een klein onderdeel van de afweer in de huid, terwijl de immuunreacties van de patiënten ingrijpend veranderd zijn.

De vondst van de genvarianten is wel bijzonder, want de zoektocht naar heeft psoriasis-genen nog weinig opgeleverd. Dat psoriasis erfelijk is, is duidelijk: de kinderen van een patiënt hebben 10 tot 25 procent kans om het ook te krijgen. Toch zijn nog maar twee wijdverbreide risicogenen bekend. Bovendien zijn er in de medische wereld weinig voorbeelden van genen waarbij het aantal kopieën invloed heeft op ziekte.