‘Bètavak is weinig aan’

Nederlandse 15-jarigen doen het goed in de natuurwetenschappen, maar ze vinden er weinig aan. Internationaal gezien staan ze op de negende plaats, op royale afstand van koploper Finland. Gevraagd naar de waarde die ze hechten aan natuurwetenschappen, staan de Nederlanders 56ste van 57 onderzochte landen. Dat blijkt uit Pisa 2006, een onderzoek naar leerlingprestaties door de organisatie van geïndustrialiseerde landen OESO.

Minder dan de helft van de Nederlandse scholieren noemt de bètavakken „relevant voor mij” en ook minder dan de helft heeft er plezier in. Relatief weinig leerlingen vinden natuurkunde, scheikunde en biologie belangrijk voor hun toekomst. Vooral de interesse bij meisjes is ver te zoeken. Nederland behoort tot de weinige OESO-landen waar jongens significant beter scoren en meer plezier beleven aan bètavakken dan meisjes. Ook hoort Nederland bij de landen met grootste prestatieverschillen tussen allochtonen en autochtonen. Nederlandse allochtonen van de tweede generatie staan op de veertigste plaats.